Forum | Het temmen van onze demonen: van Jheronimus Bosch tot Game of Thrones

Het temmen van onze demonen: van Jheronimus Bosch tot Game of Thrones

 

2016 © Dr. Frans Timmermans

 

Dit essay werd geschreven in opdracht van de stichting Jheronimus Bosch 500 en is uitgesproken tijdens het Bosch Requiem 2016, op vrijdag 4 november 2016 in de Sint-Janskathedraal te ’s-Hertogenbosch.

 

Gesproken woord geldt

 

Dit schrijf ik tijdens een verblijf in New York voor een vergadering van de VN. We spreken vooral over vluchtelingen en de gruwelen die mensen elkaar aandoen in tijden van oorlog en geweld. Beelden bereiken ons van een luchtaanval op een konvooi met hulpgoederen voor de hongerende en lijdende bevolking van Aleppo. Apocalyptische beelden van verwoesting, dood, menselijk lijden. In het Metropolitan Museum of Art, hier in New York, hangt een rechthoekig schilderij, olieverf op hout, ergens in de loop van de zestiende eeuw geschilderd, ergens in de Lage Landen, in de stijl van Jeroen Bosch. Een jaar of vijf geleden stond ik ervoor met Walter Liedtke, conservator en groot Vermeer expert, kenner van onze Gouden Eeuw. Voor Walter had ik in de jaren daarvoor een diepe bewondering ontwikkeld en een warme vriendschap. Helaas is hij ons ontvallen, hij kwam vorig jaar op weg naar zijn huis om bij een treinongeluk.

Walter nam de tijd mij op de vele verhalen te wijzen die de door Jeroen Bosch geïnspireerde schilder ons wil vertellen met de verbeelding van de Afdaling van Christus in de hel. Passages uit de bijbel zo letterlijk mogelijk verbeeld, met hier en daar een kleine verwijzing naar de Griekse mythologie, maar alleen heel subtiel, want niets mag afleiden van het feit dat we te maken hebben met de verbeelding van het woord van God in de meest letterlijke betekenis. ‘Kijk mensen, dit is wat er met je gebeurt als je een zondig leven leidt: misschien dat Christus je komt redden, maar alleen als je berouw toont en geen doodzonden hebt begaan. Want kijk, daar, dat is Judas, hij probeert ook stiekem aan de hel te ontsnappen, maar hij heeft zelfmoord gepleegd, een doodzonde, dus hij moet blijven’, dat zie je.

Het lijdt geen twijfel dat Jeroen Bosch net als zijn volgelingen stichtelijke stripverhalen schilderde. Hij maakte beelden van alle verhalen waarmee zijn tijdgenoten opgroeiden. De kracht van die beelden werd bepaald door de combinatie van twee vormen van herkenbaarheid. In de eerste plaats waren alle verhalen goed bekend bij onze vijftiende- en zestiende-eeuwse erflaters, doordesemd als zij waren met kennis van de Bijbel en de talloze daarop geïnspireerde verhalen van hel en verdoemenis. In de tweede plaats waren scènes van oorlog, dood en verderf nooit ver weg in het Europa van die tijd. De combinatie van Bijbelverhalen die geheel letterlijk werden opgevat en de maar al te bekende gruwelen van dood en verderf in de wereld van alledag zorgde voor de onweerstaanbare zeggingskracht van de verbeelding van Jeroen Bosch. Dat hij in zijn tijd school maakte, behoeft daarom niet te verbazen, evenmin dat hij zou worden nageaapt tot in de Gouden Eeuw. Hij sprak toen, letterlijk en figuurlijk, tot ieders verbeelding.

Interessanter is natuurlijk de vraag waarom Bosch’ werk vandaag nog steeds zoveel indruk maakt. Hoeveel van ons kennen de inhoud nog van het Bijbelse stripverhaal dat zich voor onze ogen ontvouwt als we waar ook ter wereld voor een werk van Jeroen Bosch staan en er iedere keer weer in worden opgezogen? Zien wij ook de stichtelijke boodschap die hij wilde verkondigen? Herkennen we impliciet misschien nog de verhalen omdat we er deels nog mee zijn opgevoed? Ik in ieder geval wel. Misschien. Maar ik vermoed dat er iets anders speelt. In grote kunst komt altijd het particuliere samen met het universeel menselijke. Hoe verschillend onze wereld ook is met die van de Lage Landen vijf eeuwen geleden, hoe ver wij ook mogen afstaan van de belevingswereld van onze verre voorouders, het algemeen menselijke halen we er altijd uit. Ook al krijgt het misschien een andere lading of betekenis, past het op een andere plek in onze normen en waarden, we weten dat het hier om mensen gaat, mensen met met angsten en gevoelens, mensen die proberen om greep te krijgen op de wereld om hen heen en daarmee op hun leven en hun lotsbestemming. Als je in het Groeningemuseum in Brugge voor de triptiek van het laatste oordeel staat en je laat Bosch zijn verhaal vertellen door je als het ware aan het schilderij over te geven, zie je meer dan een verbeelding van een Bijbelverhaal. Je ziet, als het ware, Aleppo. Of Guernica, Rotterdam in mei 1940 of de gietijzeren poort van Auschwitz; ‘Arbeit macht frei’.

De zestiende eeuw was een tijd van grote veranderingen, in heel Europa, maar in het bijzonder in Noordwest-Europa. Een tijd van strijd, van emancipatie van bevolkingsgroepen, van fundamentele veranderingen in maatschappelijke verhoudingen. Een tijd van machthebbers in kerk en staat wier vanzelfsprekende positie aan het wankelen werd gebracht. Een tijd van grote economische veranderingen in landbouw, nijverheid, handel en bankwezen. Een hele nieuwe wereld was net ontdekt en bijna alles stond, om het in een beeld van Bosch te gieten, op z’n kop. Niet lang na Bosch’ dood zou zijn Brabantse land het decor vormen van een gruwelijke oorlog waarbij de bestaande macht de komst van de nieuwe tijd trachtte te voorkomen. Een heel groot deel van de Brabantse bevolking moest dit bekopen met dood en verderf, met ervaringen die rechtstreeks ontleend leken aan de meest gruwelijke taferelen op de schilderijen van Bosch.

Als veranderingen zo snel gaan en zo diep ingrijpen als toen, zoeken mensen naar houvast. En een vorm van houvast is ook het verbeelden van demonen om ze zo te kunnen verdrijven. Het kan bijna niet anders of dat is ook een reden waarom Jeroen Bosch in zijn eigen tijd en in de hele zestiende eeuw zo’n enorme invloed had op heel Europa. Ook het verlangen naar een paradijs, het Elysisch verlangen naar perfectie, naar de ultieme harmonie, naar een mythisch verleden, maakt daarvan deel uit. Vandaar dat het paradijselijke hiernamaals iedere keer van de verbeelding onderdeel moest uitmaken.

Vijfhonderd jaar later leven ook wij in een tijd van zeer grote maatschappelijke veranderingen, nu op wereldschaal. Omdat afstanden haast betekenisloos zijn geworden, speelt zich nu op wereldschaal af wat voor Bosch’ tijdgenoten toch vooral beperkt bleef tot de Lage Landen. Sterker nog, voor ons zijn de gruwelen van Aleppo iedere dag te zien in onze woonkamers en op onze smartphones. Aleppo is vandaag dichter bij Den Bosch dan Rosmalen dat was in de zestiende eeuw, die afstand was voor de mensen feitelijk groter. Het telefoonscherm is eigenlijk het triptiek van onze tijd geworden. Ook wij zoeken daarbij houvast, maar de verbeelding van demonen gebeurt nu met de methoden van onze tijd. Misschien zou Jeroen Bosch vandaag wel misschien filmmaker zijn. Of schrijver van fantasyboeken. Het is niet voor niks dat de meest populaire films en tv-series, van Resident Evil tot Game of Thrones, tjokvol zitten met klassieke, Noorse, Keltische en christelijke mythologie en symboliek. Vaak zonder dat dit ook maar iemand opvalt, maar die mythologie raakt altijd een snaar, net als het oeuvre van Bosch, omdat ze appelleren aan universele menselijke gevoelens, driften en angsten. En zo geven ze invulling aan onze behoefte tot beheersing van onze lotsbestemming. Het is opvallend hoe vaak daarbij de verwijzing naar een paradijs, een walhalla, een Olympus nog steeds wordt gemaakt, ook al zien veel mensen waarschijnlijk hierin meer een metafoor dan een werkelijke plaats van bestemming. Overigens is het voor miljarden mensen, dichtbij en ver weg, nog steeds een hele concrete volgende halte, na hun dood. En soms een plaats om zo naar te verlangen dat zij bereid zijn een cultuur van de dood zelf te omarmen en aan anderen op te leggen.

De menselijke behoefte aan ‘een betere plaats’ dan het hier en nu is eeuwig en universeel. In tijden van grote omwentelingen, zoals nu bij aanvang van de vierde industriële revolutie, wordt deze behoefte nog nadrukkelijker gevoeld. We verlangen naar houvast, naar rust, naar verbetering van onze situatie of naar bestendiging daarvan voor onze dierbaren, onze kinderen en kleinkinderen. In de hartslag van onze samenleving speelt dit een grotere rol dan we soms zien. Kunst is gevoeliger voor de hartslag, kunstenaars hebben vaker de vinger aan de pols en geven hun uitleg; ze verbeelden de hartslag, helpen ons deze te voelen, zien en horen. Meestal doen ze dit via een indirecte weg die rechtstreeks tot onze gevoelens spreekt, die het particuliere met het universeel menselijke verbindt. Wie dit wil zien, hoeft ook niet de discussie over het nut van de kunst te voeren.

In de politiek is dit onderwerp regelmatig een prooi voor valsemunters. Die trachten het bij ieder mens aanwezige Elysische verlangen te projecteren op een mythisch verleden, van perfecte maatschappelijke harmonie, van culturele eenvormigheid, van welzijn en welvaart voor iedereen. Een verleden dat teloor zou zijn gegaan door openheid en tolerantie jegens het nieuwe en het vreemde, door de komst van ‘de ander’ die als de leugenachtige slang een einde maakt aan het aards paradijs, om maar eens terug te grijpen op onze christelijke belevingswereld. Kortom, in het verleden van de valsemunters was, zoals men zegt, ‘geluk nog heel gewoon’. In onze samenleving dient helaas deze illusie te vaak als opium van het volk, om Marx maar eens te parafraseren. Er is geen krachtiger vaccin tegen dit politiek escapisme waarbij mensen tegen mensen worden opgezet dan het stimuleren van nieuwsgierigheid voor de schoonheid en het belang van kunst. Appelleren aan de engelen op onze schouders, in plaats van aan onze innerlijke demonen.

Er is geen betere bescherming tegen illusiepolitiek dan het opvoeden en opleiden van onze kinderen in kritisch denken, in sceptisch zijn tegenover wat hun wordt voorgehouden en in het zelf leren kijken, luisteren, denken en vinden. Waarbij kennis van en liefde voor wat in alle eeuwen voor ons is gezien, verteerd en verbeeld door kunstenaars ertoe kan bijdragen een veel scherper bewustzijn van het eigene te verbinden met inzicht en begrip voor het universele. Als dat lukt, leren we inzien hoe ieder van ons uniek is, maar ook hoe wij, als unieke mensen, onlosmakelijk verbonden zijn met de mensheid als geheel. Als u nou eens de  De Tuin der Lusten naast Game of Throneslegt dan begrijpt u wat ik bedoel.

 

Klik hier voor originele publicatie  van het bovenstaande essay op de website van de Europese Commissie.

 

# # #


Click here for what's new at JBP