Tijdlijn Leven Joen van Aken/ Jheronimus Bosch

2015 © Edmond Logger

1

De onderstaande fragmenten komen uit het boek “Het oordeel van Joen” van Edmond Logger. Klik hier voor gehele tijdlijn.

1453

Van zijn overgrootvader wist Joen niet zoveel. Zijn vader had hem eens verteld dat zijn overgrootvader Thomas in het plaatsje Limburg in de buurt van Aken was geboren. Later was hij naar Nijmegen verhuisd, omdat hij gehoord had dat daar meer vraag naar schilderwerk was. In Nijmegen werd zijn overgrootvader Thomas van Aken genoemd, omdat hij uit de buurt van Aken kwam. Zijn broer Arnold werd ook wel Van Aken genoemd, maar vreemd genoeg nog vaker Van Limburg, naar de oorspronkelijke woonplaats van de broers. Joen had zijn achternaam aan de verhuizing van zijn overgrootvader te danken.

Jan van Aken, de grootvader van Joen, had vervolgens hetzelfde gedaan als zijn vader. Hij vond dat Nijmegen niet meer de beste werkplaats was voor hem. Als schilder kon hij beter in ’s‑Hertogenbosch werken. Deze plaats was, na Brussel, Leuven en Antwerpen, de vierde stad van Brabant en had als welvarende stad steeds meer te bieden. Er woonden nog niet veel schilders van naam, terwijl er steeds meer kerken en kloosters kwamen. Een uitermate aantrekkelijk werkgebied.

Met zijn vrouw Katharina en zijn zes kinderen Thomas, Jan, Hubertus, Goessen, Thonis en Aleid verhuisde hij naar ’s‑Hertogenbosch, waar hij na een aantal jaren de helft van de ‘Regenberchserve’ in de Vughterstraat kocht. Dit huis fungeerde naast woonhuis ook als zijn werkplaats. Hier werkte grootvader Jan, samen met vier van zijn zonen. Van zijn grootvader kon Joen zich niets herinneren, want hij overleed toen Joen een jaar oud was.

Al zijn ooms waren schilder geworden, behalve oom Hubertus. Die had niet in ’s‑Hertogenbosch, maar in Eindhoven gewoond en gewerkt. Na het overlijden van zijn vrouw, enkele jaren terug, was hij met zijn kinderen terug naar ’s‑Hertogenbosch verhuisd. Twee maanden geleden was hij overleden. Van tante Aleid wist Joen dat ze in het klooster was gegaan. Hij had haar nooit gekend, ze was al jong gestorven in hetzelfde jaar waarin hijzelf werd geboren. Oom Thomas, die nooit getrouwd was, had hij nog wel gekend. Hij had oom Thomas, die drie jaar geleden gestorven was, altijd de vrolijkste van zijn ooms gevonden. Joen kon zich nog herinneren hoe leuk hij het had gevonden toen oom Thomas samen met oom Jan in de Passie speelde. Het was natuurlijk wel een serieus gebeuren geweest, maar hij kon zijn stiekem knipogende oom helder voor de geest halen.

 


 

 

Hoewel Thonis zelf nooit aan miniaturen had gewerkt, had hij zijn vader Jan vaak horen spreken over diens neven, de gebroeders van Limburg. De broers Paul, Herman en Jan waren de zonen van zijn oom Arnold, de broer van Joens overgrootvader Thomas.

Grootvader Jan wist dat ze al op jonge leeftijd door hun oom Jan Maelwael naar het Bourgondische hof van Filips de Stoute in Dijon waren gehaald. Deze oom werkte als schilder en kamerdienaar aan het hof van Filips. Grootvader Jan wist dat zijn neven daar aan een bible moralisée, een geïllustreerde Bijbel, hadden gewerkt. Hij wist niet zeker of ze die hadden afgemaakt, omdat Filips was gestorven en ze daarna door de broer van Filips, hertog Jan van Berry, in dienst waren genomen.

 

Hertog Jan van Berry, ofwel Duc de Berry, was niet alleen de machtigste man van Frankrijk, hij had een enorme collectie kostbaarheden en boeken. Het vertrouwen in de gebroeders Van Limburg was enorm groot, want hij liet ze een volledig nieuw getijdenboek maken. Grootvader Jan had later opgevangen dat dit getijdenboek een enorm omvangrijk, wonderschoon en kostbaar boekwerk was geworden met prachtige schilderingen, waar de gebroeders jaren aan hadden gewerkt. Hij had begrepen dat de hertog zo tevreden was dat hij alles deed om de broers aan het hof te houden. Ze hadden een prachtig huis in Bourges van hem gekregen en de hertog had zelfs een jong meisje laten ontvoeren om met Paul te laten trouwen.

Na dat prachtige getijdenboek werden de broers opnieuw aan het werk gezet voor een nog fraaier getijdenboek. Daarvan wist grootvader Jan zeker dat het niet af was gekomen. Hij kon zich nog herinneren dat hij hoorde dat Jan van Limburg was overleden. Een maand later volgde de boodschap dat ook Paul en Herman waren gestorven. Grootvader Jan was toen zelf vijfendertig jaar, dus de broers zullen rond de dertig zijn geweest. In Nijmegen wist niemand wat de doodsoorzaak was geweest maar de meeste mensen meenden dat de pest het meest voor de hand lag. Anderen wisten te vertellen dat het toen een chaos was in Frankrijk met oorlog en volksopstanden. Ze zouden ongetwijfeld bij een van die oproeren zijn omgekomen.

 

 

Jeroen Bosch Plaza whats newNieuw bij JBP

Het oordeel van Joen cover

 

Bekijk op bol.com