Forum | Het atelier van Jheronimus Bosch

Het atelier van Jheronimus Bosch

2016 © Ed Hoffman

 

Natuurlijk droomt elke schilder van een atelier met grote ramen op het noorden. Hij heeft voor die wens drie terechte argumenten. Vanuit het noorden valt egaal, koel en helder licht naar binnen. Bovendien is het gewoon hinderlijk, dat in een atelier op het zuiden het zonlicht de hele dag door van links naar rechts blijft verglijden. Dat betekent, dat een mooie vrouw die op de sofa ligt te poseren voortdurend anders beschaduwd wordt. En ten derde is er het probleem van de kleuren. Een kunstenaar beschikt tegenwoordig over zoveel verschillende roden, blauwen, gelen, zwarten en witten dat het haast onmogelijk is een harmonisch opgebouwd doek te schilderen. Zeker onder almaar wisselende en verglijdende zonnestralen. Nee, elke schilder verlangt terecht naar een atelier op het noorden.

Toch, als ik vrijdagsmorgens naar de biologische markt wandel en dan moet wachten bij mijn lievelingskaaskraam, kijk ik altijd even naar de gevel van de modieuze schoenenwinkel Invito. Daar achter die twee ramen op de eerste etage – ooit waren het er drie – bevond zich het atelier waar Jheronimus Bosch zijn wonderlijke panelen penseelde!

“Ho, ho”, schieten alle dommelende kenners wakker,”het atelier van Bosch bevond zich natuurlijk op het noorden, en dus aan de achterkant van Invito. Waarom bovendien op de eerste etage en niet op de begane grond, waar alle ambachtslieden hun werkplaats hadden, en die Bosch was als schilder toentertijd toch gewoon een ambachtsman?!”.

Gelukkig heb ik sterke argumenten om mijn mening te staven. Ramen waren rond 1500 nog niet beglaasd. Het waren open gaten, die als het koud werd met doeken werden dichtgespannen. Noch vaker sloot men dan gewoon de luiken. Bij rijken waren de ramen aan de bovenkant met kleine ‘ruitjes’ gevuld, maar de rest van het venster was ook bij hen, met geopende luiken, een gapend gat. In ons klimaat was een atelier op het noorden toenmaals onleefbaar en dus ondenkbaar.

Bosch beschikte daarnaast over zo weinig pigmenten, dat bijvoorbeeld alle blauwen familie van elkaar waren en dus automatisch met elkaar harmonieerden. Al die blauwen maakte hij met azuriet, dat hij soms met meerdere verflagen verdonkerde of met loodwit oplichtte. En wat voor blauw gold, ging ook op voor zijn andere kleuren.

Bovendien hoeft men tenslotte maar één blik op zijn panelen te werpen om te zien, dat geen enkele vrouw voor hem heeft liggen poseren, zelfs niet zijn gade Aleid. Al zijn naakten lijken wel uitgeknipte platte poppetjes. Een atelier op het noorden was dus veel te koud en bovendien nergens voor nodig!

Vandaar dat ik op vrijdagochtend, wachtend bij de altijd drukke kaaskraam, naar Invito kijk en denk: daar achter die twee ramen op de eerste etage heeft hij zitten schilderen. Het idee dat Bosch, net als andere ambachtslui, op de begane grond werkte, kan niet kloppen. De hele dag door liepen daar opdrachtgevers, broers, knechten en meiden, vrienden en vriendinnen in en uit. De voordeur zat toen, net als nu, tussen twee ramen en zonder portaal kwam men meteen in de ruime woonhal. Met al die mensen en door de open ramen golfde voortdurend stof van de smerige markt en van de door paarden getrokken zwaar bevrachte sleden naar binnen. En Bosch werkte met olieverf! Met langzaam drogende olieverf. In zijn atelier stonden altijd meerdere panelen traag te drogen of half af op de ezel. Dat vertrek moest dus stofvrij zijn, en daarom op de eerste etage.

Jheronimus keek dus fraai uit over de Bossche markt met haar drukke kramen. Vandaar misschien dat hij op zijn panelen zo vaak koos voor een vogelperspectief en de wereld graag van bovenaf bezag!

 

# # #

 

Bovenstaand artikel werd eerder gepubliceerd als column in de Bossche Omroep in 2013.

 

 

Jeroen Bosch Plaza whats newNieuw bij JBP