
Rooth 1992
EXPLORING THE GARDEN OF DELIGHTS
Essays in Bosch’s Paintings and the Medieval Mental Culture
(Anna Birgitta Rooth) 1992
[FF Communications – nr. 251, Suomalainen Tiedeakatemia/Academia Scientiarum Fennica, Helsinki, 1992, 241 blz.]
Anna Birgitta Rooth (1919-2000) was een Zweedse ethnologe (Universiteit van Uppsala). In dit boek benadert zij Bosch dan ook voornamelijk (maar niet alleen) met speciale aandacht voor motieven die te maken hebben met antropologie, etnologie en folklore. Haar methode is naar verluidt [p. 10] comparatief: zij vergelijkt bepaalde binnen het Bosch-oeuvre weerkerende motieven met elkaar maar ook met het optreden van die motieven in de contemporaine (laatmiddeleeuwse) literatuur, prentkunst en folklore. De benaderingen die Bosch zien als een astroloog, een alchemist, een Rozenkruiser of een aanhanger van een ketterse sekte, verwerpt zij.
Exploring the Garden of Delights bestaat uit tien op zichzelf staande hoofdstukjes die uiteenlopende thema’s behandelen. De titel is overigens zeer misleidend, want alleen hoofdstuk 5 gaat over Bosch’ Tuin der Lusten. De hoofdstukken 1-4 behandelen de mogelijke invloeden van het Visioen van Tondalus op Bosch’ schilderijen, vooral op het Hooiwagen-drieluik en op het Brugse Laatste Oordeel-drieluik, met speciale aandacht voor Bosch’ weergave van smeden en bestraffingen in de Hel. Het Lissabonse Antonius-drieluik komt aan bod in hoofdstuk 7. Verdere onderwerpen zijn: hoofdbedekkingen (hoofdstuk 6), de wijze van argumenteren bij sommige Bosch-auteurs (hoofdstuk 8), gezichten, gebaren en houdingen bij Bosch (hoofdstuk 9), en humor en satire bij vijftiende-eeuwse geleerden (hoofdstuk 10). Het middenpaneel van de Tuin der Lusten (hoofdstuk 5) stelt naar verluidt het ‘verloren’ Aards Paradijs voor, waaruit Adam en Eva (afgebeeld in de rechter benedenhoek) verdreven zijn [pp. 51-53].
Op dit boek valt helaas veel aan te merken. Rooths stijl wordt gekenmerkt door talloze zelfherhalingen, nodeloze uitweidingen en een vaak naïeve, haast kinderlijke toon. Erger is nochtans dat haar wijze van argumenteren rommelig, verward, uitermate onlogisch, subjectief en associatief is, wat regelmatig leidt tot zwakke en weinig overtuigende conclusies. Niet alleen het hele boek maar ook de afzonderlijke hoofdstukken springen voortdurend van de hak op de tak en ontberen een duidelijke structuur. Het gaat meestal veel meer om persoonlijke indrukken dan om gedegen kunsthistorisch vakwerk. Enkele concrete voorbeelden van bedenkelijke interpretaties en een naïeve aanpak zijn de volgende…
Andere voorbeelden zijn legio. Tot de verplichte Bosch-lectuur behoort deze uitgave geenszins.
[explicit 26 maart 2026 – Eric De Bruyn]