Jheronimus Bosch Art Center

KLOK

 

1a Klokken = teelballen (klepel = penis of teelbal) / de klokken luiden = de coïtus uitvoeren

 

Dirk Coigneau, Refreinen in het zotte bij de Rederijkers, deel II, Gent, 1982, p. 279 (noot 79) citeert een scabreus liedje uit het tweede muziekboekje van Tielman Susato (Antwerpen, 1551, nr. 48): Een costerken op syn clocken clanc / smorgens vroech en weckte de lien / Eenaerdich vrouken, wit en blanc, / moest met leepen ooghen aensien / Doen sprack dat vrouken ‘macht gheschien / spant op u cloxkens en beyt niet lanc; / laet ons spelen, den binc, den banc, / van tinge, tinge, tanc! / Goeden ontfanc sal u geschien, / dies soo en wilt van daer niet vlien’. Klokken = teelballen.

 

Van den Vos Reynaerde ed. 1991 (circa 1250)

  • 71 (verzen 1266-1269). Dierenepos. De kater Tybeert valt een pastoor aan: Ende spranc dien pape tusschen die been / in die burse al sonder naet, / daermen dien beyaert mede slaat. / Dat dinc viel neder up den vloer. De beiaard bespelen = coire..
  • 71 (verzen 1292-1297). De vos Reinaert spot met de bijzit van de pastoor: Wattan, al hevet hu heere verloren / eenen van den clippelen zinen, / al te min so sal hi pinen! / Laet bliven dese tale achtre! / Gheneset de pape, en is gheen lachtre / dat hi ludet met eere clocken! De klokken luiden = coire, klok én klepel (clippel) = teelbal.

Reynaerts historie ed. 2002 (circa 1400)

  • 73 (verzen 1310-1315). Dierenepos. Reynaert tot de bijzit van de pastoor wiens ene teelbal is afgebeten door de kater: Al heeft hi een kul verloren, u heer, / dat en scaet hem myn noch meer. / Hy sel wel dienen van achter. / Ten is in der cappellen geen lachter / dat men luut myt eenre clocken.

Cent nouvelles nouvelles I ed. 2022 (1462)

  • 236 (novelle 45). Middelfranse novellenverzameling. Een jonge Schot verkleedt zich als vrouw (donna Margarita) om seks te kunnen hebben met vrouwen, maar wordt ontmaskerd en op een kar rondgereden: (…) toen de kar op een of ander kruispunt stilhield en klok en klepel van donna Margarita werden blootgesteld (…).

Stijevoort II ed. 1930 (1524)

  • 216-217 (52 verzen). Zot-erotisch rederijkersrefrein op de stok ‘Goede ghenuecht is wel te prijsen’. Een meisje stelt voor om een koster te helpen bij het luiden van de klokken, waarna de coïtus beschreven wordt in termen van het klokluiden. Beijeren (verzen 7 en 19) en gaen luijden die cloc mit corden (vers 17) verwijzen naar het hebben van seks, tsnoerken (het koordje, vers 11), den voorsten clepel (vers 15) en mijnen clepel (vers 36) staan voor de penis, twe clockens (twee klokken, vers 33) zijn de teelballen, en die grote sturm luijen (de grote stormklok luiden, vers 45) verwijst naar het klaarkomen van de man.

Antwerps Liedboek I ed. 1983 (1544)

  • 62 (nr. 54, strofe 6, vers 9). Zot liedje. Wanneer dye clepel hevet sinen swanck. Klepel = penis. Ook vermeld in Bax 1956: 105 (noot 6).

Ghelasman ed. 1990 (XVIA)

  • 259 (verzen 43-44). Strofisch rederijkersgedicht. Een oude marskramer zegt tegen een jong dienstmeisje van een herberg: Meysken, in eenen ouden toren / plech vry wel goet gheluyt te hangen. Dat geluid verwijst natuurlijk naar het luiden van klokken. De oude marskramer bedoelt dat hij nog potent is.

 

1b Klokken in andere erotische contexten

 

Eneas en Dido ed. 1982/83 (1552)

  • 164 (vers 300). Rederijkersspel (amoureus meispel). De sinnekens gaan Eneas verliefd laten worden op Dido: Dats al factum, gegoten de klokke is (dat komt dik in orde, de klok is gegoten).
  • 180 (vers 768). Wat later zien de sinnekens dat hun plannen goed verlopen (Eneas en Dido in hun ongeluk storten door hen verliefd te laten worden). Het ene sinneken zegt dan: Ja, laet die clocken luijen.

 

2 Het luiden van klokken geassocieerd met praten

 

Bijns ed. 1886 (vóór 1529)

  • 310 (nr. 85, strofe e, vers 7). Zot rederijkersrefrein, waarin een jongeman zogenaamd verliefd wordt op een (babbelzieke) oude vrouw: Haer tongxken dat luydt, al waert een clocxken.

Clockreep ed. 1992 (XVIB)

  • 80v (verzen 581-591). Rederijkersspel. In dit spel van sinnen speelt een allegorische klok de hoofdrol. De naam van de klok is De Ghemene Voijs (De Algemene Stem), aan de klok hangt een clockreep (koord) met de naam Hoe Langer Hoe Arger, en aan de koord hangen drie brieven waarop respectievelijk staat: Verderving der Landen, Tribulatij der Heijliger Kercken en Verdoeming der Sielen. Het personage Schriftuer legt dit alles uit: er is veel zondigheid in de wereld, maar men kan steeds rekenen op Gods genade.

 

[explicit 27 februari 2026]

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram