Jheronimus Bosch Art Center

LADDER

 

1 Ladder = het kruis van Christus, de Hemelvaart

 

Spieghel der Menscheliker Behoudenesse ed. 1949 (circa 1410)

  • 195-196 (hoofdstuk 33, verzen 43-104). Berijmd typologisch traktaat. Jacobs ladder is een prototype van Christus’ Hemelvaart.

Brugman ed. 1948b (XVc)

  • 127 (nr. 13, regels 233-235). Preek. Onse ledder daer wi mede opclymmen totter glorien Godes, is dat cruce ons Heren, dat hi ierst op-clam ende ons allen den wech ghewiset hevet.

 

2 Ladder = Maria

 

Noordnederlandse historiebijbel ed. 1998 (1458)

  • 268 (Genesis 28). Historiebijbel. Over Jacobs ladder: Aldaer die leder gerecht stont, dat was dieselve stede daer Jhesus Cristus over menich jaer daerna gecruust wort ende den doot sterf. Figuer: Die ladder bediet Maria, die moeder Gods, daer die sondaren bi opclymmen tot den ewigen leven. Die twee ladderbomen beduden die reynicheit ende die oetmoedicheit Marien. Mer der sporen was voel; dat waren die doechden die Maria hadde, dat men niet volscriven en mach.

De Roovere ed. 1955 (vóór 1482)

  • 170 (vers 15). Rederijkerslyriek, lofdicht op Maria. Lof leedere daer Christus in minnelijck daelde.

 

3 Ladder // geestelijk opstijgen, hogerop raken

 

R.F.M. Brouwer (vert.), Boethius – De Vertroosting van de Filosofie – Vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien, Baarn, 1990, p. 39. In Boethius’ eersteling, De institutione arithmetica, gaat het onder meer over de vakken die tot het quadrivium behoren: zij zijn de sporten (gradus) waarlangs de geest van het zintuiglijke kan opstijgen naar een kengebied dat grotere zekerheid verschaft.

 

Sinte Franciscus Leven ed. 1954 (circa 1275)

  • 168 (verzen 4726-4728). Berijmd heiligenleven. Van allen zaken die hi vint / maecti .i. ledre in zijn gedochte, / daer hi te Gode bi clemmen mochte.

De spiritualibus ascensionibus ed. X (XIVd)

  • 205 (hoofdstuk 1, paragraaf 9). Stichtelijk prozatraktaat (Latijn). Vat dus kort samen waarvandaan of waarheen je moet opklimmen. Ooit was je op de hoge berg van je natuurlijke en oorspronkelijke waardigheid geplaatst, maar daar ben je door eigen wil vanaf gevallen in een diep dal. Je moet dus uit dit dal weggaan en geleidelijk opklimmen naar de bergtop waar je vanaf gevallen bent. Maar voordat je met opklimmen begint, moet je in je hart een ladder oprichten en een manier van voortgaan bepalen waardoor je je doel best kunt bereiken.

Leven Ons Heren Ihesu Cristi ed. 1980 (1409)

  • 221 (Dat slot van desen boec). Jezusleven. Want dit sijn die dijnghe die onse Heer bedreef inden vleische, mar veel hogher ist hem inden gheest aen te sien, daer du bi deser ledder toe comen mogheste. Met de ladder wordt hier dus het boek bedoeld.

Brugman ed. 1948a (XVc)

  • 208-212 (nr. 17, regels 387-485). Prekenverzameling. Gehoorzaamheid is een ladder waarmee men naar de Hemel klimt. De zeven sporten zijn zeven kenmerken van de gehoorzaamheid. Jacobs ladder was een prototype van deze ladder.
  • 216 (nr. 18, regels 45-46). Item die oetmoedicheit is een leerder, daer-men mede clymt ten hemel.

Jhesus collacien ed. 1962 (1480?)

  • 137 (3de preek, regels 55-75). Prekenverzameling. Een zilveren ladder (graet) naar de Hemel. De ene stijl is gemaakt door vrede, de andere stijl door barmhartigheid, en de sporten door Christus.

 

4 De woordspeling leer = ladder / leer = lering, onderwijs

 

Maurits De Meyer, “De Blauwe Huyck van Jan van Doetinchem, 1577”, in: Volkskunde, jg. 71 (1970), nr. 4, p. 342 (nr. 81). Op de prent ‘De Blauwe Huyck’ van Jan van Doetinchem uit 1577 draagt een man een ladder. Het bijschrift zegt: Desen is een geleerde man.

 

Bijns ed. 1886 (vóór 1529)

  • 3 (nr. 1, strofe d, verzen 11-14). Vroed rederijkersrefrein. Schriftuere vermaent ons, alzoo wij lesen, / te maken een leere in ons memorie, / te climmen int godlijcke consistorie / door creaturen.

Ulenspieghel ed. 1980 (1560)

  • 67 (verzen 130-131). Spotprognosticatie. In den herft sal men de welgheleerde seere soecken / om appelen te lesen in allen hoecken. De woordspeling is hier grappig bedoeld.

Bruer Willeken ed. 1899 (vóór 1565)

  • 213-214 (verzen 426-430). Rederijkersspel. De monnik Half Verdoelt wil het klooster verlaten voor de wereld. Buiten het klooster aanbeland tonen de ‘helpers’ Ducht voor Misdoen en Vreese voor dEnde hem drie allegorische ladders (met allegorische sporten) waarmee men ‘in de wereld kan klimmen op de stoel van eer’ (verzen 177-180/188-192). Het zijn de ladders van de geestelijkheid (pp. 207-208), van de wereldlijke heren (pp. 209-210) en van het gemene volk (pp. 210-211). Deze drie ladders zijn recht, maar dan is er ook nog een kromme ladder, die van de zonde en het bedrog (pp. 212-213). Ducht voor Misdoen concludeert: Climpt niet, ghy en ducht voer den val; / want tis aen den sywech gegeven ten cromme. / Dus, gaet met een rechte leer omme. / Climpt dese, wildy die werelt wel besien, / twordt u proffytelycker.

Bijns ed. 1875 (1567)

  • 433 (boek III, nr. 62, strofe a, vers 19). Vroed rederijkersrefrein op de stokregel en climt inden schepper met deser leere.

 

5 Ladder = de wankele wereld

 

De Roovere ed. 1955 (vóór 1482)

  • 310 (verzen 95-96). Rederijkerslyriek. Vanitas-gedicht over de onzekerheid van het leven. Der werelts leedere is broosch van tranen / wie weet wat hem ghebueren sal.

 

6 Ladder // erotiek

 

Amoreuse liedekens ed. 1984 (circa 1600)

  • 37 (strofe 2, verzen 4-6). Amoureus lied. Het betreft ‘een out liedeken’! Een meisje dat zich heeft laten zwanger maken, zegt tot haar moeder: Moerken als ick al op de steyger klam / in beyde zijn armkens dat hy my nam / en ick liet al ghebeuren. Is ‘op de ladder klimmen’ hier een erotische omschrijving van ‘seks hebben’, of betekent het gewoon dat het meisje op een ladder klom, om zo de kamer van haar geliefde te bereiken (of misschien de hooizolder)?

 

[explicit 5 april 2026 – Eric De Bruyn]

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram