Jheronimus Bosch Art Center

LEDER

 

1 Leder = geldbeurs

 

Stijevoort I ed. 1929 (1524)

  • 116 (nr. 60, verzen 35-36). Zot rederijkersrefrein over dronkaars die al hun geld opdrinken: Die sulcke is soe milde dat hi niet en behout / een myte int leer soe geeft hyt te voren.

Joncheyt ende Redene ed. 1920 (XVIA)

  • 478 (verzen 49-52). Rederijkersspel, tafelspel. De hoerige Zinnelicke Ghenouchte tot de jongeling Joncheyt: Joncheyt en zoorcht voor gheen behinderen. / Volcht my Zinnelicke Ghenouchte wech ende wedere. / Naer dat ghy tgheldekin hebt jnt ledere / jc blyfs hu by als wyf van buten.

Doesborch II ed. 1940 (1528/30)

  • 264 (nr. 149, verzen 52-53). Zot rederijkersrefrein. Een hoerenloper wordt ‘geplukt’ door hoeren: Wie inden bay wilt busen oft inden ros / die moet int leder hebben oft inde hant.

Heynken de Luyere ed. 1920 (circa 1540 / 1582)

  • 14-15 (geen verdere nummering). Volksboek. Heynken kan een hoerenwaardin niet betalen, maar zij wil hem ’s morgens niet laten gaan: Och laet my uut seyde Heyn eer den dach wort claer, / op dat my die clappers niet en mellen. / Dat sal ick wel doen (seydese) maer gaet eerst int leer, / ghy mest hier eerst wat leeren tellen. / Ten is geen maniere van goey ghesellen / datse gaen en willen haer ghelach niet gheven. / Elck moet toch by zijnder neeringhe leven. Woordspeling leer (geldbeurs) / leer (kennis, onderwijs, lering).

Minckijsers ed. 1992 (XVIB)

  • 113r (verzen 686-690). Rederijkersspel. De hoer Alderhande Gebreck wil geld voor drank krijgen van haar partner Volck. [Alderhande Gebreck:] volck soeckt gelt ick moet nae bier gaen sien / want die waerdinne en wilt niet borgen / [Volck:] Tis hier altijt ebbe al sou d’leer verworgen / men mochter in pissen al totten gronde.

 

2 Leder = vagina

 

Stijevoort I ed. 1929 (1524)

  • 66-67 (nr. 33, verzen 11-12 / 19-20 / 24-25 / 27 / 41-42). Zot-erotisch rederijkersrefrein over een oude vrouw die een schoenlapper wil betalen voor seks, maar hij wil niet, omdat zij te oud is. De vrouw zegt: Dleer is droghe ghi moetet beghieten / meesterlic nayen ende een stuck in schieten (11-12). Hij zegt: dleer is mij veel te droghe ende te hert / oec soude ic daer alle myn naelde in schinnen (19-20). Zij zegt: Nayt herwaerts lapperken aen die schoere / en nayter een stuckskens leers voere (24-25). De auteur zegt: Oude leer lappen tis groot pijne (27). De schoenlapper zegt: Biloi vrouwen ghi moecht u leer wel elder toghen / want ic en sal u nemmermeer naijen (41-42).

Stijevoort II ed. 1930 (1524)

  • 203 (nr. 236, verzen 39-40). Zot-erotisch rederijkersrefrein. Geil tienermeisje wil moeder ervan overtuigen dat zij klaar is voor seks: oeck wordt ghepresen / jonck leeir want them seer wel reckt.

Testament Rhetoricael III ed. 1980 (1561)

  • 68 (fol. 353r, verzen 30-32). Vroed rederijkersrefrein. Context: de impotentie van dronkaards: Een dronckaert es verzworen van allen vrauwen / oud leder en can hy noch iongh leder tauwen / want heeft gheen vaste standt over hende.

Arnold Bierses ed. 1925 (1577-90)

  • 28 (nr. 6, verzen 39-40). Zot-erotisch rederijkersrefrein. Geil tienermeisje wil moeder ervan overtuigen dat zij klaar is voor seks: oock wort ghepresen / jonck leerken, want hem selven seer wael reckt.

 

[explicit 5 april 2026 – Eric De Bruyn]

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram