TRAP
1a De zegswijze ‘een trap(ken) onttellen’ = bedriegen, ontrouw zijn (erotisch)
Kiliaan vertaalt trap als ‘gradus’ (sport van een ladder, trede van een trap) en trappe als ‘muscipula, decipula, transenna’ (muizenval, strik/val, net van vogelvanger). Etymologicum ed. 1974: 565. Onttellen (ontrekenen) vertaalt hij als ‘numerando fallere’ (verkeerd tellen). Ibidem: 369. In de zegswijze wordt blijkbaar het eerste bedoeld (sport, trede).
Dirk Bax, Beschrijving en poging tot verklaring van het Tuin der Onkuisheiddrieluik van Jeroen Bosch, 1956, p. 117. Bax geeft als verklaring voor deze zegswijze: ‘door tillen een trap aan iemand ontvreemden, nl. om daarmee de minnaar het slaapkamervenster binnen te doen komen.’ Deze verklaring is vergezocht, onduidelijk en eigenlijk totaal ongeloofwaardig.
De Roovere ed. 1955 (vóór 1482)
- 403 (verzen 8-9). Zot rederijkersrefrein over allerhande laag volk. Onder meer over ongelukkig gehuwden die overspel plegen: Mishoude ter eerster missen ghemelt / die anderen menighen trap ontelt.
Esopus ed. 2016 (1485)
- 228 (nr. 50). Gedrukte fabelverzameling. Een fabel over een ‘lichte vrouw’. Een licht wijf die zeer ongestadich ende onghetrouwe was, sprac tot enen jonghelinghe dien si dicke veronghelijct ende een trap ontelt hadde, aldus…
Nyeuvont, Loosheit ende Practike ed. 1910 (1497-1500)
- 68 (verzen 141-144). Rederijkersspel, moraliteit. Een valse ‘cassenaer’, die rondzeult met de spotheilige Sinte Lorts (verwijzend naar bedrog) zegt tot zijn publiek: Coemt alle ghi ghehude mans en vrouwen / die uut draecht datmen thuys wel besigen souwe / ende trapkens ontellen condt baert u trouwe / laet nu int ghilde van Sinte Lorts oeck setten. Op pp. 98-100 aantekening bij de uitdrukking ‘trapken ontellen’. De tekstbezorger vermoedt dat deze zegswijze ontleend is aan een of ander spel, waarbij streepjes met krijt op een leitje werden aangeduid.
Spiegel der Minnen ed. 1913 (circa 1500)
- 131 (verzen 3691-3696). Rederijkersspel. Dierick denkt na over zijn relatie met Katharina: Verstandenisse roept: wats hier ghesproten? / Ghij zijt tusscen twee stoelen in dasscen gestelt. / Sy heeft u menighen trap ontelt, / die weertste, die blusschen mach u dangier: / want sy met liefden haer herteken helt / tot eenen anderen ende dats haer putier.
Stijevoort I ed. 1929 (1524)
- 65 (nr. 32, verzen 12-13 / 22). Zot rederijkersrefrein over een overspelige vrouw en een hoorndrager. Wilt sij mij nu tblou huijxken om hanghen / can sij mij sdaechs twe trappen ontellen / (…) esse sulc soe esse soe ses.
Stijevoort II ed. 1930 (1524)
- 167 (nr. 215, verzen 13-15 / 24). Zot rederijkersrefrein over een overspelige vrouw en een hoorndrager (variant van nr. 32, zie supra). Luijstertse nae ionghe domme sanghen / wilsij mij soe die blou huijck omhanghen / canse mij sdaechs twe trapkens ontellen / (…) isse sulc soe isse soos es.
Bijns ed. 1886 (vóór 1529)
- 140 (nr. 38, strofe h, verzen 15-16). Amoureus rederijkersrefrein (gedateerd: 1525). Niet-verliefde man zegt tot vrouw die op hem verliefd is: Onteldt vrij een trapken, het blijft wel verholen; / hij acht u licht letter (minder), die ghij dus zeer mindt.
- 146 (nr. 40, strofe a, verzen 6-8). Amoureus rederijkersrefrein (gedateerd: 1525), amoureuze klacht van vrouw: Zoude icks niet achten / dat mijn liefken mij heeft een trapken onteldt? / Te recht ben ic ontsteldt.
- 216 (nr. 58, strofe b, vers 21). Amoureus rederijkersrefrein (gedateerd: 1526), amoureuze klacht van vrouw. Advies aan vrouwen met ontrouwe minnaar: Onteldt hij u een trapken, ontelter viere.
- 220 (nr. 58, strofe h, vers 13). Zelfde refrein, zelfde thema: Wat ontteldt hij u trapkens achter en vooren.
- 234 (nr. 62, strofe b, verzen 5-8). Amoureus rederijkersrefrein, amoureuze klacht van man tot ontrouwe geliefde: Zoudt ghij mij alden dach dus trappen onttellen / en hangen in mijn ooren schoon bellen, / zoo willickt ooc stellen van thienen van vieren / en mij vertieren.
Vanden Tien Esels ed. 1946 (1558)
- 27 (regels 20-24). Volksboek. Het hoofdstuk ‘Vanden sesten esel’ gaat over jaloerse mannen die hun brave vrouw niet vertrouwen. Want ten is geen noot te wachtene een goet eerbaer wijf ende een oneerbaer wijf oft hoere en can men niet wachten: want die soude den man een trapken ontellen al waert dat hy boven op die trappen sate.
Testament Rhetoricael II ed. 1979 (1561)
- 168 (fol. 249r, verzen 14-16). Rederijkerslyriek. Vrau venus brunellen, lyskens en leyskens / en die huer wederpaer eennen trap onttellen / zullen oock hebben wat.
- 235 (fol. 286r, vers 24). Vroed rederijkersrefrein over goede en slechnte vrouwen. Agar was blijkbaar een slechte: wech Agar die sara eennen trap onttelt. Hagar bedroog Sara met Abraham.
1b Een trapken onttellen = bedriegen (geestelijk, religieus)
Bruer Willeken ed. 1899 (vóór 1565)
- 208 (verzen 242-247). Rederijkersspel. De monnik Half Verdoelt wil het klooster verlaten voor de wereld. Buiten het klooster aanbeland, tonen Ducht voor Misdoen en Vreese voor dEnde hem drie ladders waarmee men ‘in de wereld kan klimmen’. De eerste ladder is die van de geestelijkheid, waarvan elke sport een deugd voorstelt. Half Verdoelt is daar niet mee ingenomen en zegt: Dees leere dunckt my al te recht te schynen; / moet men oyck soe nau passen en stellen? / Mach men onse Heer geenen trap ontellen? / Voer wysheit, leven in sotternyen? / Voer reynicheyt, spelen met amyen / heymelyck, secreet en anders niet? ‘Een trap ontellen’ betekent hier dus God bedriegen door een trapje van de ‘leer’ (wat zowel ladder als lering kan betekenen) over te slaan en te vervangen door iets anders, met andere woorden: een deugd vervangen door een ondeugd.
Minckijsers ed. 1992 (XVIB)
- 112r (verzen 590-597). Protestants getint rederijkersspel. Volck, die de katholieke leer aanhangt, wordt door een aantal personages weer op het rechte (protestantse) pad gebracht. Eén van deze personages is de nar Quaet en Waer. Wanneer deze zich met zijn marot Swijgen en Dencken heeft voorgesteld, zegtg Alderhande Gebreck (een hoer die samenhokt met Volck tegen de nar: Die woorden doch clincken / quaet en waer, wel draechdij ooren met bellen. Waar Volck aan toevoegt: Daerom hebt ghij oock moeten somtijts de trappen tellen / en u seijl strijcken voorde noortsche buijen / en wadt u marottgens bellen niet en luijen / daerom is sij oover al boven u geeert. Die marot heet Swijgen en Dencken: zij verzwijgt dus wat bekritiseerd moet worden (de katholieke leer), en daarom is zij geliefder dan de nar Quaet en Waer, die net wel kritiek spuit en daarom door de katholieken vervolgd wordt. ‘Trappen moeten tellen’ verwijst hier waarschijnlijk naar de protestanten die de ladder naar het schavot moeten bestijgen wanneer zij veroordeeld worden door de katholieken. De zegswijze ‘een trap onttellen’ speelt hier dus geen rol. Dat is wel zo in een latere passage…
- 119v (verzen 1436-1437). Wraecke van Sonden komt in naam van God de ‘ketters’ terechtstellen, maar Volck ontsnapt daaraan dankzij Der Genaeden Moeder (en omdat hij berouw heeft). Wraecke tot Genaeden: Och moeder genaden hoe menigen trap / onteldij mij dachlijckx twelck mijn geen jolijt drinckt. ‘Een trap onttellen’ betekent hier: bedriegen, tegenwerken (door zondaars te redden van Gods wraak).
2 Een trapken onttellen: vergelijkingsmateriaal
Jhesus collacien ed. 1962 (1480?)
- 132-135 (2de preek, regels 1-81). Prekenverzameling. Jezus leert de zusters hoe ze ’s avonds 12 trappen moeten beklimmen: die trappen verwijzen naar het mediteren over de verschillende bloedstortingen van Christus om zo te komen tot de ‘slaapzaal der rust’.
Plaijerwater ed. 2009 (XVIa)
- 70 (vers 196). Rederijkersklucht. Een overspelige vrouw zegt tot de pastoor met wie zij haar man bedriegt: Nu salic mijnen man een screve ontscrijven. Zie ook Plaijerwater ed. 1907: 171 (vers 200). In deze laatste editie (p. 537) wordt dit verklaard als: ‘Nu zal ik mijnen man een streepje van zijne rekening afnemen, om het op die van de paap over te schrijven. De nette vrouw houdt natuurlijkvan alle dingen nauwkeurig boek.’ Kan dit ook niet slaan op de gewoonte van herbergiers om het verbruik van de klant te turven via een streepjescode (vier verticale streepjes en één dwarsstreep)? Er kan dan makkelijk te veel aangerekend worden door met de streepjes te knoeien. Zulk een streepjescode werd in het Middelnederlands een vaene genoemd (zie Etymologicum ed. 1974: 574).
Bijns ed. 1886 (vóór 1529)
- 87 (nr. 23, strofe d, verzen 11-12). Amoureus rederijkersrefrein. Amoureuze klacht van vrouw: Hebic letter (een beetje) goeds, dat werdt mij ontkeven, / ontelt en ontscreven; dit sijn mijn gelucken.
Duypen en Gebuerinne ed. 1989-90 (circa 1550)
- 178 (169-170). Rederijkersklucht. De weduwe Gebuerinne probeert de rijke maar sullige en vrekkige vrijgezel Duypen tot een huwelijk te verleiden, maar wordt al gauw geïrriteerd door zijn gierige en verwende aard. In een terzijde zegt zij: maer had jck u getrout, al satty op den stegere [ladder] / soo sal jck u vergelden al soo mennighen trap. Met andere woorden: zij zal hem vaak bedriegen (met andere mannen). Hier dus duidelijk sprake van een ladder.
De Bruyne ed. 1925 (1561)
- 15 (nr. 4, strofe 1, verzen 4-6). Zot-erotisch rederijkersrefrein over jongemannen die vaak een al zwanger meisje huwen: En by wylen een quaey Isebeel trouwen, / quansuys maecht synde voer mans en vrouwen, / maer hebbende nochtans menigen trap vol staende [variant: uut staende]. De betekenis is duidelijk: die zogenaamde maagden hebben al vaak seks gehad, maar wat betekent ‘trap’ hier? Slaat dit metaforisch op de streepjes bij het turven van drankverbruik in een herberg?
[explicit 4 april 2026 – Eric De Bruyn]