Jheronimus Bosch Art Center

Tamis 2023

 

 

“Family functions: reviewing the Van Aken workshop” (Dorien Tamis) 2023

 

[in: Jos Koldeweij en Willeke Cornelissen (red.), Jheronimus Bosch – His Workshop and His Followers – 5th International Jheronimus Bosch Conference, May 11-13, 2023, Jheronimus Bosch Art Center, ’s-Hertogenbosch, The Netherlands. Jheronimus Bosch Art Center, ’s-Hertogenbosch, 2023, pp. 356-373]

 

 

Deze paper behandelt de vraag: hoe stemt wat wij weten over de organisatie binnen schildersateliers in het algemeen overeen met wat wij weten over de ‘onderneming’ van de Van Aken-familie. De meeste kenners zijn het erover eens dat Bosch lid was van een familie-atelier, maar of daar ook medewerkers van buiten de familie aan deelnamen, weten we niet zeker. Er waren jaren tijdens Bosch’ actieve periode waarin de familie zes potentiële medewerkers kon leveren, in andere jaren waren dat er vier. Documenten in verband met Bosch’ atelier kunnen aan geen enkel van zijn bewaarde schilderijen verbonden worden, maar zijn oeuvre wordt algemeen beschouwd als het product van een samenwerkingsverband binnen een atelier. Dingen die wijzen op atelier-medewerking zijn de aanwezigheid van verschillende ‘handen’ en het herbruiken van bepaalde motieven. Waarschijnlijk maakten Bosch’ klanten geen bezwaar tegen de deelname van medewerkers, zolang er maar sprake was van hoogkwalitatief vakmanschap.

 

[explicit 21 mei 2024 – Eric De Bruyn]

Hoogstede 2023

 

 

“The Vienna Last Judgement Triptych revisited: notes on comparing paintings” (Luuk Hoogstede) 2023

 

[in: Jos Koldeweij en Willeke Cornelissen (red.), Jheronimus Bosch – His Workshop and His Followers – 5th International Jheronimus Bosch Conference, May 11-13, 2023, Jheronimus Bosch Art Center, ’s-Hertogenbosch, The Netherlands. Jheronimus Bosch Art Center, ’s-Hertogenbosch, 2023, pp. 342-354]

 

 

Alle panelen van Bosch’ Weense Laatste Oordeel-drieluik vertonen talrijke kleinere en grotere veranderingen, zowel in de ondertekening als in de schilderfasen. Latere toevoegingen, daterend van na 1520-25, omvatten heel wat retoucheringen en aanzienlijke overschilderingen die op de linker en rechter binnenluiken werden aangebracht tijdens meerdere reinigingscampagnes en restauraties. De buitenluiken en het middenpaneel bleven beter bewaard en lenen zich dus beter voor een vergelijking van details binnen het drieluik en in andere werken van Bosch, ofschoon de interpretatie altijd onderhevig blijft aan subjectiviteit. Hoogstede somt dan zes belangrijke kenmerken op van de schilderwijze op de binnenpanelen van het Weense drieluik. Sommige van deze kenmerken komen ook voor op een aantal andere werken van Bosch, sommige dan weer niet. We hebben echter nog geen echt klare kijk op Bosch’ artistieke ontwikkeling en de chronologie van zijn schilderijen blijft een lastige kwestie. Het lijkt veilig om de medewerking van atelierassistenten aan te nemen, vooral waar het de grotere schilderijen betreft. Het Weense Laatste Oordeel-drieluik kan ons helpen om meer inzicht te verwerven in de werkpraktijken van Bosch’ atelier, maar verder onderzoek van de beschikbare technische gegevens is noodzakelijk.

 

[explicit 20 mei 2024 – Eric De Bruyn]

Spronk 2023

 

 

“The Vienna Last Judgement revisited: The underdrawings” (Ron Spronk) 2023

 

[in: Jos Koldeweij en Willeke Cornelissen (red.), Jheronimus Bosch – His Workshop and His Followers – 5th International Jheronimus Bosch Conference, May 11-13, 2023, Jheronimus Bosch Art Center, ’s-Hertogenbosch, The Netherlands. Jheronimus Bosch Art Center, ’s-Hertogenbosch, 2023, pp. 322-340]

 

 

De Weense Laatste Oordeel-triptiek van Bosch werd tussen 2011 en 2018 onderworpen aan veelvoudig technisch onderzoek binnen de context van twee verschillende studieprojecten. De identificatie (door Koldeweij) van de heilige op het rechter buitenluik als Sint-Hippolytus en de doorlichting van het wapenschild op hetzelfde paneel leidden tot de conclusie dat het drieluik besteld werd door Hippolyte de Berthoz, een hoge Bourgondische hoveling uit Brugge. De vroege overschildering van het wapenschild van De Berthoz en zijn aanwezigheid als getekende maar nooit uitgeschilderde opdrachtgever in de linker benedenhoek van het middenpaneel waren waarschijnlijk het gevolg van de dood van Hippolyte in 1503, wat betekent dat het drieluik hoogstwaarschijnlijk rond dat jaar in productie was.

 

Spronk wijst op een ‘opvallend, zelfs dramatisch’ verschil tussen de stijl van uitvoering en de gebruikte materialen van de ondertekening op de buitenluiken en die van de binnenpanelen. De ondertekeningen op de buitenluiken passen perfect binnen de kerngroep van Bosch-werken, maar dat geldt niet voor de ondertekeningen op de binnenpanelen. De ondertekeningen van de geopende triptiek verschillen dramatisch qua stijl en methode van de ondertekeningen op de buitenluiken en van de schilderijen die behoren tot de kern van Bosch’ oeuvre. Dat is waarom het BRCP de authenticiteit van de ondertekeningen op de binnenpanelen afwijst: zij werden niet uitgevoerd door Bosch zelf. De buitenluiken werden wel in tekening voorbereid en uitgeschilderd door Bosch zelf.

 

Wie kan er dan verantwoordelijk geweest zijn voor de ondertekeningen van de binnenpanelen? Misschien was het Jan Provoost, een schilder uit Brugge (geboren rond 1465) die wellicht een korte tijd rond 1503 actief was in het atelier van Bosch. Of vond de productie van het drieluik plaats in Brugge, de thuisstad van de opdrachtgever, in samenwerking met één of meer lokale schilders? Er bestonden een aantal verbanden tussen de (brede) Van Aken-familie en Brugge. De mogelijkheid dat Bosch op locatie werkte aan grote opdrachten (men denke bijvoorbeeld ook aan de Tuin der Lusten-triptiek) verdient meer aandacht.

 

Als het BRCP gelijk heeft, dan werpt ‘de zaak-Wenen’ een interessant licht op de conclusies van Koreny (zie Koreny 2012, Koreny 2023), al bewijst zij niet noodzakelijk dat Koreny volledig ongelijk had.

 

[explicit 16 mei 2024 – Eric De Bruyn]

Scholten 2023

 

 

“The painters Jan Claessoen and Ghysbrecht Tyssoen Hoeyen; specialised employees of Jheronimus Bosch?” (Loes Scholten) 2023

 

[in: Jos Koldeweij en Willeke Cornelissen (red.), Jheronimus Bosch – His Workshop and His Followers – 5th International Jheronimus Bosch Conference, May 11-13, 2023, Jheronimus Bosch Art Center, ’s-Hertogenbosch, The Netherlands. Jheronimus Bosch Art Center, ’s-Hertogenbosch, 2023, pp. 298-320]

 

 

Nadat zij een overzicht heeft gegeven van wat wij tegenwoordig weten over de ateliers van Bosch’ vader en van Bosch zelf, richt Scholten de aandacht op het altaarretabel van de Bossche Onze-Lieve-Vrouwebroederschap. Hoogstwaarschijnlijk werd Bosch bijgestaan door schilders die af en toe de toelating kregen om zelf een werk uit te voeren. Twee van deze medewerkers kunnen Jan Claessoen en Ghysbrecht Tyssoen Hoeyen geweest zijn, die beiden gedurende vele dagen (respectievelijk 329 en 318) tussen 1508 en 1510 werkten aan het polychromeren en vergulden van de gebeeldhouwde onderdelen van het altaarretabel van de Broederschap. Dit is aannemelijk omdat het in 1508 Bosch en Jan Heyns waren die de Broederschap advies gaven in verband met haar altaarretabel en omdat het voor middeleeuwse schildersateliers niet ongewoon was om opdrachten in verband met polychromeren en vergulden aan te nemen. Jheronimus zelf moest zich waarschijnlijk met meer creatieve projecten bezighouden en liet minder belangrijke en tijdrovende opdrachten over aan zijn assistenten.

 

[explicit 13 mei 2024 – Eric De Bruyn]

Salsi 2023

 

 

The Dream of Raphael or The Allegory of Human Life by Giorgio Ghisi and its pictorial copies: the success of a motif ‘d’après Bosch’ in the second half of the sixteenth century” (Claudio Salsi) 2023

 

[in: Jos Koldeweij en Willeke Cornelissen (red.), Jheronimus Bosch – His Workshop and His Followers – 5th International Jheronimus Bosch Conference, May 11-13, 2023, Jheronimus Bosch Art Center, ’s-Hertogenbosch, The Netherlands. Jheronimus Bosch Art Center, ’s-Hertogenbosch, 2023, pp. 276-297]

 

 

In deze bijdrage betoogt Salsi dat een aanzienlijk onderdeel van Giorgio Ghisi’s gravure De Allegorie van het Menselijk Leven (gepubliceerd in 1561) ‘bijna letterlijk’ de centrale voorstelling reproduceert van het middenpaneel van Bosch’ Verzoekingen van de H. Antonius-drieluik (Lissabon), zelfs al is de verwijzing naar Boschiaanse iconografie ‘niet expliciet en wellicht niet onmiddellijk gewild door de graveur uit Mantua’. Salsi introduceert verder ook nog vijf schilderijen die gebaseerd zijn op Ghisi’s prent met wisselende niveaus van getrouwheid. Persoonlijk en met de beste wil van de wereld kan ik geen overeenkomsten ontdekken tussen de gravure van Ghisi en Bosch’ middenpaneel in Lissabon.

 

[explicit 10 mei 2024 – Eric De Bruyn]

Michael 2023

 

 

“With the ‘Rockman’ from ‘Bosch’ to ‘Van Oostsanen’” (Meinhard Michael) 2023

 

[in: Jos Koldeweij en Willeke Cornelissen (red.), Jheronimus Bosch – His Workshop and His Followers – 5th International Jheronimus Bosch Conference, May 11-13, 2023, Jheronimus Bosch Art Center, ’s-Hertogenbosch, The Netherlands. Jheronimus Bosch Art Center, ’s-Hertogenbosch, 2023, pp. 228-252]

 

 

In dit essay, dat gebukt gaat onder een gebrek aan methodologie en vermoedelijk ook onder een matige vertaling uit het Duits, tracht Michael de lezer te overtuigen van de aanwezigheid van een aantal soortgelijke details en visuele echo’s in twee tekeningen van de zogenoemde Meester van de Dresdener William van Maleval-Tekening, in enkele Bosch-schilderijen en tekeningen, en in werken uit de omgeving van Jacob Cornelisz van Oostsanen. Dit leidt tot de uitermate speculatieve hypothese dat de tekenaar van de Maleval-tekeningen iemand was die eerst in het atelier van Bosch werkte en later in het atelier van Van Oostsanen.

 

[explicit 8 mei 2024 – Eric De Bruyn]

Lafontaine 2023

 

 

“‘A Rose by Any Other Name’: Connoisseurship and Questions of Attribution in Jheronimus Bosch’s Haywain Triptych” (Marie-Eve Lafontaine) 2023

 

[in: Jos Koldeweij en Willeke Cornelissen (red.), Jheronimus Bosch – His Workshop and His Followers – 5th International Jheronimus Bosch Conference, May 11-13, 2023, Jheronimus Bosch Art Center, ’s-Hertogenbosch, The Netherlands. Jheronimus Bosch Art Center, ’s-Hertogenbosch, 2023, pp. 204-227]

 

 

Het onderzoek van het Bosch Research and Conservation Project (BRCP 2016) heeft interessante wetenschappelijke gegevens opgeleverd betreffende het oeuvre van Bosch, terwijl het boek van Koreny dat in 2012 gepubliceerd werd en de aandacht vooral richt op tekeningen, ondertekeningen en stijl, gebaseerd is op connoisseurship (kennerschap). Koreny heeft er terecht op gewezen dat schilderijen die door het BRCP aan dezelfde periodes werden toegewezen, grote verschillen vertonen wat stijl en techniek betreft. Aangezien het bijna onmogelijk is om exact vast te stellen waar de authentieke werken van Bosch eindigen en de werken van zijn assistenten en navolgers beginnen, pleit Lafontaine voor een combinatie van connoisseurship en de interpretatie van strikt-wetenschappelijke gegevens wanneer het gaat om kwesties van toeschrijving.

 

Koreny houdt geen rekening met de complexe werkmethoden binnen het atelier van een laatmiddeleeuwse kunstenaar en hij legt een direct verband tussen de ondertekening van een schilderij en de schilder. Om die reden verwijderde hij de Hooiwagen-triptiek uit het authentieke Bosch-oeuvre en schreef hij dit drieluik toe aan een linkshandige medewerker van Bosch. Lafontaine meent echter dat de Prado-Hooiwagen hoogstwaarschijnlijk het resultaat was van samenwerking tussen Bosch en één of meer van zijn assistenten. Koreny had gelijk toen hij wees op de linkshandige ondertekening van de engel op het linker binnenluik, maar linkshandige ondertekeningen komen in de rest van het drieluik niet even duidelijk voor. Daarom lijkt het wat voorbarig om de Hooiwagen uit het Bosch-oeuvre te schrappen.

 

Lafontaine gelooft dat het aantal Bosch-werken dat geproduceerd werd met de hulp van atelier-medewerkers aanzienlijk hoger is dan opgelijst wordt door de BRCP-auteurs, wat te maken heeft met hun aarzeling om een onderscheid te maken tussen verschillende types van ondertekening. Terwijl het BRCP erg sterk is in technische analyse, ontbeert het het kennerschap van Koreny, wat vooral duidelijk wordt in de behandeling van de Bosch-tekeningen, die bij het BRCP aan de oppervlakkige kant blijft. Nochtans zijn beide publicaties (BRCP 2016 en Koreny 2012) producten van zeer ervaren specialisten. Als vergelijkend kennerschap en de interpretatie van wetenschappelijke data gecombineerd worden, kan dit in de nabije toekomst leiden tot een betrouwbare methodologie als het om toeschrijvingen gaat.

 

[explicit 4 mei 2024 – Eric De Bruyn]

Kubies 2023

 

 

“Listening to the angels… or why the Last Judgement from the collection of the Wawel Royal Castle in Cracow was not painted by Jheronimus Bosch” (Grzegorz Kubies) 2023

 

[in: Jos Koldeweij en Willeke Cornelissen (red.), Jheronimus Bosch – His Workshop and His Followers – 5th International Jheronimus Bosch Conference, May 11-13, 2023, Jheronimus Bosch Art Center, ’s-Hertogenbosch, The Netherlands. Jheronimus Bosch Art Center, ’s-Hertogenbosch, 2023, pp. 182-203]

 

 

De kunstverzameling van de Koninklijke Wawel-burcht in Krakau bezit een Boschiaanse Laatste Oordeel-triptiek (circa 1550) die grotendeels beïnvloed werd door het rechter binnenluik van Bosch’ Tuin der Lusten-drieluik. In dit essay focust Kubies op de weergave van de vier op trompetten blazende engelen op het middenpaneel. In Bosch’ Laatste Oordeel-drieluiken in Brugge en Wenen kondigen de trompetblazende engelen niet het opstaan van de doden uit hun graf aan, maar wel het einde van de tijd en de bestraffing der zondaars. Na een lange uitweiding over trompetten bij Bosch en andere laatmiddeleeuwse kunstenaars concludeert Kubies dat de manier waarop de engelen en hun trompetten worden voorgesteld in het drieluik van Krakau, verschilt van de wijze waarop Bosch dit motief behandelde. Dat is waarom het drieluik dient toegeschreven aan een Bosch-navolger. Hetzelfde geldt voor de Boschiaanse Laatste Oordeel-triptiek in het Museum Krona te Uden.

 

[explicit 28 april 2024 – Eric De Bruyn]

Koreny 2023

 

 

“Jheronimus Bosch, Observations on his painting style” (Fritz Koreny) 2023

 

[in: Jos Koldeweij en Willeke Cornelissen (red.), Jheronimus Bosch – His Workshop and His Followers – 5th International Jheronimus Bosch Conference, May 11-13, 2023, Jheronimus Bosch Art Center, ’s-Hertogenbosch, The Netherlands. Jheronimus Bosch Art Center, ’s-Hertogenbosch, 2023, pp. 168-181]

 

 

In 2016 beschouwde de catalogue raisonné die gepubliceerd werd door het Bosch Research and Conservation Project, twintig Bosch-schilderijen als onmiskenbaar autograaf, maar de verschillende stijl en techniek van sommige van deze werken (impasto-schilderwijze, duidelijk waarneembaar reliëf van de verfstreken, linkshandige ondertekening) wijzen op een tweede, excellente kunstenaar die werkte met en naast Bosch. Deze medewerker schilderde de Hooiwagen-triptiek (Prado) en de Sint-Antonius-triptiek (Lissabon). De drastische overschilderingen op het Johannes de Doper-paneel (Madrid) en de binnenluiken en de donors op de buitenkant van het Aanbidding der Wijzen-drieluik (Prado) zijn ook van zijn hand. Deze ‘tweede Bosch’ was verder verantwoordelijk voor de Marskramer-triptiek (Rotterdam, Parijs, New Haven, Washington) en voor het Gentse Sint-Hiëronymus-paneel.

 

[explicit 28 april 2024 – Eric De Bruyn]

Koldeweij 2023

 

 

“Four of the Triptychs by Jheronimus Bosch as ‘exempla iustitiae’ and Albrecht Dürer’s ‘gross beth’” (Jos Koldeweij) 2023

 

[in: Jos Koldeweij en Willeke Cornelissen (eds.), Jheronimus Bosch – His Workshop and His Followers – 5th International Jheronimus Bosch Conference, May 11-13, 2023, Jheronimus Bosch Art Center, ’s-Hertogenbosch, The Netherlands. Jheronimus Bosch Art Center, ’s-Hertogenbosch, 2023, pp. 134-167]

 

 

In West-Europa waren rond 1500 uitbeeldingen van het Laatste Oordeel bijna altijd aanwezig in of nabij raadkamers en plekken waar recht werd gesproken als ‘exempla iustitiae’ (voorbeelden van gerechtigheid). Koldeweij stelt dat Bosch’ Laatste Oordeel-drieluiken in Brugge en Wenen niet alleen memoriestukken waren maar ook gerechtigheidsvoorstellingen. Dat laatste zou ook kunnen gelden voor de Visioenen uit het Hiernamaals-panelen (Venetië), voor Lucas Cranachs kopie van het Weense Laatste Oordeel (mogelijk bestemd voor het stadhuis van Wittenberg) en zelfs voor Bosch’ Hooiwagen-, Marskramer- en Tuin der Lusten-drieluiken. In 1517 werd dit laatste drieluik door Antonio de Beatis en enkele jaren later ook door Albrecht Dürer gezien in het Brusselse paleis van Hendrik III van Nassau. Beiden vermeldden ook de aanwezigheid van een ‘groot bed’ in hetzelfde paleis. Wellicht was dit niet een gewoon bed, bestemd voor losbandigheid, maar een zogenaamd lit de justice, een ‘staatsiebed’: een platform bedekt met kostbare stoffen en bedoeld voor ceremoniële ontvangsten. Mogelijk bevond dit ‘bed’ zich in dezelfde zaal waar ook de Tuin en andere schilderijen hingen, en die gebruikt werd voor raadszittingen en rechtszaken. Het zou kunnen dat De Beatis en Dürer het Franse woord ‘lit’, dat gebruikt werd door een gids tijdens hun rondleiding door het Brusselse Nassau-paleis, verkeerd begrepen hebben.

 

[explicit 19 april 2024 – Eric De Bruyn]

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram