Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90
Datering
Voor 1562
Moderne editie
Herman Meijling (ed.), "Esbatementen van de Rode Lelije te Brouwershaven", Drukkerij De Waal, Groningen, 1946, pp. 146-171
Taal
Middelnederlands

Bijstier (anoniem) vóór 1562

[Teksteditie: Herman Meijling (ed.), Esbatementen van de Rode Lelije te Brouwershaven. Drukkerij De Waal, Groningen, 1946, pp. 146-171 = Bijstier ed. 1946] [Hummelen 1 J 7]

 

Auteur

 

Een anonieme rederijker.

 

Genre

 

Een esbatement of rederijkersklucht.

 

Situering / datering

 

Dit stuk (469 verzen) is één van de teksten die aangetroffen werden in een verzamelhandschrift met esbatementen op het stadhuis van Brouwershaven (Zeeland). Deze codex is afkomstig uit het archief van de plaatselijke rederijkerskamer De Rode Lelije en wordt thans bewaard in de Universiteitsbibliotheek te Utrecht (nr. 8.K.28). Volgens een aantekening op het einde van de tekst werd dit spel opgevoerd op 9 februari 1562, wat meteen de terminus ante quem voor het ontstaan ervan vormt. Volgens Meijling is het stuk ongetwijfeld van West-Vlaamse oorsprong omdat alles draait rond het West-Vlaamse woord bijstier [ed. 1946: XXII].

 

Inhoud

 

[Het begin ontbreekt. De noodtitel werd door Meijling in het leven geroepen.] De zuinige vrouw Spaerkijste is gehuwd met de dwaze man Quistegoed, die geen geld kan beheren. Nu heeft hij weer een slome hond gekocht waarvan hij beweert dat die veel hazen zal gaan vangen. De hond heet ‘Bijstier’ (Armoedig). Na wat geruzie met zijn vrouw ontmoet Quistegoed de kwakzalver Meester Quacsalver. Met het laatste geld dat hij van zijn vrouw gekregen heeft, koopt Quistegoed van deze bedrieger een aantal zalfjes en drankjes. Als Spaerkiste dit te weten komt, trekt zij met haar man naar de kwakzalver om deze de huid vol te schelden en zelfs af te rammelen. De baljuw komt erbij te pas. De kwakzalver mag zich heenspoeden, Quistegoed wordt echter veroordeeld om heel zijn leven met Bijstier te leven, en Spaerkijste zal heel haar leven Bijstier eten moeten geven. Op het einde richt Spaerkiste zich tot de vrouwen in het publiek met het advies goed uit te kijken alvorens te huwen, want alle mannen zijn even grote onnozelaars als haar eigen man.

 

Thematiek

 

Behalve entertainment wordt hier ook negatieve zelfdefiniëring gebracht vanuit burgerlijk perspectief. Negatieve zelfbeelden zijn de bedrieglijke kwakzalver en de dwaze, geldverkwistende echtgenoot.

 

Receptie

 

Thematiek en bewaarcontext (een rederijkerskamer in Brouwershaven) wijzen in de richting van stadsliteratuur. Verband met Brouwershaven.

 

Profaan / religieus?

 

Deze klucht is zuiver profaan van aard.

 

Aantekeningen

 

De tekstbezorger (Herman Meijling) oordeelde terecht erg negatief over deze klucht: ‘Het stuk is zeer onbelangrijk. De compositie is verward, de verhouding der verschillende tafrelen onverantwoord. De monoloog van de kwakzalver is te lang, evenals zijn dispuut met Quistegoed. De personen zijn weer onaannemelijk en weer de bekende typen: de vrouw bij de hand, de man een sul.’

 

[explicit 11 januari 1999 / 30 juli 2015]

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram