Jheronimus Bosch Art Center
Datering
1346-1351
Moderne editie
F.-A. Snellaer (ed.), "Nederlandsche Gedichten uit de veertiende eeuw van Jan van Boendale, Hein van Aken en anderen, naar het Oxfordsch handschrift (...) uitgegeven", M. Hayez, Brussel, 1869, pp. 286-488
Taal
Middelnederlands

Dboec van Gods wraken (Jan van Boendale?) 1346-1351

[Teksteditie: F.-A. Snellaert (ed.), Nederlandsche Gedichten uit de veertiende eeuw van Jan van Boendale, Hein van Aken en anderen, naar het Oxfordsch handschrift (…) uitgegeven. M. Hayez, Brussel, 1869, pp. 286-488 = Boec van Gods wraken ed. 1869]

[Moderne hertaling: Wim van Anrooij (vert.), Boek van de wraak Gods. Griffioen-reeks, Em. Querido’s Uitgeverij, Amsterdam, 1994 = Boec van Gods wraken ed. 1994]

 

Genre

 

Een Middelnederlands leerdicht. De titel in het handschrift luidt: Boec vander wraken. In de proloog (vers 31) luidt de titel: dboec van Gods wraken. In deel III, hoofdstuk 13, vers 1645 luidt de titel: dBoec van wraken.

 

Auteur

 

Vermoedelijk de Antwerpse schepenklerk Jan van Boendale [ed. 1869: XXXI, ed. 1994: 115, Van Anrooij 1995a].

 

Situering / datering

 

De tekst bleef bewaard in handschrift (Oxford, Bodleian Library, Codex Marshall 29) en ontstond in Antwerpen in twee fasen. Een eerste versie (gaande tot en met deel III – hoofdstuk 12) kwam tot stand in 1346. In 1351 werd deze eerste versie van een vervolg voorzien [ed. 1994: 115 / 125-126, Van Anrooij 1995a].

 

Inhoud

 

De tekst is verdeeld over drie boeken (respectievelijk 2033, 1317 en 2520 verzen, in totaal 5870 verzen) en verder onderverdeeld in 53 hoofdstukken. De centrale boodschap van de Antwerpse auteur bestaat uit de vaststelling dat de veertiende-eeuwse maatschappij grondig aan het ontsporen is. Corruptie, zelfzucht, wellust en hovaardigheid geven overal de toon aan en werkelijk niemand (van dorpspastoor tot paus, van burger tot koning) ontsnapt aan de vaak vlijmscherpe sociale kritiek. De auteur tilt deze kritiek vervolgens op een theologisch niveau door te stellen dat al deze wantoestanden bewijzen dat de eindtijd nabij is en de Antichrist niet lang meer op zich zal laten wachten: het zondige gedrag van de mens wordt altijd door God gewraakt. Dat gebeurt weliswaar eerder laat dan vroeg, omwille van Gods eindeloze barmhartigheid die de zondaar altijd de kans wil laten om zich alsnog te bekeren. De talloze oorlogen en de pestepidemie dienen in dit licht geïnterpreteerd te worden als een niet mis te verstane goddelijke vingerwijzing. In het laatste hoofdstuk van zijn boek richt de middeleeuwse auteur zich op pakkende wijze rechtstreeks tot de lezer, om mee te delen dat ouderdom en ziekte hem verhinderen de pen nog ter hand te nemen. Dat maakt van het Boec van Gods wraken meteen het literaire testament van de Antwerpse dichter, wat misschien gedeeltelijk de vaak bittere en donkere toon van de tekst kan verklaren.

Vergelijk ook de inhoudstafel in ed. 1994: 5-8.

 

Thematiek

 

Duidelijk stichtelijk bedoeld. Boendale (?) gispt de hebzucht en de hoogmoed van de veertiende-eeuwse maatschappij, waarbij zijn sociale kritiek niemand spaart. Omdat God de zondigheid van de mens altijd wreekt, is het dringend nodig om terug christelijk en deugdzaam te leven, anders zullen de Antichrist en de eindtijd niet lang meer op zich laten wachten [ed. 1994: 120 / 123].

In verband met de politieke achtergrond noteert Van Anrooij [ed. 1994: 124]: ‘Bij lezing van het Boec van der wraken is overigens direct duidelijk aan welke zijde Boendale staat. Hij neemt het op voor keizer Lodewijk van Beieren en maakt front tegen de paus. Van de Franse koning moet hij ook niets hebben. Edward III van Engeland is daarentegen een man naar zijn hart. Op de achtergrond tekenen zich hier, in grote lijnen, de partijvorming af van waaruit in 1337 de Honderdjarige Oorlog was begonnen’.

 

Receptie

 

Stadsliteratuur. De auteur van de tekst behoort tot de zogenaamde ‘Antwerpse school’ van de veertiende eeuw. De tekst richt zich tot het stedelijke patriciaat, meer bepaald tot het Antwerpse stadsbestuur én tot de hoge Brabantse adel, meer bepaald tot hertog Jan III [ed. 1994: 116-117 / 128].

 

Profaan / religieus?

 

De tekst bevat een mengeling van profane en religieuze ethiek.

 

Geraadpleegde lectuur

 

  • W. van Anrooij, “Boendales ‘Boec van der wraken’, datering en ontstaansgeschiedenis”, in: Queeste – Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden, jg. 2 (1995), nr. 1, pp. 40-53 [= Van Anrooij 1995a].
  • Eric De Bruyn, “Veertiende-eeuws doemdenken”, in: De Standaard der Letteren, 18 februari 1995, p. 12 [recensie van de editie-1994].
  • Wim van Anrooij e.a., Al t’Antwerpen in die stad – Jan van Boendale en de literaire cultuur van zijn tijd. Nederlandse literatuur en cultuur in de Middeleeuwen – XXIV, Prometheus, Amsterdam, 2002.
  • Frits van Oostrom, Wereld in woorden – Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1300-1400. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, 2013, pp. 161-164.

 

[explicit 21 februari 1995 / 9 september 2016]

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram