Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90
Datering
Circa 1100
Moderne editie
Ard Posthuma (vert.), "Het lied van Roeland", Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2004
Taal
Oudfrans

La Chanson de Roland (Turoldus?) circa 1100

[Editie en Franse hertaling: Joseph Bédier (ed./vert.), La Chanson de Roland, publiée d’après le manuscrit d’Oxford et traduite. L’Edition d’Art H. Piazza, Parijs, 1964, 355 blz. = La Chanson de Roland ed. 1964]

[Nederlandse vertaling: Ard Posthuma (vert.), Het lied van Roeland. Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2004, 182 blz. = La Chanson de Roland ed. 2004]

 

Genre

 

Een Oudfrans chanson de geste. Een ‘chanson de geste’ is een verhalende tekst over (al dan niet verzonnen) belangrijke gebeurtenissen uit de tijd van de Merovingische en Karolingische koningen, geconstrueerd in strofen (laisses) van verschillende lengte, gezongen door een jongleur [Stuip 1988: 43]. De term ‘chanson de geste’ komt voor in de Erec et Enide van Chrétien de Troyes (ca. 1165, vers 6.617) en in een iets andere vorm in het Chanson de Guillaume (ca. 1140, vers 1.261), in beide gevallen ter aanduiding van teksten over koningen en heersers. In de Roman de Renart (branche II, ca. 1175, vers 7) worden ‘chansons de geste’ genoemd naast fabliau’s en romans: het lijkt een tekstsoort te zijn die past bij een adellijk publiek. Het woord ‘geste’ is afgeleid van het Latijnse ‘gesta’ en betekent ‘daden’, met een bijsmaak van ‘heldendaden’. [Stuip 1988: 44] De ‘chansons de geste’ die wij nu nog kennen, zijn gebaseerd op een oudere orale traditie en werden vanaf het midden van de twaalfde eeuw neergeschreven, soms door gewone jongleurs, soms door begaafde trouvères of dichters. Sommige ‘chansons’ zijn in verschillende versies bewaard. [Stuip 1988: 42].

 

Men kan de ‘chansons de geste’ chronologisch indelen in drie periodes. Vóór 1150 zijn er teksten rond Karel de Grote, Guillaume (d’Orange) en opstandige baronnen en is er ook al een parodie op het genre (Le Voyage de Charlemagne à Jérusalem et à Constantinople, ook bekend als Le Pèlerinage de Charlemagne). In deze verhalen: stoere strijders en veel wapengekletter. In de volgende periode (circa 1150 tot 1300) worden de meeste van de ongeveer 100 bewaarde ‘chansons de geste’ geschreven. Er gaan nu ook andere idealen meespelen dan de verdediging van het christendom: de vrouwelijke personages krijgen meer aandacht. In de laatste periode (1300-1500) loopt de productie terug: er worden nog ongeveer dertig teksten geschreven, voor het grootste deel gebaseerd op oudere teksten. [Stuip 1988: 48] Men kan ook een indeling maken op basis van de inhoud en de personages. De eerste twee groepen draaien dan rond Karel de Grote of andere Franse koningen en heersers. In een derde groep gaat de aandacht uit naar opstandige baronnen. [Stuip 1988: 49-52]

 

Auteur

 

Het laatste vers van de tekst luidt: Ci falt la geste que Turoldus declinet [hier eindigt het lied dat Turold heeft gedicht]. Of deze Turoldus de auteur, de compilator, de bewerker, de voordrachtkunstenaar of de kopiist was, blijft onduidelijk [ed. 2004: 182].

 

Situering / datering

 

La Chanson de Roland wordt beschouwd als het oudste, bewaard gebleven ‘chanson de geste’. De oudste versie dateert van omstreeks 1100 en bleef bewaard in het zogenaamde ‘Oxfordse handschrift’ (Oxford, Bodleian Library, ms. Digby 23). Het is een tekst van 4.002 verzen, geschreven in assonerende laisses. Men neemt aan dat de Oxford-Roland geschreven is door een geniaal dichter die gebruik maakte van bestaand materiaal en een tekst produceerde die het voorbeeld zou worden voor het hele genre. [Stuip 1988: 41/43/50] Het Oxfordse handschrift, dat wellicht dateert uit het einde van de twaalfde eeuw (circa 1170), is narratief gezien beter gestructureerd dan de zeven andere versies (die onder meer bewaard worden in Venetië en Parijs) [ed. 2004: 154, ed. 1964: II-IV]. De Oxford-versie werd gekopieerd door een Anglo-Normandische klerk in Engeland die Frans sprak en schreef zoals dat in Engeland gangbaar was, honderd jaar na de Slag bij Hastings (1066). De oorspronkelijke tekst zal echter geschreven geweest zijn in continentaal Frans dat minstens een halve eeuw ouder was. [ed. 1964: II] Naar verluidt zouden de Normandiërs het heldenverhaal van Roland tijdens de Slag bij Hastings reeds als strijdlied gezongen hebben [Hornstein e.a. 1973: 489].

 

Inhoud

 

La Chanson de Roland is een historische fictie die verwijst naar de Slag bij Roncesvalles die op 15 augustus 778 in de Spaanse Pyreneeën plaatsvond en waar (volgens de Vita Karoli Magni van Karel de Grotes biograaf Einhard) de Franken een vernietigende nederlaag leden tegen een kleine groep Basken. Het verhaal in het Chanson de Roland ziet er echter heel anders uit.

 

De tekst bestaat duidelijk uit drie delen. In het eerste deel wordt verhaald hoe Karel de Grote na zeven jaar bijna heel Spanje heeft veroverd, behalve Saragossa waar de islamitische koning Marsilis (Marsilie) nog weerstand biedt. Ganelon, de toekomstige schoonvader van Roland, wordt als onderhandelaar naar Marsilis gestuurd, maar hij verraadt zijn volk. Ganelon komt Karel vertellen dat Marsilis naar Aken zal reizen om zich te onderwerpen, als de Franken uit Spanje wegtrekken, maar ondertussen heeft hij Marsilis de raad gegeven om Karels achterhoede in de Pyreneeën te overvallen. Deze achterhoede, onder leiding van Roland, loopt inderdaad in een hinderlaag, en na een heldhaftige strijd delven de Franken massaal het onderspit.

 

Karel is echter gealarmeerd doordat Roland op zijn hoorn (De Olifant) heeft geblazen en in het tweede deel keren de Franken terug om zich te wreken. Koning Marsilis krijgt de hulp van emir Baligant (uit Babylon), maar dat mag niet baten: eerst wordt Marsilis’ leger verslagen te Roncesvalles, dan wordt het leger van Baligant in een hevige veldslag overwonnen en ten slotte wordt Saragossa veroverd. Het derde deel speelt zich af in Aken, waar een proces wordt gevoerd tegen Ganelon. Een ridder die Ganelon steunt en een ridder van Karel de Grote gaan een duel aan en dit godsoordeel wordt gewonnen door de ridder van Karel. Ganelon en de zijnen worden opgeknoopt.

 

Thematiek

 

Als het genre rond 1050 ontstaat, zoekt de Franse samenleving naar een nieuwe vorm en door de herinnering aan helden uit het nationale verleden vast te houden, biedt het ‘chanson de geste’ modellen aan voor de nieuwe tijd: door verhalen te brengen rond een machtige koning met allerlei goede kwaliteiten wordt structuur gegeven aan de zich ontwikkelende monarchie. [Stuip 1988: 53] Op vorst en adel gerichte positieve zelfbeelden in het Chanson zijn onder meer Karel de Grote, die als grote keizer van het christelijke westen een ideaaltype en een heersersmodel vormt, en de Frankische strijders (Roland en zijn vriend Olivier voorop) wier inzet, opofferingsgezindheid en trouw aan de feodale heer evenzovele voorbeelden ter navolging zijn. Ganelon fungeert bij dit alles duidelijk als negatief zelfbeeld. [ed. 2004: 155-156] Via het Chanson de Roland krijgen we op die manier dus een inkijk in de elfde- en twaalfde-eeuwse maatschappij en dan vooral in de normen en waarden van de heersende klasse. In het Chanson de Roland speelt bij dit alles zeer zeker ook de strijd tegen de islam mee en dit aspect past volkomen in de kruistochtpropaganda die sinds 1095 de gemoederen in het westen bezighield. [ed. 2004: 156]

 

Bij dit alles vragen wij ons persoonlijk af of Roland wel als een onverdeeld positieve held moet beschouwd worden. In laisse 131 krijgt Roland van Olivier namelijk expliciet het verwijt dat hij halsstarrig en onbezonnen is geweest, omdat hij Karels leger niet meteen via zijn hoorn heeft gewaarschuwd. In de laisses 83 en volgende verantwoordde Roland zijn beslissing door te stellen dat hem en zijn naasten lafheid zou kunnen verweten worden, indien hij hulp inriep met zijn hoorn. De auteur lijkt de moed van Roland te appreciëren, maar noemt hem toch ‘doldriest’, terwijl Olivier ‘bedachtzaam’ heet te zijn (zie laisse 87). Roland wordt daardoor in onze moderne ogen een tragische held, maar zou hij voor de twaalfde-eeuwse adel nu eerder als een positief dan wel als een negatief zelfbeeld gefungeerd hebben?

 

Receptie

 

De oudste ‘chansons de geste’, zoals het Chanson de Roland, waren hoogstwaarschijnlijk gericht op de bovenlaag van de maatschappij. Hofliteratuur dus. Later zal het publiek van de ‘chansons’ zich meer en meer verbreden. [Stuip 1988: 53-54]

 

Profaan / religieus?

 

In de eerste plaats profaan, maar op de achtergrond speelt voortdurend een christelijk-religieuze thematiek mee: de strijd tussen het door God en paus gesteunde christendom en de heidense islam.

 

Persoonlijke aantekeningen

 

Omtrent de middeleeuwse hofliteratuur doen wij in de klas soms wel eens denigrerend door te stellen dat die ridders eigenlijk slechts geïnteresseerd waren in de twee V’s: Vechten en Vrouwen (of: Vechten en Vrijen). La Chanson de Roland is een schoolvoorbeeld van het soort teksten dat wij indertijd aan de univ nog moesten benoemen als voorhoofse epiek: verhalen waarin – in tegenstelling tot de iets latere hoofse epiek – vrouwen en erotiek nog minder belangrijk waren en alle aandacht uitging naar vechten, knokken en bloedvergieten, dat alles met een toekijkende en goedkeurende God op de achtergrond. Want dat bloedvergieten gebeurde vanzelfsprekend met een ‘goed doel’ voor ogen: het verdedigen van Vaderland, Vrijheid en Recht. Tegelijk kregen de jonge ridders (en jonkvrouwen?) die naar deze verhalen luisterden, natuurlijk te horen wat zij leuk vonden, net zoals tegenwoordig op de jeugd gerichte tv-zenders als VT4 en Kanaal Twee haast niets anders dan geweld- en harde-actiefilms programmeren en de popvideoclips op MTV, Jim-TV en TMF verworden zijn tot onbeschaamde softpornofilmpjes.

 

In elk geval kan je in teksten als het Chanson de Roland onmogelijk naast het ongebreideld beschreven geweld kijken. Wat te denken van een passage als deze [ed. 2004: 63 (strofe 104)] waarin Roland een islamiet aanvalt:

 

Hij hakt recht op hem in: vanaf de kruin

slaat hij dwars door zijn hoofd, tussen de ogen.

Door ’t glanzend pantservest met dichte schubben

splijt hij zijn bovenlichaam tot aan ’t kruis,

dwars door het zadel, ingelegd met goud.

Pas in het paard zelf wordt het zwaard gestuit,

eerst splijt het nog een wervel van de rug.

Morsdood in ’t gras belanden ros en ruiter.

 

Even later valt Olivier op zijn beurt een vijand aan [ed. 2004: 64 (strofe 106)]:

 

Hij stormt af op de heiden Malsaroen,

verwoest zijn fraaie schild met goud en bloemen

en slaat hem beide ogen uit zijn hoofd.

De hersens blubberen over zijn voeten.

Dood stort hij neer; nog zevenhonderd volgen.

 

En zo gaat dat het hele Chanson door: van de Slag bij Roncesvalles, over de strijd van Karel tegen Marsilis en Baligant tot en met het proces van Ganelon. Hoe schril steekt dit machogedoe af tegen het nauwelijks optreden van vrouwen in dit verhaal! In laisse 268 deelt Karel Rolands verloofde Alda botweg de dood van haar minnaar mee en in één adem biedt hij haar als plaatsvervanger zijn eigen zoon aan. Alda heeft nog net de tijd om te antwoorden dat dat toch maar raar is en drie verzen verder is zij dood neergevallen van de emotie (twaalf verzen na haar eerste optreden in het verhaal!).

 

Op ons maakt dat ook allemaal maar een rare en naïeve, om niet te zeggen redelijk onbeschaafde en barbaarse indruk die niet voor de twaalfde-eeuwse ridderschaar ten beste spreekt, al dient toegegeven dat er in die tijd zelf ook al parodieën werden gemaakt op deze redelijk kinderachtige verhalen vol overdreven geweld en langdurige gevechten, getuige de Pèlerinage de Charlemagne. Stuip [1988: 40] noteert in dit verband: ‘Tenslotte laat dit verhaal ons ook de meer humoristische kant van het genre zien, een trekje dat – door de grote aandacht die gewoonlijk gegeven wordt aan meer serieuze teksten als het Chanson de Roland – nogal eens onderbelicht blijft’.

 

La Chanson de Roland is echter van geen kanten humoristisch, maar integendeel bloedige (!) ernst en teksten als deze getuigen bovendien van een opvallend religieus fanatisme en zelfs fundamentalisme dat in zeer sterke mate doet denken aan het islamitisch fundamentalisme van vandaag. Delicate kwestie: zou de islam (of in ieder geval sommige aspecten ervan) dan inderdaad toch 900 jaar achterlopen op het christendom? In zijn inleiding bij de editie-2004 [p. 12] noteert Posthuma, nadat hij een lijn heeft getrokken van de strijd tussen Karel de Grote en Baligant naar 11 september 2001: ‘Zwartwitdenken, etnocentrisme, het over en weer hanteren van een grotesk, van onwetendheid getuigend vijandbeeld, categorische afwijzing van het geloof van andersdenkenden, absolute gehoorzaamheid aan de eigen leider, zelfgekozen martelaarschap in naam van het enige echte Opperwezen, religieus gemotiveerd imperialisme, bloedbaden, vervolgingen, het is alles schon dagewesen’. Inderdaad, men denke aan de zelfmoordacties van de als martelaars afgeschilderde moslimterroristen (onder meer van 9/11), en men vergelijke met de woorden van aartsbisschop Turpijn vlak vóór de strijd te Roncesvalles [ed. 2004: 57 (strofe 89)]:

 

De moslims zijn inmiddels al in zicht.

Belijd uw zonden, vraag vergiffenis.

Ik absolveer u, vrees niet voor uw ziel:

U zult als martelaar worden gevierd

en krijgt een ereplaats in ’t paradijs!

 

En diezelfde aartsbisschop, als de slag verloren is [ed. 2004: 69 (strofe 115)]:

 

‘Dit is voor elk van ons de laatste dag.

Maar troost u: van één ding kunt u op aan:

het hemels paradijs staat u te wachten,

naast de onschuldigen neemt u straks plaats!’

Bij deze woorden haalt men verlicht adem,

en alom wordt de kreet ‘Monjoie’ geslaakt.

 

Merkwaardig waar wij vandaan komen. Beangstigend dat dit religieus fanatisme anno 2004 nog steeds bestaat.

 

Geraadpleegde lectuur

 

Stuip 1988: R.E.V. Stuip, “Rondom Karel de Grote”, in: R.E.V. Stuip (red.), Franse literatuur van de Middeleeuwen. Dick Coutinho, Muiderberg, 1988, pp. 39-55.

Hornstein e.a. 1973: Lillian Herlands Hornstein e.a., The Reader’s Companion to World Literature. The New American Library, New York, 1973 (2), pp. 488-491 [Song of Roland].

 

[explicit 20 juni 2004]

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram