Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90
Datering
1579-83
Moderne editie
K. Ruelens (ed.), "Refereinen en andere gedichten uit de XVIe eeuw, verzameld en afgeschreven door Jan de Bruyne", drie delen, J.-E. Buschmann-Ad. Hoste, Antwerpen-Gent, 1879/1880/1881
Taal
Middelnederlands

De Refreinenbundel van Jan de Bruyne (Jan de Bruyne) 1579-83

[Teksteditie: K. Ruelens (ed.), Refereinen en andere gedichten uit de XVIe eeuw, verzameld en afgeschreven door Jan de Bruyne. Drie delen, J.-E. Buschmann-Ad. Hoste, Antwerpen-Gent, 1879 / 1880 / 1881 = De Bruyne I/II/III ed. 1879/1880/1881]

[Teksteditie: Leonard Willems Az. (ed.), “De Refereinenbundel van Jan de Bruyne”, in: De Gulden Passer, 3 (1925), pp. 88-106. Wij citeren de overdruk die uitgegeven werd door E. De Coker, Antwerpen, 1925 = De Bruyne ed. 1925]

[Coigneau DB]

 

Auteur

 

De Antwerpenaar Jan de Bruyne was de verzamelaar en kopiist van deze bundel.

 

Genre

 

Een verzameling rederijkerslyriek die werk bevat (voornamelijk refreinen) van onder meer Anna Bijns, Willem van Haecht, Jan Fruytiers en Pieter Heyns.

 

Situering / datering

 

Van 1579 tot 1583 verzamelde en kopieerde Jan de Bruyne te Antwerpen onder meer 143 dichtstukken. Uit enkele kanttekeningen in het zestiende-eeuwse handschrift (Brussel, Koninklijke Bibliotheek, hs. II 1695) kan men afleiden dat zijn verzameling minstens zeven delen moet omvat hebben. Het overgrote deel hiervan blijkt dus jammer genoeg verloren gegaan. Alleen de in 1879-1881 en 1925 uitgegeven 142 dichtwerken bleven bewaard.

 

Inhoud

 

Het bewaarde handschrift bevatte oorspronkelijk 144 dichtstukken, waaronder 137 (verschillende) refreinen. Eén refrein werd door De Bruyne twee maal gekopieerd, een ander refrein werd door een vroegere bezitter uit de bundel gescheurd en nog twee andere refreinen (de nummers 4 en 134) werden door Ruelens uit kiesheidsoverwegingen niet uitgegeven. Deze laatste twee refreinen werden in 1925 alsnog uitgegeven door Willems [zie De Bruyne ed. 1925]. De editie-Ruelens bevat dus in feite slechts 140 dichtstukken.

 

In 1925 maakte Willems een zevental aanmerkingen in verband met de editie-Ruelens.

  • Ruelens beweert dat de bundel 144 stukken bevat, zijn uitgave bevat er echter slechts 140, zonder ook maar één enkele verantwoording. Dit komt doordat één van de refreinen door De Bruyne dubbel werd overgeschreven, één refrein uit de bundel werd gescheurd door een vroegere bezitter en twee refreinen door Ruelens niet werden uitgegeven (waarschijnlijk omdat zij ‘te onzedelijk’ werden bevonden) [ed. 1925: 1-3].
  • Ruelens heeft de volgorde van de stukken nogal willekeurig door elkaar gegooid, terwijl De Bruyne bijvoorbeeld stukken van eenzelfde schrijver of van eenzelfde wedstrijd bij elkaar zette. Waarom drukte Ruelens het handschrift niet af zoals het geschreven werd [ed. 1925: 3-5]? Om de oorspronkelijke volgorde van de stukken te herstellen, zie Coigneau I 1980: 90 (noot 92).
  • Ruelens’ kritische opmerkingen zijn veel te schaars en bovendien soms foutief. Willems geeft van dat laatste enkele voorbeelden [ed. 1925: 5-7].
  • Ruelens liet de naar bijbelplaatsen verwijzende aantekeningen in de marge van zijn bron weg, omdat ‘ze geen belang (zouden) opleveren’. Uiteraard is dit totaal onverantwoord [ed. 1925: 7-8].
  • Ruelens’ inleiding is oppervlakkig en soms foutief. Stukken van Frans Fraet komen namelijk niet in de bundel voor, terwijl Ruelens beweert van wel [ed. 1925: 8-9].
  • Ruelens zegt niets over de bronnen en het karakter van de bundel. Uit een aantal gegevens blijkt echter dat De Bruyne zijn teksten uit de archieven van de Antwerpse rederijkerskamers gehaald heeft. Zijn bundel bevat dus vooral werkstukken van Antwerpenaars en daarnaast werkstukken van niet-Antwerpse dichters die echter naar aanleiding van Antwerpse rederijkerswedstrijden werden voorgedragen. Uit dit alles blijkt het zuiver Antwerpse karakter van De Bruynes bundel [ed. 1925: 9-12].
  • Ruelens veronderstelt dat de zes verloren bundels van De Bruyne allemaal refreinen zouden bevat hebben. Dat is echter onwaarschijnlijk. Aannemelijker is dat zij specimina bevatten van andere literaire genres (die De Bruyne dan ook in de Antwerpse archieven zou teruggevonden hebben) [ed. 1925: 12-13].

Willems sluit zijn betoog af met te wijzen op de pluspunten van de editie-Ruelens (de tekst bereikbaar maken, betrouwbare paleografie). De bundel moet niet heruitgegeven worden, maar verbeteringen en aanvullingen zijn wel nodig. In een bijlage geeft Willems alsnog de twee (zotte) refreinen uit die door Ruelens werden weggecensureerd (de nummers 4 en 134).

 

Thematiek

 

Naast enkele amoureuze en zotte refreinen behoort de overgrote meerderheid van de refreinen in deze bundel tot het vroede genre.

 

Receptie

 

Stadsliteratuur. Het betreft hier een verzameling rederijkerslyriek. Willems wees reeds op het sterke Antwerpse karakter van de bundel [ed. 1925: 9-12, vergelijk ook Coigneau I 1980: 90]. Verband met Antwerpen.

 

Profaan / religieus?

 

Overwegend religieus, met profane elementen. De bundel bevat overigens ook protestants getinte teksten.

 

Persoonlijke aantekeningen

 

Net als het handschrift-Jan van Stijevoort en de gedrukte refreinenbundel van Jan van Doesborch is het handschrift-Jan de Bruyne een gouden bron voor de studie van de zestiende-eeuwse rederijkerslyriek en van laatmiddeleeuwse (topische) beeldspraak.

 

De editie-Ruelens ligt overigens al enkele jaren te koop bij Deslegte-Antwerpen voor 160 euro.

 

Geraadpleegde literatuur

 

  • Dirk Coigneau, Refreinen in het zotte bij de rederijkers. Deel I, Secretariaat van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, Gent, 1980, pp. 89-95.
  • Dirk Coigneau e.a., Uyt Ionsten Versaemt – Het Landjuweel van 1561 te Antwerpen. Tentoonstellingscatalogus (Brussel, Koninklijke Bibliotheek Albert I – Nassaukapel), 1994, p. 58 (cat. nr. 4).

 

[explicit 28 december 1994 / 1 oktober 2016]

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram