Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90
Datering
1298-99
Moderne editie
Anton Haakman (vert.), "Marco Polo - De wonderen van de Oriënt - Il Milione", Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2001
Taal
Frans-Italiaans

DIVISAMENT DOU MONDE

[Beschrijving van de wereld]

(Marco Polo) 1298-99

[Nederlandse vertaling: Anton Haakman (vert.), Marco Polo – De wonderen van de Oriënt – Il Milione. Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2001 = Divisament dou monde ed. 2001]

 

In 1298 werd de Venetiaan Marco Polo, die korte tijd daarvoor was teruggekeerd van een jarenlang verblijf in het Verre Oosten, tijdens een zeeslag krijgsgevangen genomen door de Genuezen. In de gevangenis werden zijn reisherinneringen opgetekend door een zekere Rustichello van Pisa (de auteur van onder meer een Arthurroman). Dit werk, waarvan de oorspronkelijke Frans-Italiaanse titel Divisament dou monde (Beschrijving van de wereld) luidde, zou internationale bekendheid krijgen en in Italië zelf verspreid worden onder de naam Il Milione. Naar verluidt geen verwijzing naar Marco Polo’s rijkdom of naar de grote getallen die vele malen in zijn tekst opduiken, maar naar de afstamming van Marco’s familie uit de Emilia. Bijna twee eeuwen later was het (in een Latijnse editie) nog één van de lievelingsboeken van Christoffel Columbus. [In verband met die grote getallen: zo zijn er naar verluidt in de stad Hangzhou 12.000 stenen bruggen en hebben de steden in de provincie Mangi tot 30.000 wachters. Het paleis van de Grote Khan in deze streek bevat zalen waar wel 10.000 mensen zouden kunnen eten en aan belastingen int hij (alleen in deze streek al en nog afgezien van de belastingen op de zoutproductie) jaarlijks twee miljard honderdmiljoen eenheden goud. Zie ed. 2001: 115 / 117/ 118 / 119.]

 

De figuur Marco Polo (1254-1325) behoeft wel geen verdere introductie, maar de door hem geïnspireerde tekst is nu opnieuw in het Nederlands vertaald. Eerdere Nederlandse vertalingen dateren van 1664 (J.H. Glazemaker) en 1977 (Karel Jonckheere). Anton Haakman baseerde zijn nieuwe vertaling echter op de (in 1975 in Milaan verschenen) standaardeditie van Valeria Bertolucci Pizzorusso die zelf gebaseerd is op vijf Toscaanse handschriften en teruggaat tot een veertiende-eeuwse Toscaanse versie van de tekst, vermoedelijk de oudste die is bewaard gebleven.

 

De Divisament dou monde bestaat uit twee totaal verschillende onderdelen. In de eerste 18 hoofdstukjes wordt beknopt verteld hoe de vader en de oom van Marco Polo van 1260 tot 1269 naar het Oosten reisden, waarna zij op een tweede reis richting China Marco (toen nog een tiener) meenamen. Zij verbleven decennialang als ambtenaar en diplomaat aan het hof van de Grote Khan en kregen in 1292 met veel moeite toestemming om naar Venetië terug te keren. Het tweede gedeelte (96% van de tekst), met een elkaar voortdurend afwisselende ik- en hij-verteller, bestaat uit een nogal eentonige, erg onpersoonlijke en afstandelijke opsomming van landen, plaatsen en volkeren in het Nabije en Verre Oosten. Het gaat hier dan ook veeleer om een soort reisgids ten behoeve van handelaars die op hun beurt hun kans willen wagen in het Verre Oosten, dan om een persoonlijk getint reisdagboek vol anekdoten en bijzondere ervaringen. Geschreven in de modieuze Frans-Italiaanse omgangstaal van dat ogenblik richtte het boek zich in de eerste plaats tot een vrij breed, ontwikkeld publiek van leken dat meer wilde te weten komen over de Mongolen die al vijftig jaar lang een verre ‘bedreiging’ vormden voor het westen. Na 700 jaar vormt deze dertiende-eeuwse reisgids niet echt prettige lectuur (Jozef Janssens heeft het in dit verband over ‘een vrij dorre opsomming van steden en landsdelen’ en over ‘een monotone opsomming van landen en plaatsen’), maar het cultuurhistorische belang ervan ligt bijzonder hoog.

 

Tijdens het lezen kan men zich overigens nauwelijks voorstellen dat sommige (niet alle) tijdgenoten van Marco Polo diens mededelingen totaal ongeloofwaardig vonden. Volgens een anekdote zou Marco op zijn sterfbed door zijn biechtvader gevraagd zijn of hij de fabeltjes uit zijn boek wilde herroepen, waarop Marco zou geantwoord hebben dat hij nog niet de helft had verteld van wat hij werkelijk had meegemaakt. De discussies over de betrouwbaarheid van Polo’s tekst zijn trouwens ook vandaag nog altijd niet ten einde. Een probleem in dit verband is dat we niet weten op welke plaatsen precies Rustichello de informatie van Marco ten gerieve van de lezer heeft opgesmukt en verlevendigd en wat latere kopiisten aan de tekst hebben veranderd. Bovendien deelt Marco zelf mee dat hij sommige zaken slechts heeft ‘van horen zeggen’, en dan krijgen de bewoners van een eiland in de Indische Oceaan bijvoorbeeld hondenkoppen met de tanden en de neus van een dog.

 

Achteruitkijkend met onze moderne kennis van Azië blijkt Marco Polo het echter in verbazingwekkend talloze gevallen bij het rechte eind te hebben. Voor ons persoonlijk kan de beroemde Venetiaan in elk geval niet meer stuk, nadat wij gelezen hebben hoe trefzeker en correct hij in de dertiende eeuw reeds de mythe van de eenhoorn ontmaskert als een brok vervormde informatie rond de neushoorn: ‘Ze hebben zeer wilde olifanten en eenhoorns die niet kleiner zijn dan olifanten; die hebben huiden als van buffels en poten als van olifanten; midden op hun voorhoofd hebben ze een dikke zwarte hoorn. En ik zeg u dat ze geen kwaad doen met die hoorn, maar wel met hun tong, die van veel grote stekels voorzien is; ze hebben een kop als van een wild zwijn, maar die houden ze steeds naar de grond gebogen; ze verkeren graag in het gezelschap van runderen. Het is een heel lelijk beest, en het is niet zo, zoals ze bij ons zeggen, dat hij zich laat vangen door een maagd, integendeel’ [p. 129, in een passage over het koninkrijk Pasaman, een streek in Oost-Sumatra]. Zulke regels klinken ons als muziek in de oren, zeker als je dit vergelijkt met de onzin die andere middeleeuwers over de zogenaamde eenhoorn hebben geschreven.

 

Marco Polo’s reisverhaal had in de Middeleeuwen overigens de nodige invloed: er zijn ongeveer 140 middeleeuwse manuscripten in twaalf talen en dialecten van bewaard gebleven (met aanzienlijke onderlinge verschillen). Dankzij de vertaling van Haakman hebben wij dit beroemde werk nu ook leren kennen, al was het leesplezier niet altijd navenant. Komisch is wel dat op de cover van de nieuwe editie de Chinese muur wordt afgebeeld: dàt is nu net één van de weinige dingen in verband met China die door Marco niét vermeld worden.

 

Geraadpleegde lectuur

 

Behalve van het nawoord van de vertaler in de editie-2001 hebben wij gebruik gemaakt van de volgende secundaire literatuur…

 

  • Amber Verrycken, De middeleeuwse wereldverkenning. Acco, Leuven-Amersfoort, 1990, pp. 151-156.
  • Jozef Janssens, “Miljoenen afgodendienaars en papieren geld… De ontdekking van Azië in de 13de en 14de eeuw”, in: Jozef Janssens e.a., En toch was ze rond… Middeleeuws mens- en wereldbeeld. Gemeentekrediet-Ufsal, Brussel, 1990, pp. 123-130.
  • Clara Strijbosch, “Niets dan de waarheid? De reisverhalen van Brandaan en Marco Polo”, in: Queeste, jg. 5 (1998), nr. 1, pp. 1-14.
  • Annelies Kruijshoop, “De wonderen van de Oriënt” (recensie van de editie-2001), in: Madoc, jg. 16, nr. 2 (zomer 2002), pp. 114-117.

 

[explicit 2 december 2001]

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram