Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90
Datering
1492
Moderne editie
J. Van Mierlo S.I. (ed.), "Vander dochtere van Syon - Fac-simile-druk met een inleiding", Vereeniging der Antwerpsche Bibliophielen - nr. 44, De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen, 1941
Taal
Middelnederlands

Vander dochtere van Syon een deuoet exercitie (anoniem) 1492

[Teksteditie: J. Van Mierlo S.I. (ed.), Vander dochtere van Syon. Fac-simile-druk met een inleiding. Vereeniging der Antwerpsche Bibliophielen – nr. 44, De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen, 1941 (Ca 603) = Vander dochtere van Syon ed. 1941]

 

Genre

 

Naar de vorm een incunabel, naar de inhoud een allegorisch-mystiek prozatraktaatje.

 

Auteur

 

Anoniem.

 

Situering / datering

 

Deze incunabel werd in 1492 gedrukt te Antwerpen door Gheraert Leeu. Slechts twee exemplaren zijn bekend: één in het Museum Plantijn-Moretus te Antwerpen en één in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag [ed. 1941: 10]. De tekst gaat blijkbaar terug op Filia Sion, een Latijns traktaatje dat toegeschreven wordt aan de uit Doornik afkomstige monnik Gerrik en dat bewaard bleef in de dertiende-eeuwse Codex Dunensis. Deze codex (Brugge, Groot Seminarie, codex 88/170) is afkomstig uit de oude Cisterciënserabdij van Ter Duinen [zie Reypens 1943].

 

Inhoud

 

De ziel (allegorisch voorgesteld als de dochter van Sion = een bewoonster van het Hemelse Jeruzalem, vergelijk het Hooglied) is gewond door een goddelijke liefdespijl. Haar jonkvrouw Cognitio (Kennis) moet gaan uitzoeken wie de pijl heeft afgeschoten, maar zij slaagt niet in haar opdracht. Ook de jonkvrouwen Spes (Goede Hoop) en Fides (Vast Geloof) weten geen raad, maar jonkvrouw Sapientia (Wijsheid) zegt dat het Caritas (Liefde) is die de pijl heeft afgeschoten. Samen met Oratio (Gebed) reist Caritas naar Christus. Oratio bidt tot Hem en Caritas verwondt Hem met een liefdespijl. Christus zegt dat de ziel vaak moet bidden en God moet begeren, dan zal zij uiteindelijk Christus kunnen ontmoeten. Caritas en Oratio brengen deze boodschap over aan de ziel.

 

Daarna volgt nog een geestelijke oefening waarin uitgelegd wordt hoe men het kindje Jezus tussen Kerstmis en Lichtmis elke dag kan verblijden met allegorische vruchten. Deze vruchten zijn: vijgen (mediteren over Jezus’ geboorte en besnijdenis), dadels (mediteren over de Drie Koningen en het offer in de tempel), amandelen (mediteren over Jezus’ jeugd en Zijn verborgen leven), granaatappelen (mediteren over Zijn doopsel, Zijn vasten en Zijn bekoring door de duivel), olijven (mediteren over Zijn heilige leer), kastanjes (mediteren over Zijn Passie), honingraten (mediteren over het zuivere leven van Maria). Tot slot volgt nog een gebed waarmee men een ziel uit het vagevuur kan verlossen.

Zie voor een samenvatting van de inhoud ook ed. 1941: 3-7.

 

Thematiek

 

Op allegorische wijze wordt de mystieke opgang van de menselijke ziel tot God beschreven. De tekst is zeer toegankelijk want de allegorische elementen worden door de auteur duidelijk uitgelegd en elke fase van het verhaal wordt begeleid door een verhelderende houtsnede.

 

Receptie

 

Oorspronkelijk bedoeld als kloosterliteratuur, wordt deze tekst door de incunabel binnen het bereik van vrome leken gebracht. Stadsliteratuur, verband met Antwerpen.

 

Profaan / religieus?

 

Manifest religieus.

 

Persoonlijke aantekeningen

 

Een grootse indruk maakt dit vijftiende-eeuwse prozadrukje niet, noch naar de vorm, noch naar de inhoud. ‘De allegorie zelf is al te moeizaam uitgedacht en te zeer verstandswerk, om boven de nuchtere leer tot poëzie op te stijgen’, noteert tekstbezorger Van Mierlo in 1941 [ed. 1941: 7-8]. In Van Mierlo’s literatuurgeschiedenis van 1940 krijgt het boekje slechts één (nochtans een stuk vriendelijker klinkend) zinnetje toebedeeld: ‘Voor religieuzen bestemd was ook het mooie Boeck van de dochteren van Syon (1492)’ [Van Mierlo 1940: 335]. In zijn literatuurgeschiedenis [Pleij 2007: 232] heeft Pleij zelfs een hele alinea voor het boekje over. Hij spreekt van ‘een nawee (…) van middeleeuwse mystiek op allegorische basis’.

 

Geraadpleegde lectuur

 

  • Van Mierlo 1940: J. Van Mierlo, De Middelnederlandsche Letterkinde van omstreeks 1300 tot de Renaissance. Geschiedenis van de Letterkunde der Nederlanden – deel II, Standaard Boekhandel-Teulings’ Uitgevers-mij., Antwerpen-Brussel-’s-Hertogenbosch, 1940.
  • Reypens 1943: L. Reypens S.J., “Het Latijnsche origineel der allegorie ‘Vander dochtere van Syon’”, in: Ons Geestelijk Erf, jg. XVII (1943), II, pp. 174-178.
  • Pleij 2007: Herman Pleij, Het gevleugelde woord. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1400-1560. Bert Bakker, Amsterdam, 2007.

 

[explicit 15 juni 2013]

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram