Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90
Datering
1448
Moderne editie
W.H. Beuken (ed.), "Die Eerste Bliscap van Maria en Die Sevenste Bliscap van Onser Vrouwen - Ingeleid en van aantekeningen voorzien", Culemborg, 1978 (2), pp. 54-141
Taal
Middelnederlands

Die Eerste Bliscap van Maria (anoniem) 1448

[Teksteditie: W.H. Beuken (ed.), Die Eerste Bliscap van Maria en Die Sevenste Bliscap van Onser Vrouwen – Ingeleid en van aantekeningen voorzien. Teksten en Studies uit de Nederlandse Letterkunde, Tjeenk Willink/Noorduijn, Culemborg, 1978 (2), pp. 54-141 = Eerste Bliscap van Maria ed. 1978]

[Hummelen addenda 0 C 1a]

 

Auteur

 

Een anoniem gebleven Brusselse rederijker [ed. 1978: 48-50, Kuiper/Resoort 1995: 128].

 

Genre

 

Een mysteriespel (= de dramatisering van een geloofsmysterie) [ed. 1978: 10, Kuiper/Resoort 1995: 128].

 

Situering / datering

 

Dit toneelspel (2081 verzen) bleef bewaard in een handschrift (Brussel, Koninklijke Bibliotheek, ms. IV 192) dat hoogstwaarschijnlijk kort na 1450 geschreven werd. Daarnaast bleef van de tekst nog een fragment (met varianten) overgeleverd (Leuven, Universiteitsbibliotheek, geen signatuur) [ed. 1978: 18-19, Kuiper/Resoort 1995: 129]. Het spel werd voor de eerste maal opgevoerd op de Brusselse Grote Markt op 5 mei 1448 (op de zondag vóór Pinksteren) en werd dus hoogstwaarschijnlijk niet lang daarvoor geschreven [Stein 1991a: 77-78]. Die Eerste Bliscap van Maria maakt deel uit van een cyclus van zeven mysteriespelen die telkens één ‘Vreugde van Maria’ behandelen. In 1448 besliste de stad Brussel dat elk jaar één van deze spelen zou opgevoerd worden, ter afsluiting van de Ommegang op de zondag vóór Pinksteren. Deze Ommegang ging jaarlijks uit naar aanleiding van de miraculeuze overbrenging van een Mariabeeldje van Antwerpen naar Brussel (meer bepaald naar de kapel van de Grote Gilde, die later de Zavelkerk werd) door de spinster Beatrijs Soetkens in 1348. In 1448 was dit precies een eeuw geleden. Na afloop van het zevende jaar zou de hele cyclus opnieuw beginnen. Het is bekend dat de Sevenste Bliscap nog werd opgevoerd in 1559 en 1566. Alleen het eerste en het laatste spel uit de cyclus zijn bewaard gebleven [ed. 1978: 12, Stein 1991a: 73, Stein 1991b: 228-229, Kuiper/Resoort 1995: 128-129].

 

Inhoud

 

De Eerste Bliscap heeft als hoofdonderwerp de ‘eerste vreugde van Maria’, namelijk de Boodschap van de engel Gabriël. Het spel omvat de volgende onderdelen.

  • Proloog (verzen 1-75).
  • Lucifer en Nijt beramen een plan om de mens in het ongeluk te storten (76-181).
  • De Zondeval van Adam en Eva (182-379).
  • Adam, Lucifer en Nijt verschijnen voor God. Adam wordt veroordeeld tot eeuwige verdoemenis (380-616).
  • Set krijgt van een engel in het Aards Paradijs een tak en de belofte dat deze tak de mensheid zal redden (617-738).
  • Iedereen (ook de aartsvaders en de profeten) komt in de loop der eeuwen in de hel terecht. De duivels vieren feest (739-770).
  • De ‘vaders’ klagen in de hel, maar zij hebben nog hoop omwille van Gods belofte op verlossing (771-838).
  • Een allegorische rechtszaak in de hemel (het Dispuut der Deugden): Bitter Ellende en Innich Gebet doen een beroep op Ontfermicheit. Deze laatste gaat de zaak van de mens bepleiten bij God, maar wordt tegengewerkt door Gherechticheit. Waerheit helpt ten slotte een oplossing en een compromis te vinden: iemand moet zich opofferen voor de mens. Geen der engelen is bereid. God de Zoon wel (839-1400).
  • Joachim wordt door de joodse priesters bespot omwille van zijn on vruchtbaarheid. God beslist om Joachim en Anna toch nog een kind te geven, een engel brengt de boodschap aan Joachim. Joachim vertelt het aan Anna. Twee buren bekritiseren de priesters. Joachim deelt de geboorte van Maria mee aan de priesters. Maria wordt opgevoed in de tempel (1401-1792).
  • Jozef wordt uitverkoren als man van Maria (1793-1964).
  • De Boodschap van de engel Gabriël aan Maria (1965-2050).
  • Epiloog (2051-2081).

Vergelijk ook de samenvatting van de inhoud in Van Mierlo II 1940: 227-229.

 

Thematiek

 

Manifest stichtelijk van aard en aansluitend bij de Mariaverering in Brabant (en Brussel).

 

Receptie

 

Stadsliteratuur. Zie voor de cultuurhistorische (politieke, sociale, religieuze en economische) context van de Bliscapen Stein 1991b en Kuiper/Resoort 1995: 128-129. Verband met Brussel.

 

Profaan / religieus?

 

Stichtelijk-religieus van aard.

 

Persoonlijke aantekeningen

 

Maria op de markt – Middeleeuws toneel in Brussel (Willem Kuiper en Rob Resoort) 1995

[Griffioen-reeks, Em. Querido’s Uitgeverij, Amsterdam, 1995, 139 blz.]

 

In het jaar 1348 werd door de oude spinster Beatrijs Soetkens een Mariabeeldje van Antwerpen naar Brussel gebracht. Volgens de legende gebeurde dit op aansporen van de Madonna zelf en ging de tocht gepaard met een aantal wonderen. Het beeldje werd uiteindelijk geplaatst in een kapel, die al snel uitgroeide tot wat tegenwoordig de Zavelkerk heet. De herinnering aan de miraculeuze overbrenging werd levendig gehouden door een Ommegang die jaarlijks onder impuls van het schuttersgilde op de zondag vóór Pinksteren door de straten van Brussel trok. Precies honderd jaar later, in 1448 dus, besliste het Brusselse stadsbestuur de viering meer luister bij te zetten door van start te gaan met een cyclus van Mariaspelen. Ieder jaar zou voortaan na de processie op de Grote Markt een toneelstuk gespeeld worden, met als onderwerp telkens één van de zeven ‘Vreugden van Maria’. Na afloop van het zevende jaar zou de hele reeks weer opnieuw beginnen. Tot in 1566 kende de cyclus een (waarschijnlijk) ononderbroken verloop.

 

In de literatuurgeschiedenis staan deze zeven Bliscapen van Maria bekend als mysteriespelen (dramatiseringen van geloofsmysteries). Jammer genoeg bleven alleen het eerste en het laatste spel bewaard, in vijftiende-eeuwse handschriften. Zij behandelen respectievelijk de Boodschap van de engel Gabriël en de dood en hemelvaart van Maria. Men neemt aan dat deze toneelwerken geschreven werden door één auteur, wellicht een Brusselse rederijker, die verder anoniem bleef. De twee overgeleverde Bliscapen genieten bij het brede publiek minder bekendheid dan andere middeleeuwse toneelstukken als Elckerlyc of Mariken van Nieumeghen. Helemaal ten onrechte is dat niet, want de sprankelende stijl van Mariken of de universele wijsheid van Elckerlyc is in de Brusselse spelen ver te zoeken. In cultuurhistorisch opzicht hebben de Bliscapen echter genoeg te bieden, al was het alleen maar omwille van de typisch middeleeuwse vermenging van bijbelse stof met elementen die ontleend werden aan apocriefe verhalen.

 

Onder de wat oneerbiedig klinkende, maar vlot allittererende titel Maria op de markt ondernemen Willem Kuiper en Rob Resoort (beiden verbonden aan de Universiteit van Amsterdam) nu een poging om de Bliscapen opnieuw bij de moderne lezer in de belangstelling te brengen. Naar goede gewoonte bestaat deze uitgave van de Griffioen-reeks uit twee delen: een Nieuwnederlandse hertaling van de tekst en een beknopte, vlotlezende uitleiding die bovendien de aantekeningen en een literatuuroverzicht bevat. In de uitleiding geven de beide tekstbezorgers toe dat het omzetten van de vaak ingewikkelde Middelnederlandse verzen in modern Nederlands niet altijd van een leien dakje is gelopen. Dat de hertalers inderdaad een ondankbare taak hadde, staat buiten kijf, maar het neemt niet weg dat op hun arbeid toch wel het een ena nder te beknibbelen valt. Zo verbaast men zich over hun keuze om het Middelnederlandse ‘u’ consequent onveranderd te laten. Dit heeft onder meer tot gevolg dat de opperduivel Lucifer zijn onderhorigen uitscheldt met de woorden: ‘U moest als kikkers gevild worden!’. Wat een stuk potsierlijker klinkt dan het Middelnederlandse datmen u villen moet als een puut.

 

Zwaarder doorwegend is echter het feit dat de hertaling ook enkele storende fouten bevat. In de Sevenste Bliscap wordt één van de joden die de lijkkist van Maria willen aanvallen, op miraculeuze wijze met blindheid geslagen. Kuiper en Resoort laten hem zeggen: ‘Het is voor mijn ogen alsof het nacht is. Net als de kater weet ik niet waar mij te verstoppen’. Een aantekening bij deze laatste zin deelt mee dat hier gerefereerd wordt aan een niet meer bekend gezegde. Enige vertrouwdheid met de middeleeuwse bestiaria en wat meer tekstkritiek hadden hier de juiste oplossing kunnen aandragen. In het origineel staat volgens de editie-1978: Mijn ogen staren, / Al waert bi nachte. Recht als den catere, / En weet waer duken. Vervangen we het punt vóór ‘recht’ door een komma, dan staren de ogen van de blinde jood als die van een nachtelijke kater. De opvallend blinkende ogen van de kat waren een gemeenplaats binnen de bestiariumtraditie.

 

Ook de commentaar achteraf is in deze editie niet altijd even gelukkig. Op een vrij luchtig toontje wordt eerst een snelcursus ‘christelijke heilsleer’ gegeven, maar over het hoofdonderwerp zelf, de Zeven Vreugden van Maria (wie kent ze nog?), vernemen we weinig of niets. Menig lezer had ongetwijfeld ook graag wat meer informatie gekregen over de wonderbaarlijke overbrenging van het Mariabeeldje van Antwerpen naar Brussel, maar weer blijft het bij enkele algemeenheden. Dat verder de auteur van de Bliscapen geen geestelijke kan geweest zijn omdat hij in de Eerste Bliscap kritiek laat leveren op de priesterstand, is een opmerking die danig naast de kwestie zit. De bekritiseerden zijn in dit geval immers geen middeleeuwse geestelijken, maar joodse hogepriesters, die nota bene net daarvoor Joachim, de vader van Maria, onheus hebben behandeld. Ook de uitspraak dat de vijftiende-eeuwse toeschouwers schuddebuikend hebben staan lachen met de aanval van de joden op de lijkkist van Maria of met de apostelen die op een wolk komen aangevlogen als Maria op sterven ligt, vraagt even wat bedenktijd. Dat ten slotte in het literatuuroverzicht twee artikels van Robert Stein uit 1991 onvermeld blijven, maakt al evenmin een goede indruk.

 

Over het algemeen kan men stellen dat deze publieksuitgave van de Bliscapen niet het niveau haalt van andere deeltjes uit de Griffioen-reeks.. Zoals de auteurs zelf aanraden, kan men de Brusselse mysteriespelen uiteraard nog altijd lezen in het origineel. Zij zijn vrij makkelijk bereikbaar in de editie van W.H. Beuken uit 1978.

 

[Recensie in 1995 geschreven voor De Standaard der Letteren, echter nooit gepubliceerd.]

 

Geraadpleegde literatuur

 

  • Van Mierlo II 1940: J. Van Mierlo, Geschiedenis van de Letterkunde der Nederlanden – Deel II: De Middelnederlandsche Letterkunde van omstreeks 1300 tot de renaissance. Standaard Boekhandel-Teulings’ Uitgeversmij., Antwerpen-Brussel-’s-Hertogenbosch, 1940.
  • Stein 1991a: R. Stein, “Nogmaals de datering van de Bliscapen van Maria”, in: Spiegel der Letteren, jg. 33 (1991), nr. 1-2, pp. 73-78.
  • Stein 1991b: Robert Stein, “Cultuur en politiek in Brussel in de vijftiende eeuw. Wat beoogde het Brusselse stadsbestuur bij de annexatie van de plaatselijke Ommegang?”, in: Herman Pleij e.a., Op belofte van profijt – Stadsliteratuur en burgermoraal in de Nederlandse letterkunde van de middeleeuwen. Nederlandse literatuur en cultuur in de middeleeuwen – deel IV, Prometheus, Amsterdam, 1991, pp. 228-243.
  • Kuiper/Resoort 1995: Willem Kuiper en Rob Resoort, Maria op de markt – Middeleeuws toneel in Brussel. Griffioen-reeks, Em. Querido’s Uitgeverij, Amsterdam, 1995.
  • Van Gijsen 1996: Annelies van Gijsen, in: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, deel 112 (1996), afl. 4, pp. 386-387 [recensie van Kuiper/Resoort 1995].
  • De Bruyn 1996: Eric De Bruyn, in: Leesidee, jg. 2, nr. 3 (maart 1996), pp. 242-243 [recensie van Kuiper/Resoort 1995].

 

[explicit 2 januari 1996]

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram