Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90
Datering
1525
Moderne editie
J.W. Muller en L. Scharpé (eds.), "Spelen van Cornelis Everaert, vanwege de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden met inleiding en aanteekeningen uitgegeven", Boekhandel en Drukkerij voorheen E.J. Brill, Leiden, [1898]-1920, pp. 87-102
Taal
Middelnederlands

Tspel vanden Hooghen Wynt ende Zoeten Reyn

(Cornelis Everaert) 1525

[Teksteditie: J.W. Muller en L. Scharpé (eds.) Spelen van Cornelis Everaert, vanwege de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden met inleiding en aanteekeningen uitgegeven. Boekhandel en Drukkerij voorheen E.J. Brill, Leiden, [1898]-1920, pp. 87-102 = Hooghen Wynt ende Zoeten Reyn ed. 1920]

[Teksteditie: W.N.M. Hüsken (ed.), De Spelen van Cornelis Everaert – Opnieuw uitgegeven, van inleidingen, annotaties en woordverklaringen voorzien. Deel I, Verloren, Hilversum, 2005, pp. 219-249 = Hooghen Wynt ende Zoeten Reyn ed. 2005]

[Hummelen 1 B 6]

 

Auteur

 

De Brugse rederijker Cornelis Everaert (circa 1480-1556). Vergelijk ook bij Maria Hoedeken ed. 1920.

 

Genre

 

Een allegorisch rederijkersspel geschreven ter ere van Karel V.

 

Situering / datering

 

Dit spel (518 verzen in de editie-1920) is één van de 35 toneelsteksten die bewaard bleven in een autograaf-verzamelhandschrift (Brussel, Koninklijke Bibliotheek, sign. Hs. 19.036). Volgens de originele inhoudstafel werd het stuk geschreven in 1525 [nieuwe stijl, vergelijk ed. 2005: 224 (noot 12)], na de Slag van Pavia waarin Karel V de Franse koning Frans I versloeg. De tekst werd in het handschrift gekopieerd (verscreven) in 1528. Volgens een kanttekening in de inhoudstafel heeft het spel een eerste prijs gewonnen (in de stad Brugge in maart 1525, vergelijk ed. 2005: 223).

 

Inhoud

 

Eenich (een koopman) en Menich (een ambachtsman) klagen tegen elkaar over de slechte tijden ten gevolge van de oorlog. Dan treedt het personage Hooghen Wynt op dat van in het begin als negatief wordt gekenschetst: zijn kledij en zijn gedrag zijn opgeblazen en hovaardig. Hij stelt zich voor als kapitein van Eolus de grooten godt en pocht een hele tijd over de macht die hij kan uitoefenen over aarde, water en lucht. Totdat het personage Zoeten Reyn (Zoete Regen) verschijnt: hij gebiedt Hooghen Wynt om te gaan liggen. Eenich en Menich vragen zich af wat dit allemaal mag te betekenen hebben, waarop Redelicke Verstannesse (gekleed als een riddervrouw) de verklaring geeft: net zoals na een zomeronweer de regen alles weer bedaart en afkoelt, zo heeft Karel V de Franse koning verslagen. Volgt dan nog een uitgebreide lofzang op de jonge Karel V (hij was in 1525 25 jaar oud) en zijn krijgsoversten.

 

Thematiek

 

Dit allegorisch toneelspel is geschreven ter ere van Karel V die de vrede opnieuw in het land heeft gebracht en zo de handel opnieuw zal doen bloeien. Zie voor de politieke achtergrond van dit stuk ed. 2005: 219-221.

 

Receptie

 

Het belang dat gehecht wordt aan vrede (vrede is gunstig voor de handel en de economie) en de bezorgdheid om goede diplomatieke betrekkingen met de vorst (Karel V) te onderhouden, zijn twee typische kenmerken van de laatmiddeleeuwse stadsliteratuur en de daarin gepropageerde burgermoraal. Verder was Everaert een Brugse stadsrederijker. Verband met Brugge.

 

Profaan / religieus?

 

Overwegend profaan van aard, met enkele licht religieuze toetsen (vooral op het einde).

 

Geraadpleegde literatuur

 

  • Samuel Mareel, “Urban literary propaganda on the battle of Pavia – Cornelis Everaert’s ‘Tspel van den Hooghen Wynt ende Zoeten Reyn’”, in: Queeste – Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden, jg. 13 (2006), nr. 2, pp. 97-108.

 

[explicit 3 november 1993 / 12 september 2016]

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram