Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90
Datering
1451
Moderne editie
B. Spaapen S.J. (ed.), "Middeleeuwse passiemystiek III - De autobiografie van Alijt Bake", in: Ons Geestelijk Erf, deel 41, afl. 3 (september 1967), pp. 209-301 / afl. 4 (december 1967), pp. 321-367
Taal
Middelnederlands

Dat ander boecxken van mijn beghin ende voortghanck

(Alijt Bake) 1451

[Teksteditie: B. Spaapen S.J. (ed.), “Middeleeuwse passiemystiek III – De autobiografie van Alijt Bake”, in: Ons Geestelijk Erf, deel 41, afl. 3 (september 1967), pp. 209-301 / afl. 4 (december 1967), pp. 321-367 = Mijn beghin ende voortghanck ed. 1967]

 

Genre

 

Een autobiografie in Middelnederlands proza, die sterk mystiek getint is.

 

Auteur

 

Alijt Bake (1415-1455), de Hollandse priorin van het Augustinessenkoorvrouwenklooster Galilea (bij Gent).

 

Situering / datering

 

Deze tekst, het tweede deel van de autobiografie van Alijt Bake, bleef bewaard in een handschrift dat daarnaast nog andere teksten bevat (Gent, Rijksarchief, S 347, blz. 1-111). Bake schreef haar autobiografie in 1451 [vergelijk ed. 1967: 246]. In 1613 werd de tekst gekopieerd door Franciscus Jacobus Isabeels, de toenmalige rector van het klooster Galilea, en deze kopie werd vervolgens afgeschreven door Zuster Augustina Baert, kloosterlinge van Galilea, in 1705. Het is dit afschrift dat bewaard bleef [ed. 1967: 210-211]. Spaapen editeert ook een brief van Bake uit hetzelfde handschrift (blz. 212-230).

 

Inhoud

 

In dit autobiografische geschrift verhaalt Alijt Bake de moeilijkheden die ze in haar onmiddellijke omgeving ondervond ten gevolge van haar mystieke ervaringen (niet iedereen stond welwillend tegenover haar ongewone gedragingen en ervaringen). Het grootste gedeelte van de tekst bestaat uit gesprekken tussen Bake en Christus, waarin Hij haar verschillende manieren uitlegt om over Zijn Passie te mediteren en om de hoogste trappen van de mystieke volmaaktheid te bereiken.

De brief is gericht aan de toenmalige rector van Galilea en werd geschreven vanuit het Falcontinnenklooster Valkenbroek te Antwerpen, waarheen Bake verbannen was. In deze brief vraagt Bake raad in verband met een andere brief, gericht aan de vaders van het kapittel van Windesheim, waarin zij haar inzichten verantwoordt. Deze laatste brief is echter niet teruggevonden [ed. 1967: 351-352].

 

Thematiek

 

Mystiek en stichtelijk-religieus. Deze teksten zijn belangrijke documenten in verband met de geestelijke fysionomie van deze merkwaardige kloosterlinge.

 

Receptie

 

Valkenbroek en Galilea waren de enige Augustinessenkloosters in de Zuidelijke Nederlanden die deel uitmaakten van de Congregatie van Windesheim (Galilea sedert 1438). We hebben hier dus te maken met kloosterliteratuur die onder invloed stond van de Moderne Devotie.

 

Profaan / religieus?

 

Stichtelijk-religieus, sterk mystiek getint.

 

Persoonlijke aantekeningen

 

Dit is niet echt aangename lectuur. Wellicht zit de corrupte tekstoverlevering er voor iets tussen, maar het wordt anderzijds toch ook duidelijk dat Alijt Bake een verwarde geest en een slechte stiliste was. Bovendien getuigen haar mystieke ervaringen, net als die van Hadewijch overigens, van een zekere arrogantie. Deze vrouw, die soms tijdens de consecratie een bloedneus kreeg [ed. 1967: 249], beweert regelmatig met Christus te spreken, en die zegt dan tegen haar dingen als: ‘Comt, ick salt u tooghen’. Doen track Hij mijn ghemoede in om de waerheijdt te beschouwen ende vertoochde mij daer met recht onderscheede die waerheijt van al. Doen sach ick dan waer dat ick stondt, hondert ofte dusent graeden boven hunlieden [ed. 1967: 224-225 (paragraaf 7, regels 159-163)].

 

Dat trucje kennen we ondertussen al langer: de mystiek bevlogenen krijgen altijd waarheden en zelfs de waarheid van alles te horen en te zien, maar wat dan die waarheden zijn, daar mag je naar raden. Uiteindelijk verneemt men alleen maar wat pompeus geblaas, in de trant van: Ende hierbij soo quam dat toe, dat ick onsen Heere bat dat Hij mij wilde doen smaken ende ghevoelen hoe Hem te moede was, doen Hij in dat hofken bidte – daer hier tevoren in dat ander boeck der tribulatien af gheseijt is, daer mij Godt openbaerde ende seijde mij dat ick doen ghevoelt en ghesmaeckt hadde naeyder dan oijt creature ghesmaeckt hadde op aertrijcke of ghevoelt [ed. 1967: 252 (paragraaf 23, regels 819-825)].

 

Alijt Bake was een oudere tijdgenote van Bosch (zij stierf toen hij nog een klein kind was), maar deze mystieke mumbo jumbo staat mijlenver van de geschilderde wereld van Jheronimus. Ondanks haar mystieke bevlogenheid gebruikt Bake nochtans heel af en toe een topische beeldspraak.

 

Geraadpleegde lectuur

 

  • Herman Pleij, Het gevleugelde woord – Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1400-1560. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, 2007, pp. 238-240.

 

[explicit 16 april 2006 / 13 juni 2016]

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram