Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90
Datering
Circa 1550
Moderne editie
L. Roose (ed.), "Het refrein en het presentspel van Frans Fraet", in: Jaarboek De Fonteine, 1975/I (Tweede reeks nr. 17), pp. 119-140
Taal
Middelnederlands

Een present van Godt Loondt, Grammerchijs / Besolos Manos

(Frans Fraet) circa 1550

[Teksteditie: L. Roose (ed.), “Het refrein en het presentspel van Frans Fraet”, in: Jaarboek De Fonteine, 1975/I (Tweede reeks nr. 17), pp. 119-140 = Present van Godt Loondt ed. 1975]

[Hummelen 1 D 10] [Pikhaus 12]

 

Auteur

 

De Antwerpse rederijker Frans Fraet (wellicht lid van de Antwerpse rederijkerskamer De Goudbloem, vergelijk vers 277).

 

Genre

 

Een presentspel (een bijzondere vorm van het tafelspel).

 

Situering / datering

 

De tekst van dit presentspel bleef bewaard in slechts één handschrift (Brussel, Koninklijk Bibliotheek, nr. II 367). Hij is (volgens de nummering van Roose) 280 verzen lang en werd volgens het onderschrift achteraan (af)geschreven door de kopiist Reyer Gheurtz in 1553. Het spel zelf zal dus waarschijnlijk iets ouder zijn en dient gesitueerd in het midden van de zestiende eeuw.

 

Inhoud / thematiek

 

Drie allegorische personages, Godt Loondt (een eenvoudige, hervormingsgezinde Antwerpenaar), Grammerchijs (= ‘Erg Bedankt’, een Fransman) en Besolos Manos (= ‘Ik Kus Uw Handen’, een Spanjaard), ontmoeten elkaar en schelden elkaar uit. Uiteindelijk presenteren ze hun geschenk (respectievelijk een kasteel, een burcht en een slot). Deze drie dingen blijken vervolgens symbolisch te staan voor Gods Woord waarop iedereen kan vertrouwen: Maer wel hen allen / De ùp Godts woorden staen / En syn lieflyck vermaen houden in weerden. / Hy is de borcht, tslot en casteel, eedel gheleerden. / Wildt sijn gùedheydt aenveerden inder noodt (verzen 256-259).

 

Receptie

 

Het spel werd geschreven door de Antwerpse rederijker Frans Fraet en bevat heel wat toespelingen op Antwerpse lokaliteiten en toestanden (onder meer de aanwezigheid van Fransen en Spanjaarden). Het behoort dus duidelijk tot de zestiende-eeuwse stadsliteratuur. Verband met Antwerpen.

 

Profaan / religieus?

 

Afgezien van de politiek-religieuze toespeling in het begin (protestanten die gevangen zitten in het Steen) en de religieuze moraal op het einde, is het komische middengedeelte van deze tekst, waarin de Antwerpenaar, de Fransman en de Spanjaard elkaar op de korrel nemen, zuiver profaan van aard.

 

[explicit 13 juni 1992]

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram