Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90
Datering
Circa 692
Moderne editie
Benjamin Garstad (ed./vert.), "Apocalypse Pseudo-Methodius - An Alexandrian World Chronicle", Cambridge (Mass.)-Londen, 2012
Taal
Latijn

Revelationes ed. 2012

 

 

REVELATIONES [Openbaringen]

(Pseudo-Methodius) circa 692

 

[Teksteditie: Benjamin Garstad (ed./vert.), Apocalypse Pseudo-Methodius – An Alexandrian World Chronicle, Dumbarton Oaks Medieval Library – 14, Harvard University Press, Cambridge (Mass.)-Londen, 2012]

 

 

Auteur

 

Deze tekst werd op het einde van de 7de eeuw, vermoedelijk rond 692, geschreven door een anoniem gebleven Syrische monnik, maar deze deed het voorkomen alsof de auteur de heilige bisschop-martelaar Methodius was. Men is het er niet over eens of het hierbij gaat om Methodius, bisschop van Olympos, of Methodius, bisschop van Patara. Beide Methodiussen waren bisschop en martelaar, de eerste stierf rond 311, de tweede in 312. Olympus en Patara waren indertijd steden in Lycië, tegenwoordig het schiereiland Teke in het zuidwesten van Turkije, niet zó ver van Syrië dus. Van belang voor ons is dat in de Middeleeuwen de tekst werd toegeschreven aan ene Methodius, bisschop, martelaar en heilige.

 

Genre

 

Een oorspronkelijk in Syrisch proza geschreven apocalyptische openbaring. Garstad gebruikt in zijn editie de titel Apocalypse, maar DiTommaso [2017: 311] wijst er in zijn (uitstekende en van grote dossierkennis getuigende) recensie van Garstads editie op dat Revelationes een betere titel is: ‘The text is not an apocalypse proper, nor does it call itself one. It is an apocalyptic revelation.’

 

Situering / datering

 

De handschriftelijke overlevering van de Revelationes is vrij ingewikkeld en er zijn nog heel wat desiderata in verband met verder onderzoek. De Syrische tekst bleef bewaard in slechts één volledig handschrift (Vaticaanstad). Maar al vrij snel werd de Syrische tekst vertaald in het Grieks en in het Latijn (dat laatste door een zekere Petrus Monachus). Het oudste handschrift met de Latijnse tekst dateert van kort vóór 727. De Griekse vertaling bleef bewaard in vier redacties. De oudste, Redactie I, werd waarschijnlijk gemaakt naar het Syrische origineel. Ook van de Latijnse vertaling zijn er vier redacties, waarbij Redactie I een vrij getrouwe, maar dus niet altijd letterlijke vertaling is van de Griekse Redactie I. In 1988 werd een (voorlopige) lijst gepubliceerd van 196 handschriften met de Latijnse vertaling. Circa 1475 verscheen de Latijnse vertaling voor de eerste keer in druk, bij Ulrich Zell in Keulen. Daarna volgden nog talrijke andere drukken. Garstad bezorgde in 2012 edities van de Griekse en Latijnse Redactie I, met een Engelse parallelvertaling. DiTommaso [2017: 318] is redelijk enthousiast over de vertalingen (minder over de begeleidende commentaar en eindnoten) en noteert: ‘Scholars can confidently reproduce G.’s translations in studies that do not require their own.’ De Alexandrian World Chronicle uit de titel van de editie-2012 betreft overigens een totaal andere tekst.

 

Inhoud

 

Revelationes omvat veertien, relatief korte hoofdstukken die in grote trekken de geschiedenis van de wereld beschrijven van Adam en Eva tot het Laatste Oordeel. De hoofdstukken 1-10 lopen van Adam en Eva tot de tijd waarin de auteur leefde en omvatten de eerste zes millennia van de wereldgeschiedenis. De oudtestamentische geschiedenisboeken worden op eigenzinnige wijze naverteld, waarna het gaat over Alexander de Grote en diens opvolgers. De hoofdstukken 11-14 behandelen dan het zevende en laatste millennium en hebben een voorspellend en apocalyptisch karakter. De Arabische moslims overrompelen en verwoesten het land, maar worden verslagen door de laatste Romeinse koning, die vrede brengt. Aan die periode van vrede komt een einde wanneer de ‘onreine volkeren’ (Gog en Magog), die ooit door Alexander in een berg werden opgesloten, vrijkomen en dood en vernieling zaaien. Zij zullen verslagen worden door de koning van de Romeinen, waarna de ‘zoon van de ondergang’ (filius perditionis) verschijnt (d.w.z. de Antichrist). Deze zal bestreden worden door Henoch en Elias, waarna Christus terugkeert. De Antichrist wordt definitief verslagen en het Laatste Oordeel neemt een aanvang.

 

Thematiek

 

De anonieme Syrische auteur schreef deze tekst als een reactie tegen de agressie van de Arabische moslims in het Midden Oosten in de zevende eeuw. Door de tekst toe te schrijven aan een bisschop die drie eeuwen eerder leefde, kon hij laten uitschijnen dat die Arabische invallen al lang voorspeld waren en dat zij de eerste fase waren in Gods Grote Plan, dat zou eindigen met het einde van de wereld en de finale lotsbestemming van de mensheid. ‘Reinink has proposed that the author of the Apocalypse saw Arab rule and the inducements to apostasy as the real threat to the Church, rose above sectarian wrangling, addressed himself to all Christians, and offered the ruler of the Christian Roman Empire as the hope of all the faithful, of whatver party, in Arab-occupied lands. The Apocalypse was never taken to be a document belonging to any particular faction within Christianity’ [ed. 2012: ix].

 

‘Perhaps few works are as evocative of the anxiety of the Middle Ages as the Apocalypse of Pseudo-Methodius. (…) Yet as vividly as the miseries are seen and as bleak as the prospects seem, the message of the Apocalypse is profoundly positive. The invasion of the Ishmaelites [lees: de Arabische moslims] may disturb but cannot demolish the dominion of the Roman Empire, the kingdom of the Christians, and even when all lawful power and authority are removed from the earth and the Antichrist reigns, the order of the world will be redeemed by Christ’s triumphal return’ [ed. 2012: xiii].

 

Receptie

 

De Revelationes was een in de Middeleeuwen bijzonder invloedrijke tekst. De talrijke bewaarde handschriften en de laatmiddeleeuwse drukken zijn daarvan getuigen. ‘In the West, the Latin Apocalypse is represented by a manuscript tradition that rivals the classics and the Church fathers in its extent. The popularity of Pseudo-Methodius is also evident in the multitude of vernacular translations’ [ed. 2012:x]. Zie verder bij ‘persoonlijke aantekeningen’.

 

Profaan / religieus?

 

Manifest religieus.

 

Persoonlijke aantekeningen

 

       In Karl Langosch’ overzicht van de Latijnse literatuur uit de Middeleeuwen worden aan de Revelationes nauwelijks vijf regeltjes besteed [Langosch 1990: 43]. Het is dan ook hoegenaamd geen pareltje van de wereldliteratuur: het grootste deel van de tekst is wollig en wazig en soms lijkt het alsof de auteur schreef onder invloed van een of andere drug (wat misschien ook gedeeltelijk te wijten is aan onbegrip van de middeleeuwse vertalers). Nochtans noteert Garstad: ‘The influence of the Apocalypse of Pseudo-Methodius throughout the Christian world was immense’ [ed. 2012: ix]. En DiTommaso [2017: 311] begint zijn recensie met de volgende zin: ‘The Apocalypse (or Revelationes) of Pseudo-Methodius was the most influential apocalyptic text written during the Middle Ages.’ Jacob van Maerlant kende het werk in elk geval. In zijn Rijmbijbel (1271) schrijft hij dat een zekere ‘Metodius’ een goddelijk visioen kreeg over het begin van de wereld en meer bepaald over de periode die duurde van Adam tot Noach en de Zondvloed. We vernemen dan:

 

Hi bescreef dat doe plaghen

die quade man, in haren daghen

te verkeerne der naturen seden

want si boven liggen deden

die wive, ende selve onder laghen.

Hier omme wildse God plaghen

ende hiet Noe maken die erke.

 

[Rijmbijbel I ed. 1858: 51-52 (hoofdstuk 25, verzen 1111-1117]

 

God zou de mensheid dus met de Zondvloed hebben gestraft, omdat tijdens de coïtus de vrouwen boven lagen.

 

En zo zijn we aanbeland bij Jheronimus Bosch, en meer bepaald bij het middenpaneel van diens Tuin der Lusten-drieluik. Eén van de interpretaties van dit middenpaneel stelt dat Bosch de mensheid uit de tijd van vóór de Zondvloed wilde uitbeelden, een periode die gekenmerkt werd door wijdverspreid onkuis gedrag en seksuele aberraties, waaronder homoseksualiteit (de Sicut erat in diebus Noe-hypothese, die aanleunt bij Matteus 24, 37-39). De auteurs die deze interpretatie aanhangen, kunnen onmogelijk de eerste twee hoofdstukken van de Revelationes onvermeld laten. In het eerste hoofdstuk wordt meegedeeld dat Kaïn Abel vermoordde en dat daarna Seth geboren werd. Vervolgens lezen we (ik vertaal de Engelse vertaling van de Latijnse vertaling):

 

"In het 500ste jaar van datzelfde eerste millennium misbruikten de zonen van Kaïn de vrouwen van hun eigen broers op bijzonder ontuchtige wijze (in fornicationibus nimis). In het 600ste jaar van dit eerste millennium bezoedelden hun vrouwen zich met een voorliefde voor ontucht en gedroegen zij zich als waanzinnigen, want zij namen bovenaan plaats en gebruikten hun eigen mannen alsof dat vrouwen waren, en zijzelf werden mannen, of om duidelijker te spreken, zij werden een oorzaak van verwarring voor wie hen zagen en zij waren schaamteloos in hun ontuchtig gedrag tegenover degenen die zij zagen. In het 800ste jaar van Adams leven werd de vuile ontucht over de hele aarde verspreid door de zonen van de broedermoordenaar Kaïn." [ed. 2012: 78-81]

 

Hoofdstuk 1 vertelt dan verder dat op het einde van het eerste millennium de families van Kaïn en Seth uit elkaar gingen: de familie van Seth trok zich terug op een berg in de buurt van het Aards Paradijs, terwijl de familie van Kaïn ging wonen op de vlakte waar Abel vermoord werd (men notere: het middenpaneel van de Tuin toont ook een vlakte).

 

In hoofdstuk 2 zitten we reeds in het tweede millennium. Onder invloed van de duivel ontstond toen ‘slechte kunst’ (mala ars), onder meer allerlei soorten muziek. En dan:

 

"In het 500ste jaar van het tweede millennium ontbrandden de mensen in het kamp van Kaïn nog meer in de meest verschrikkelijke ontucht, en ze deden nog ergere dingen dan de vorige generatie. En ze bestegen elkaar op de wijze van dieren, mannen zowel als vrouwen zonder onderscheid [de Griekse tekst is hier duidelijker:En ze bestegen elkaar op de wijze van wilde beesten, hier een vrouw bovenop een man, daar een man bovenop een vrouw’]. En zo bedreven de nakomelingen van Kaïn deze zelfde verwerpelijke en onzedelijke daden.

In het 700ste jaar van het leven van Jared, dat is in het tweede millennium, zette de boosaardige en vijandige duivel zich ertoe om de oorlog van de ontucht naar de zonen van Seth te brengen, zodat zij de dochters van Kaïn zouden begeren, en toen hij hen hiertoe aanzette, verschenen er reuzen op aarde, de zonen van Seth, die in de put van de zonde vielen en afschuwelijk werden [het Grieks heeft hier: ‘Hij (de duivel) dreef hen naar de dochters van Kaïn en wierp de reuzen van Seth in de put van de zonde.’ In hoofdstuk 1 werd al vermeld dat Seth ‘een reusachtige man lijkend op Adam’ was]. En de Here God werd toornig op het einde van het tweede millennium; een vloed van water verscheen en de hele eerste schepping werd uitgeroeid of verzwolgen." [ed. 2012: 80-83]

 

Zoals men merkt, is de Latijnse vertaling (die Middeleeuwers eerder zullen gelezen hebben dan de Griekse) soms warrig en onduidelijk, maar ondubbelzinnig vertelt deze tekst ons dat de periode tussen Adam en Noach beheerst werd door excessieve onkuisheid en dat dit laatste de reden was waarom God de mensheid strafte met een Zondvloed. Homoseksualiteit wordt echter niet vermeld, en ook opvallend (en noterenswaard) is dat Pseudo-Methodius met geen woord rept over mateloos geweld in deze periode (op het middenpaneel van de Tuin is er evenmin sprake van geweld). Dboec van Gods Wraken, waarschijnlijk geschreven door de Antwerpse schepenklerk Jan van Boendale in 1346-51, merkt het ook op (Boek II, hoofdstuk 1, verzen 5-20). Ik citeer de prozahertaling van Wim van Anrooij uit 1994:

 

"De vrome Methodius, over wie ik u hiervoor al vertelde, was bisschop en martelaar. Hij was een Griek die veel schreef. Zo maakte hij een mooi en luisterrijk boek dat begint bij Adam en eindigt met het Laatste Oordeel. Daarin zegt hij veel over de straf van God, Onze Heer, en over hoe ten tijde van Noach voor het eerst strijd, oorlog en twist begonnen. Dat had men voordien nooit. Want voor die tijd, zoals men leest, was er nooit een landsheer geweest."

 

-oOo-

 

Pseudo-Methodius heeft niet alleen het beeld van de middeleeuwer over de oertijd beïnvloed, maar ook diens opvattingen over de eindtijd. Naast het optreden van de Antichrist en zijn strijd met Henoch en Elias, vermeldt zijn boek bijvoorbeeld ook, en naar verluidt als vroegste bron, het optreden van een Eindtijd-keizer (koning in zijn tekst). En er is de legende van de Joodse naties Gog en Magog die door Alexander de Grote werden opgesloten in een berg en in de eindtijd weer zullen vrijkomen om verderf te zaaien. Een thema dat naar mijn mening ook een rol speelt op het middenpaneel van Bosch’ Hooiwagen-drieluik (zie de groep mensen op het middenplan-rechts die uit een grot naar buiten stromen om mee de hooiwagen aan te vallen). Pseudo-Methodius heeft het over hen in de hoofdstukken 8 en 13. Merkwaardig is dat hoofdstuk 8 ons leert hoe die berg van Alexander heette. In feite gaat het om twee bergen, die in het Latijn Ubera Aquilonis heten, en in het Grieks hoi Madzoi tou Borra, de ‘Borsten van het Noorden’ dus. Garstad vertaalt hier the Paps of the North, en zo leren we weer een Engels woordje bij. ‘Pap’ is inderdaad een woord voor ‘tepel’ of ‘tiet’, maar kan ook ‘heuvel’ of ‘kegelvormige heuveltop’ betekenen.

 

Geraadpleegde lectuur

 

  • Langosch 1990: Karl Langosch, Mittellatein und Europa – Führung in die Hauptliteratur des Mittelalters, Wissenschaftliche Buchgesellschaft, Darmstadt, 1990.
  • DiTommaso 2017: Lorenzo DiTommaso, “The Apocalypse of Pseudo-Methodius: Notes on a Recent Edition”, in: Medioevo greco – Rivista di storia e filologia bizantina, jg. 17 (2017), pp. 311-321.

 

[explicit 2 juni 2021]

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram