Jheronimus Bosch Art Center
Datering
Circa 1320
Moderne editie
M.J.M. de Haan e.a. (eds.), "Roman van den Riddere metter Mouwen - Opnieuw naar de bewaarde bronnen uitgegeven", Utrecht, 1983
Taal
Middelnederlands

Roman van den Riddere metter Mouwen (anoniem) circa 1320

[Teksteditie: M.J.M. de Haan, L. Jongen, B.C. Damsteegt en M.J. van der Wal m.m.v. Annemarie Meesen (eds.), Roman van den Riddere metter Mouwen – Opnieuw naar de bewaarde bronnen uitgegeven. Publikaties van de Vakgroep Nederlandse Taal- & Letterkunde (R.U. Leiden) – nr. 11, HES Uitgevers, Utrecht, 1983 = Ridder metter Mouwen ed. 1983]

 

Auteur

 

Anoniem.

 

Genre

 

Een (hoogstwaarschijnlijk oorspronkelijk Middelnederlandse) niet-historische Arturroman [ed. 1983: 10 / 12].

 

Situering / datering

 

Deze Arturroman van 4020 verzen is één van de zeven ingevoegde Arturromans uit de zogenaamde ‘Haagse Lancelotcompilatie’ (Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, 129 A 10). Deze codex is omstreeks 1320 ontstaan. Daarnaast zijn er 320 verzen bewaard gebleven van een uitgebreidere en oorspronkelijkere versie (Brussel, Koninklijke Bibliotheek, IV 818). Het betreft hier een dubbelblad dat afkomstig is uit een omstreeks 1360-70 te dateren codex. Vergelijking van dit fragment met de versie in Den Haag leert ons dat deze laatste een compilatietekst is waarvan de samensteller het oorspronkelijke verhaal aanzienlijk heeft bekort [ed. 1983: 13-14].

 

Inhoud

 

Zie voor een samenvatting ed. 1983: 10-12. De tekst kan in twee grote delen verdeeld worden.

 

In het eerste deel (verzen 1-2239) wordt Miraudijs (zijn naam wordt enkel vermeld in vers 2208) door koningin Genever tot ridder geslagen opdat hij een rode ridder die een maagd mishandelt, zou kunnen bestraffen. Van Waleweins nicht Clarette krijgt hij, voor hij vertrekt, een witte mouw als teken van hun verbondenheid. Na de vervulling van zijn opdracht gaat de Ridder met de Witte Mouw, ook wel de Zwarte Ridder genoemd, op zoek naar verdere avonturen. In het Woud zonder Genade verslaat hij twee boze ridders en hun knecht (een dwerg). Vervolgens verslaat hij de reuzen (volgelingen van de boze ridders) die Arturs burcht belegeren. Daarna verslaat Miraudijs Keye (die hem in het begin van het verhaal beledigd had). Miraudijs verslaat ook nog de stiefvader van de burchtvrouw die hem net vóór de tocht naar het Woud zonder Genade gastvrij ontvangen had. Vervolgens gaat hij in een klooster leven, totdat Artur een toernooi organiseert met Clarette als inzet. Miraudijs wint dit toernooi. Op dit toernooi leert hij ook zijn moeder kennen. Miraudijs wordt koning van haar land en keert terug naar Artur om met Clarette te huwen.

 

Dan begint het tweede deel. Een neef van Keye daagt Miraudijs uit en noemt hem een bastaard. Eerst trekt Miraudijs echter weer op avontuur. Hij bevrijdt zijn vader uit een duivelse burcht vol roofridders (vijf broers). Ondertussen gaan enkele Tafelridders Clarette helpen die in Spanje belegerd wordt door de koning van Arragoen. Daarna helpen ze Artur tegen de agressie van de koning van Ierland, maar ze overwinnen deze laatste pas dankzij de hulp van Miraudijs. Daarna verslaat Miraudijs de neef van Keye in een duel. Miraudijs en enkele Tafelridders worden door de koning van Ierland bedrogen en ontvoerd naar Ierland. Dankzij Iwein en zijn leeuw worden zij bevrijd. Op hun terugreis komen ze bij Miraudijs’ moeder terecht die belegerd wordt door de op haar verliefde koning van Cornuwalgen. Miraudijs’ vader verslaat deze koning in een duel, nadat hij eerst gehuwd is met Miraudijs’ moeder. Ten slotte reizen de ridders naar het hof van Artur om te gaan feesten.

 

Thematiek

 

Samen te vatten als: ware adel verloochent zich niet. Duidelijk aangebracht op het einde van het eerste deel (verzen 2212-2219). In het eerste deel toont de vondeling (maar koningszoon) Miraudijs zijn (door de liefde voor Clarette gestimuleerde) ridderlijke inborst. In het tweede deel wordt deze adellijke inborst wettelijk bevestigd (zijn weergevonden vader en moeder huwen en hij is geen bastaard meer: zie de verzen 4016-4020 = de laatste verzen van de tekst). Het gedrag van Keye en diens neef fungeert in dit verband als negatieve zelfdefiniëring [ed. 1983: 19-20]. Een gelijkaardige thematiek (de evolutie van een ruw jongmens tot een waardige Tafelridder = het belang van sociaal gedrag, van ‘gemeenschap stichten’) treffen we ook aan in de Ferguut en in de Moriaen (vergelijk de recensie van Yves Vermeulen) en bijvoorbeeld ook in Chrétien de Troyes’ Parsifal. Dit blijkt dus een belangrijke boodschap te zijn binnen de Arturepiek.

 

Ook in andere opzichten is deze Arturroman een spiegel van hoofsheid en ridderlijkheid.

  • De hoofse adviezenreeks van Clarette aan Miraudijs (verzen 175-196).
  • Vermeldingen van de termen ‘hoofs’ en ‘hoofsheid’ in de verzen 434, 573, 1294, 1524, 1726, 2551, 3605 en 3815.
  • Daartegenover de termen ‘dorper’ en ‘dorperheit’ in de verzen 1636, 2296 en 3893.
  • Signalen van de hoofse code (onder meer het handen wassen vóór het eten): verzen 41-43 en 481-483.
  • Hoofse code in een religieuze context: de goeden gaan vóór een gevecht naar de mis, de slechten niet. Zie de adviezen van Clarette.
  • Signalen van de riddercode: in een duel doodt men de tegenstander die zich overgeeft, niet: onder meer de verzen 3937-3940.
  • Zie ook de talrijke bloedige gevechten en duels, met onder meer een topos als soe dat heb beiden trode bloet / ten nese enten monde ut woet (verzen 3913-3914) (vergelijk onder meer ook Karel ende Elegast).
  • De code van de hoofse liefde: de minne maakt Miraudijs sterk in het gevecht: verzen 827-830, 858-861.

Merkwaardig is wel dat op een bepaald moment enkele Tafelridders pertinent weigeren Artur te helpen tegen de koning van Ierland: zij willen perse eerst Clarette in Spanje gaan helpen. Artur staat er maar beteuterd bij (verzen 2868-2909).

 

Receptie

 

Manifest hofliteratuur.

 

Profaan / religieus?

 

Profaan.

 

Recensies van de editie-1983

 

  • Bart Besamusca, “Een minder bekende Arturroman”, in: Literatuur, jg. 1, nr. 1 (januari-februari 1984), pp. 40-41.
  • Yves G. Vermeulen, in: Spektator, jg. 13, nr. 5 (april 1984), pp. 380-382.
  • Ingrid van de Wijer, in: Spiegel der Letteren, jg. 26 (1984), nr. 1-2, pp. 89-90.

 

Verdere lectuur

 

  • Ulrike Wuttke, “’Clarette, die nine vaect’. Die Darstellung der Protagonistin im mittelniederländischen Roman ‘De Ridder metter Mouwen’”, in: Queeste, jg. 13 (2006), nr. 2, pp. 130-153.
  • Wouter Schrover, “Ontmoeting van twee werelden – Een nieuwe interpretatie van de intertekstuele relatie tussen de ‘Conte du graal’ en ‘Die riddere metter mouwen’”, in: Queeste, jg. 15 (2008), nr. 2, pp. 120-141.

 

[explicit 28 mei 1996]

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram