Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90
Datering
XVIB
Moderne editie
W.N.M. Hüsken e.a. (eds.), "Trou Moet Blijcken - Deel 4: Boek D - Bronnenuitgave van de boeken der Haarlemse rederijkerskamer 'de Pellicanisten'", Assen, 1994, ff. 102r-117r
Taal
Middelnederlands

Een spel Van sinnen van die saijer die Goet saet in sijn ackker seijden

ende ter wijl hij sliep Die viant quaet saet Daer onder saijden

Matheus 13 capittel

(Lauris Jansz.) XVIB

[Diplomatische teksteditie: W.N.M. Hüsken, B.A.M. Ramakers en F.A.M. Schaars m.m.v. M.R. Hagendoorn en J.P.G. Heersche (eds.), Trou Moet Blijcken – Deel 4: Boek D – Bronnenuitgave van de boeken der Haarlemse rederijkerskamer ‘de Pellicanisten’. Uitgeverij Quarto, Assen, 1994, ff. 102r-117r = Saijer die goet saet saijde ed. 1994]

[Hummelen 1 OD 7]

 

Auteur

 

Lauris Jansz., factor van de Haarlemse rederijkerskamer Liefd’ Boven Al.

 

Genre

 

Een zinnenspel. Volgens de terminologie van Hummelen een ‘gelijkenisspel’.

 

Situering / datering

 

Dit spel (1445 verzen/regels in de ed. 1994) bleef bewaard in Boek D uit het archief van de Haarlemse rederijkerskamer De Pellicanisten. De teksten in dit boek werden (af)geschreven door Adriaen Lourisz. Lepel. Volgens een aantekening op fol. 181v werd het boek voltooid op 6 september 1598? De erin aanwezig stukken dateren dus van vóór die datum.

 

Inhoud

 

Een allegorische dramatisering van de parabel van de zaaier in Mattheus 13, 24-30. Zie verder het inhoudsoverzicht in Hummelen 1968: 355.

 

Thematiek

 

Stichtelijk-religieus. En typisch voor de tolerante Lauris Jansz.: in gewetenskwesties mag niemand gedwongen worden [fol. 103v (verzen 153-161)]. Het onkruid moet samen met het goede zaad opgroeien en God zal dan wel zorgen dat iedereen rechtvaardig beoordeeld wordt. De mensen mogen elkaar dus niet beoordelen, zeker niet als het om zaken van (verschillende) religieopvattingen gaat [fol. 116v (verzen 1372-1381)]. De parabel wordt in scènes op het toneel gebracht en telkens allegorisch geïnterpreteerd: de akker is de wereld [fol. 107r (vers 468)], de zaaier is Christus [fol. 108v (vers 610)], het goede zaad zijn de goede christenen [ff. 108v-109r (verzen 626-628)], degene die het onkruid zaait, is de duivel en het onkruid zijn de goddelozen [fol. 112v (verzen 970-972 / 977-978)].

 

Receptie

 

Het betreft hier een rederijkersstuk dat bewaard bleef in een rederijkerscontext en geschreven werd door de factor van een Haarlemse rederijkerskamer. Dit alles wijst op stadsliteratuur. Verband met Haarlem.

 

Profaan / religieus?

 

Manifest stichtelijk-religieus.

 

[explicit 20 augustus 1999]

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram