Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90
Datering
1403
Moderne editie
Gertrude H. van Schaick Avelingh (ed.), "Dat Scaecspel", Leiden, 1912
Taal
Middelnederlands

Dat Scaecspel (Franconis) 1403

[Teksteditie: Gertrude H. van Schaick Avelingh (ed.), Dat Scaecspel. A.W. Sijthoff’s Uitg.-Mij., Leiden, 1912 = Scaecspel ed. 1912]

[Ca 419 / 420 / 421] [Debaene pp. 264]

 

Auteur

 

De Latijnse brontekst (Ludus Scaccorum) werd geschreven door de Italiaanse dominicaan Jacobus de Cessolis [ed. 1912: I / VIII]. De Middelnederlandse bewerker noemt zichzelf Franconis. Behalve dat hij een ‘clerc’ moet geweest zijn, is weinig over hem bekend [ed. 1912: XXVI-XXX]. Wellicht is deze Franconis overigens slechts de oudste kopiist [Van Herwaarden 1994: 304].

 

Genre

 

Een allegorisch-moraliserend traktaat in Middelnederlands proza.

 

Situering / datering

 

Dat Scaecspel is een Middelnederlandse bewerking van het Latijnse Ludus Scaccorum dat geschreven werd circa 1300 [ed. 1912: I / VIII, Van Herwaarden 1994: 304]. Deze Latijnse tekst moet in de 14de en 15de eeuw erg populair geweest zijn in Europa: hij werd, behalve in het Middelnederlands, ook vertaald in het Duits, Frans, Engels, Portugees, Spaans, Catalaans, Italiaans, Tsjechisch en Zweeds. Ongeveer 200 handschriften, voornamelijk uit de 14de en 15de eeuw (waarvan ongeveer 80 Latijnse), en 36 drukken bleven bewaard [ed. 1912: X].

 

Het Middelnederlandse Scaecspel is eerder te beschouwen als een bewerking dan als een vertaling, onder meer doordat de auteur het vierde tractatus van de brontekst niet getrouw vertaalde, maar op originele wijze doorheen de eerste drie tractati mengde [ed. 1912: XI-XII / XXV]. Dat Scaecspel bleef bewaard in negen handschriften en drie drukken. De handschriften zijn alle afschriften en kunnen onderverdeeld worden in twee groepen: een Noord- en een Zuid-Nederlandse. Vijf van de negen handschriften (B, C, E, F en G) zijn niet gedateerd. De overige dateren respectievelijk van 1403 (A), 1453 (D), 1434 (H) en 1481 (I) [ed. 1912: XXXIX-XLVIII, Van Herwaarden 1994: 442-443 (noot 2)]. De oorspronkelijke Middelnederlandse tekst is hoogstwaarschijnlijk van West-Vlaamse afkomst [ed. 1912: LIX].

 

Inhoud

 

Voor de inhoud van het Ludus Scaccorum, zie ed. 1912: V-VII. Voor de inhoud van Dat Scaecspel, zie ed. 1912: XXX-XXXV. De sociale klassen die aan de hand van de schaakstukken besproken worden zijn: koning (7-21), koningin (21-32), raadsheren (32-37), rechters (38-48), ridders (48-81), de toren [rocke = de landsheerlijke ambtdragers] (81-94), de 1ste ‘vinne’ of pion = akkerman, herder, tuinier (94-102), de 2de ‘vinne’ = smid, ijzersmid, goudsmid, muntmeester, timmerman, metselaar (102-110), de 3de ‘vinne’ = drapeniers, volders, wevers, ‘sceeriaers’, barbiers, schoenmakers, vleeshouwers, al wie met laken, wol, vachten of leder omgaat, klerken, advocaten (110-116), de 4de ‘vinne’ = kooplui, wantsnijders, wisselaars, rentmeesters, schatbewaarders, al wie met tijdelijke goederen omgaat (116-126), de 5de ‘vinne’ = dokters, chirurgen, apothekers (126-138), de 6de ‘vinne’ = taverniers (138-148), de 7de ‘vinne’ = schouten, burgermeesters, schepenen, alle stedelijke ambtenaren (148-152), de 8ste ‘vinne’ = dwaze verkwisters, briefdragers, ribauten, de ‘gemeente’ (152-162).

 

Thematiek

 

Een allegorisch-moraliserende toepassing van het schaakspel op de laatmiddeleeuwse maatschappij [ed. 1912: IV].

 

Receptie

 

Regelmatig geeft de Middelnederlandse bewerker blijken van sympathie voor de opkomende burgerij [ed. 1912: XXXIII]. Blijkens de tekst zelf is Dat Scaecspel bedoeld voor de adel en de rijke burgerij [zie vooral ed. 1912: 6 (regels 22-35)]. Petschar [1992], die de tekst van Jacobus de Cessolis benadert via de Middelhoogduitse prozabewerking, ziet als context voor het originele Ludus Scaccorum de stadscultuur in Lombardije circa 1300. De Cessolis wil echter met de metafoor van het schaakspel naar verluidt de bestaande Ordo verdedigen (dus tégen de groeiende macht van de opkomende burgerij). De orde van het schaakbord weerspiegelt de orde van de sociale werkelijkheid die door de belangrijker wordende stadscultuur en haar positieve houding tegenover sociale mobiliteit bedreigd wordt [Petschar 1992: 639].

 

Profaan / religieus?

 

Profaan-moraliserend.

 

Geraadpleegde literatuur

 

  • Petschar 1992: Hans Petschar, “Vorbilder für Weltbilder – Semiotische Überlegungen zur Metaphorik der mittelalterlichen Schachzabelbücher”, in: Gertrud Blaschitz e.a. (red.), Symbole des Alltags – Alltag der Symbole – Festschrift für Harry Kühnel zum 65. Geburtstag. Graz, 1992, pp. 616-640.
  • Van Herwaarden 1994: Jan van Herwaarden, “’Dat scaecspel’ – Een profaan-ethische verkenning”, in: J. Reynaert e.a., Wat is wijsheid? Lekenethiek in de Middelnederlandse letterkunde. Nederlandse literatuur en cultuur in de middeleeuwen – deel IX, Prometheus, Amsterdam, 1994, pp. 304-321.

 

[explicit 10 juni 1994]

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram