Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90
Datering
Circa 1516
Moderne editie
Gilbert Degroote (ed.), "Jan van den Dale - Gekende werken, met inleiding, bronnenstudie, aanteekeningen en glossarium", Antwerpen, 1944, pp. 73-131
Taal
Middelnederlands

De uure vander doot (Jan van den Dale) circa 1516

[Teksteditie: Gilbert Degroote (ed.), Jan van den Dale – Gekende werken, met inleiding, bronnenstudie, aanteekeningen en glossarium. Uitgave van de Vereeniging der Antwerpsche Bibliophielen – Tweede reeks – nr. 2, De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen, 1944, pp. 73-131 = Uure vander doot ed. 1944]

[NK 2744]

 

Auteur

 

De Zuid-Nederlandse rederijker Jan van den Dale (vanaf circa 1494 in Brussel woonachtig en vermoedelijk rond 1522 overleden).

 

Genre

 

Een lang strofisch rederijkersgedicht (110 strofen, 1546 verzen) naar de vorm. Naar de inhoud een stichtelijk-allegorisch droomvisioen.

 

Situering / datering

 

De uure vander doot bleef bewaard in talrijke zestiende-eeuwse drukken, waaronder zelfs een Franse vertaling [ed. 1944: 56-58]. De editio princeps (Brussel, Thomas van der Noot, circa 1516) bleef bewaard in een uniek exemplaar (München, stadsbibliotheek) [ed. 1944: 54]. Over bronnen en invloeden (onder meer van Pierre Michaults Danse aux aveugles), zie ed. 1944: 17-25.

 

Inhoud

 

In zijn studeerkamer heeft de dichter een dagdroom. In een prachtig prieel (allegorisch = zijn zondige jeugd) ontmoet hij vijf charmante jongedames (= zijn vijf zinnen). Dan verschijnt echter plots de Dood: het stervensuur is aangebroken. Via de bemiddeling van Maria en het kindje Jezus krijgt de ikverteller één uur uitstel: een gelegenheid voor hem om uitgebreid zijn dwaas en zondig leven te overdenken en de lezers aan te sporen tot deugdzaamheid. Niemand weet immers wanneer zijn laatste uur zal slaan. Als het uur verstreken is en de Dood hem wil meetrekken, ontwaakt de dichter. Hij besluit zijn droom te noteren, tot lering van alle mensen. Vergelijk ook de samenvatting in ed. 1944: 17.

 

Thematiek

 

Stichtelijk-religieus. Kort samengevat: een ‘memento mori’.

 

Receptie

 

Stadsliteratuur. Het betreft hier het werk van een Brusselse rederijker, gedrukt te Brussel. Brinkman [1994: 133] noteerde dat de beeldspraak en bepaalde verwijzingen direct aansluiten bij het leven in de laatmiddeleeuwse stad. Verband met Brussel.

 

Profaan / religieus?

 

Duidelijk stichtelijk-religieus.

 

Geraadpleegde lectuur

 

  • Brinkman 1994: Herman Brinkman, “De weerklank van de Bourgondische hofliteratuur in het Middelnederlands”, in: Millennium, jg. 8 (1994), nr. 2, pp. 125-133.

 

[explicit 3 augustus 1997]

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram