Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90
Datering
XIVd
Moderne editie
Marieluise Dusch (ed.), "De Veer Utersten - Das Cordiale de quatuor novissimis von Gerhard von Vliederhoven in mittelniederdeutscher Überlieferung", Niederdeutsche Studien - Band 20, Böhlau Verlag, Keulen-Wenen, 1975
Taal
Middelnederduits

De Veer Utersten (Gerard van Vliederhoven) XIVd

[Teksteditie: Marieluise Dusch (ed.), De Veer Utersten. Das Cordiale de quatuor novissimis von Gerhard von Vliederhoven in mittelniederdeutscher Überlieferung. Niederdeutsche Studien – Band 20, Böhlau Verlag, Keulen-Wenen, 1975 = De Veer Utersten ed. 1975]

 

Auteur

 

Gerard van Vliederhoven. Tussen 1380 en 1396 was hij priesterbroeder in het Huis van de Duitse Orde (johannieterorde) te Utrecht, waar hij het ambt van dispensator bekleedde. In 1396 werd hij benoemd tot pastoor van Schoonhoven.  Hij is waarschijnlijk vóór 1402 gestorven. [1* / 10*-11* / 14*-15*]

 

Genre

 

Een stichtelijk Latijns traktaat dat in de overlevering onder meer als titel heeft: Cordiale de quatuor novissimis. In de proloog noemt Van Vliederhoven zelf zijn tekst een cordiale. De titel De veer utersten is ontleend aan het explicit van het door Dusch geëditeerde handschrift.

 

Situering / datering

 

Tegen het einde van de veertiende eeuw (waarschijnlijk in de periode 1380-1396, toen hij in het Utrechtse Huis van de Duitse Orde verbleef) schreef Van Vliederhoven zijn Latijnse tekst die waarschijnlijk noch vóór 1400 in het Middelnederlands werd vertaald (in elk geval niet door hemzelf) [1*-2* / 30*]. Het oudste gedateerde handschrift van het Cordiale dateert uit 1409 [8*]. De Middelnederlandse en Middelduitse handschriften gaan terug op één en dezelfde vertaling die eind veertiende, begin vijftiende eeuw moet ontstaan zijn [30*].

 

In 1975 was er – afgezien van de Middelengelse vertaling – nog geen moderne teksteditie van het Cordiale voorhanden. Dusch collationeerde de Nederlandse en Nederduitse handschriften en baseerde haar teksteditie op handschrift W (Wolfenbüttel, Cod. Guelf. 1182 Helmst.), dat dateert uit de vijftiende eeuw [89*-93*]. Dit handschrift, het beste uit de Nederduitse groep, is mogelijk een kopie van een Westfaalse tekst die door Moderne Devoten naar Oostfalen is meegebracht [110*-111*].

 

Inhoud

 

De tekst is een compilatie van citaten uit de Bijbel, uit de geschriften van de kerkvaders en kerkleraars en uit de stichtelijke literatuur van de middeleeuwen. In vier hoofdstukken worden de ‘Vier Laatste Dingen’ of ‘Vier Uitersten’ behandeld (Dood, Laatste Oordeel, Hel en Hemel). Nadenken over deze zaken moet de lezer afhouden van de zonde en sterken in het goede. Op het einde gaat de tekst over in een soort Exhortatio ad imitationem Christi. [2*]

 

Thematiek

 

De tekst is sterk beïnvloed door de Frans-dominicaanse preektraditie [3* / 26*]. Het Liber de dono timoris van de dominicaan Humbert de Romans (+1227) is een belangrijke bron voor Van Vliederhoven geweest [17*]. De aansporing tot navolging van Christus op het einde kan de vraag opwerpen of Van Vliederhoven ook beïnvloed werd door de Moderne Devotie [26*].

 

Receptie

 

De tekst kan beschouwd worden als een laatmiddeleeuwse bestseller. Naast Middelnederlandse en Middelduitse vertalingen waren er ook nog vertalingen in het Engels, Frans, Spaans en Catalaans. Alleen al voor de periode tussen 1471 en 1500 zijn er 73 drukken bekend, het aantal postincunabelen is nog groter en dan is er ook nog een omvangrijke handschriftelijke overlevering [2* / 33*]. Dusch somt niet minder dan 178 Latijnse handschriften op [40*-57*], 14 Middelnederlandse [57*-61*], en 13 Middelnederduitse [61*-64*].

 

Zijn grootste bereik had het Cordiale in het Nederlandse en Duitse taalgebied in de vijftiende eeuw, in de kringen van de Moderne Devotie: de tekst was, ook in vertaling, aanwezig in de bibliotheek van Windesheim en andere stichtingen van de Moderne Devoten bezaten de tekst eveneens [34* / 36*-38*]. In zijn recensie van Dusch’ teksteditie [Ons Geestelijk Erf, deel 50, afl. 3 (september 1976), pp. 350-352] noteerde A. Ampe echter: ‘In haar paragraaf over de verspreiding van het Cordiale lijkt S. ons te eenzijdig de straling van de Devotio moderna te tekenen. Men moet toch ermee rekening houden dat het mogelijk verspreid geraakte langs de johannieterorde, waartoe de auteur behoorde. Bovendien is er het bewijs van de bezitsmerken in de bewaarde hss. (opvallend veel bv. bij de kartuizers: wie is daarover verwonderd?)’.

 

‘Vooral in kringen van de Moderne Devotie, maar toch ook wel daarbuiten, vond het werk een enorme verspreiding. Vanaf circa 1470 bereikt deze een hoogtepunt, getuige het grote aantal handschriften en vroege drukken uit deze periode met het Cordiale, niet alleen in het Latijn en Nederlands, maar ook in Duitse, Franse en Engelse vertaling’ [Johan Oosterman, “Het rekenboek geopend. De laatste dingen in de vroege Brugse rederijkerslyriek”, in: Queeste, jg. 7 (2000), nr. 2, pp. 143-161, meer bepaald p. 152].

 

Profaan / religieus?

 

Manifest stichtelijk-religieus.

 

Aantekeningen: Bosch en het Cordiale

 

Het Cordiale van Van Vliederhoven is vooral interessant in verband met het aan Bosch toegeschreven Tafelblad met de Zeven Hoofdzonden (Madrid, Prado) waarop in vier hoektondo’s de Vier Uitersten worden afgebeeld. De meest opvallende link tussen tekst en paneel is het gegeven dat het bijbelcitaat waarmee de tekst eindigt (Deuteronomium 32: 28-29), ook terug te vinden is in een banderol bovenaan het paneel. Barbara Lane (Lane 1985) wees echter op een zestiende-eeuwse gravure (circa 1585) met als onderwerp de Vier Laatste Dingen waarin de bijbelverzen eveneens geciteerd worden. Wellicht ging het hier dus om een topische vermelding.

 

Er zijn ook verder geen dwingende gegevens die zouden aantonen dat Bosch het Cordiale gelezen heeft en erdoor beïnvloed werd. Wel ademen tekst en schilderij volledig dezelfde stichtelijke sfeer: door te mediteren over Dood, Laatste Oordeel, Hel en Hemel zal de mens het zondigen laten en het goede nastreven. Hier en daar (maar niet al te vaak) bevat de tekst bovendien passages die verwant zijn aan bepaalde details uit het Bosch-oeuvre, zonder dat ook hier sprake kan zijn van manifeste invloed. Eén van de aardigste, meest typische passages uit het Cordiale is deze [pp. 13-14]:

 

Men leest dat het vroeger (en nu nog) aan het pauselijk hof te Rome de gewoonte was wanneer er een nieuwe paus gekozen werd, dan kwam daar een man die een stuk heide of vlas naar de paus bracht, dat verbrandde en zegde: Heilige Vader, zo vergankelijk is de vreugde van de wereld. Ook zegt Isidorus dat het een gewoonte was op de dag dat er een keizer van Constantinopel gekroond werd en hij op het toppunt van zijn eer was, dan kwam er een steenhouwer naar hem met drie of vier soorten steen om de keizer te laten kiezen van welke soort hij zijn graf wilde laten maken. Ook leest men van de heilige man Johannes Aalmoezengever (?), die een patriarch was van Alexandrië, dat hij zijn graf liet maken, maar nog niet volledig. En hij had het zo geregeld dat op de belangrijkste feestdagen, wanneer hem grote eer betoond werd, dan kwam er iemand naar hem toe om te zeggen: Heer, uw graf is nog niet volledig gemaakt, geef het bevel om het af te maken, want u weet niet wanneer de dood zal komen.

 

Het feit dat hier paus, keizer en patriarch vlak achter elkaar vernoemd worden, vertoont verwantschap met het middenpaneel van de Hooiwagen-triptiek, waarop ook onder meer een paus, een keizer en een patriarch de hooiwagen volgen…

 

Meer dan dit soort oppervlakkige overeenkomsten en in geest met Bosch verwante passages vallen er in het Cordiale echter niet te rapen. Misschien dat er bij Dionysius de Karthuizer, die leefde in de buurt van ’s-Hertogenbosch en in de late vijftiende eeuw ook een Latijns cordiale over de Vier Uitersten schreef, meer concrete invloeden op Bosch te ontdekken vallen, maar dat dient verder onderzocht.

 

Vergelijk over Bosch en het Cordiale: Barbara G. Lane, “Bosch’s Tabletop of the Seven Deadly Sins and the Cordiale Quattuor Novissimorum”, in: William W. Clark (red.), Tribute to Lotte Brand Philip, art historian and detective. New York, 1985, pp. 89-94 (= Lane 1985).

 

[explicit 20 juli 2009]

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram