Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90
Datering
IVc
Moderne editie
Vincent Hunink (vert.), "Athanasius van Alxandrië - Verleidingen in de woestijn - Het leven van de heilige Antonius - Vertaald en toegelicht", Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2002
Taal
Grieks

Vita Antonii (Athanasius van Alexandrië) IVc

[Nederlandse vertaling: Vincent Hunink (vert.), Athanasius van Alexandrië – Verleidingen in de woestijn – Het leven van de heilige Antonius – Vertaald en toegelicht. Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2002, 117 blz. = Vita Antonii ed. 2002]

[Nederlandse vertaling: Christofoor Wagenaar ocso (vert.), Leven – getuigenissen – brieven van de Heilige Antonius Abt – Inleidingen, vertaling, voetnoten, bibliografie en registers. Monastieke Cahiers – 17, Abdij Bethlehem, Bonheiden, 1981, pp. 34-191 = Vita Antonii ed. 1981]

 

Genre

 

Een oorspronkelijk in het Grieks geschreven vita (hagiografie of heiligenleven), in dit geval een levensbeschrijving van de Egyptische woestijnkluizenaar Sint-Antonius (251-356). De Griekse titel is Bios tou makariou Antoniou tou megalou (Het leven van de gelukzalige Antonius de Grote).

 

Auteur

 

Athaniasius van Alexandrië (ca. 295-373), die op 32-jarige leeftijd patriarch (bisschop) van Alexandrië werd en bekend is om zijn strijd tegen de (ketterse) Arianen. Vijf maal was hij gedwongen zijn bisdom te verlaten. Tijdens de derde verbanning (356-361) week hij uit naar de Egyptische woestijnmonniken, waar hij Antonius ontmoette. Hij had daarvoor Antonius al een keer ontmoet, toen die naar Alexandrië was gekomen om de Arianen te helpen bestrijden. [ed. 1981: 7]

 

Situering/datering

 

De Griekse tekst, door Athanasius geschreven tussen 356 en 373, bleef bewaard in honderden handschriften maar was tot voor kort in een moderne uitgave alleen bereikbaar via Migne, PG 26. Ondertussen is er een kritische editie van de originele Griekse tekst verschenen: G.J.M. Bartelink (ed./vert.), Athanase d’Alexandrie – Vie d’Antoine – Introduction, texte critique, traduction, notes et index, Sources Chrétiennes 400, Parijs, 1994. De vertaling van Hunink is hierop gebaseerd. Wagenaar baseerde zijn vertaling op PG 26.

 

Uit de periode tussen het ontstaan van de tekst en de negende eeuw is er overigens geen enkel handschrift bekend [ed. 1981: 14, ed. 2002: 103].

 

Inhoud

 

De structuur van de Vita Antonii ziet eruit als volgt.

 

In het voorwoord richt Athanasius zich tot ‘monniken in den vreemde’ die hem vragen hebben gesteld omtrent de levensloop van Antonius. Hij noteert onder meer: ‘Daarom heb ik voor u, godvrezenden, vlug opgeschreven wat ik zelf van hem wist – want ik heb hem dikwijls bezocht – en wat ik over hem heb kunnen achterhalen, want geruime tijd bracht ik naast hem door, ja, ik goot water over zijn handen’. De lezingen lopen hier echter uiteen. Een andere lezing heeft namelijk: ‘… en wat ik over hem heb kunnen achterhalen van degene die geruime tijd naast hem doorbracht, ja, water over zijn handen goot’. Deze laatste lezing verdient naar verluidt de voorkeur [ed. 1981: 42, ed. 2002: 8]. Maar zowel uit de ene als uit de andere lezing blijkt in elk geval dat Athanasius Antonius persoonlijk ontmoet heeft.

 

[Vita 1-4] Antonius werd geboren in Egypte uit adellijke, welgestelde, christelijke ouders. Na hun dood, hij was toen ongeveer 19, schonk hij na het bijwonen van een mis waarin Matteus 19: 21 werd voorgelezen, zijn erfenis aan de armen. Zijn jongere zusje vertrouwde hij toe aan christelijke maagden en zelf ging hij in de buurt van het dorp als kluizenaar wonen om een streng-ascetisch leven te leiden.

 

[Vita 5-6] De duivel probeert Antonius eerst van zijn ascese af te brengen door hem te herinneren aan zijn goede leven en aan de moeite van het kluizenaarsleven. Als dat niet lukt, probeert de duivel het met onreine gedachten en door ’s nachts te verschijnen als een vrouw. De duivel verschijnt ook in de gedaante van een zwart kind dat zich de ‘geest van de ontucht’ noemt.

 

[Vita 7-10] Antonius verhoogt zijn ascese nog en trekt zich terug in een grafkelder, een eindje van zijn dorp. Op een nacht wordt hij door een menigte duivels afgerammeld. Een vriend, die brood komt brengen, treft hem bewusteloos aan en draagt hem naar de dorpskerk. Antonius komt echter weer bij en vraagt om terug naar de grafkelder gedragen te worden. Daar wordt hij opnieuw afgerammeld door duivels, dit keer in de gedaante van wilde beesten en reptielen. Een lichtstraal verdrijft de duivels en Antonius heeft een gesprek met Christus. Hij was toen ongeveer 35 jaar oud.

 

[Vita 11-13] Antonius trekt de bergen in, naar een verlaten fort/burcht vol reptielen, die verdwijnen als hij er aankomt. Onderweg vindt hij eerst een zilveren schaal, dan een hoop goud, door de duivel daar gelegd om Antonius te bekoren. Bezoekers van de burcht worden door Antonius niet binnengelaten, maar zij horen binnen vaak lawaai en gekrijs alsof Antonius met demonen aan het vechten is.

 

[Vita 14-15] Na 20 jaar komt Antonius (hij is dan ongeveer 55) voor de eerste keer weer naar buiten, en hij blijkt nog niets veranderd te zijn. Hij geneest zieken. Er komen in de woestijn en de bergen meer en meer kluizenaars-monniken wonen. Op een keer steken hij en zijn medebroeders ongedeerd een kanaal vol krokodillen over.

 

[Vita 16-45] Op een dag houdt Antonius voor de verzamelde monniken uit de omgeving een Grote Leerrede. Centrale thema’s zijn Antonius’ strijd met de duivel en zijn geloof in Christus. De rede omvat ook een uitgebreide demonologie.

 

[Vita 46-48] Antonius trekt zich dan terug in een kluis en voert zijn ascese nog op. In 308 trekt hij een tijdje naar Alexandrië om daar de vervolgde christenen bij te staan. Terug in zijn kluis, geneest hij de door een duivel bezeten dochter van de legerofficier Martinianus, en hij doet nog vele andere wonderen.

 

[Vita 49-55] Omdat hij te vaak bezoekers krijgt, trekt Antonius zich nog dieper terug in de binnenste woestijn, in de Opper-Thebaïs, op de berg Kolziem. Antonius wordt nog altijd aangevallen en gekweld door boze geesten in de vorm van wilde dieren, onder meer één keer in de vorm van hyena’s. De duivel verschijnt aan hem als een mens met de benen en de voeten van een ezel. Op een keer laat Antonius een bron in de woestijn ontspringen als hij en andere monniken in moeilijkheden raken. Hij geeft ook raadgevingen aan zijn bezoekers.

 

[Vita 56-66] Antonius geneest een zekere Fronto en een meisje. Hij ziet in een visioen hoe twee monniken op weg naar hem in moeilijkheden raken en laat één van hen redden. Hij ziet in een visioen hoe de ziel van Amoun, een monnik, in de lucht opstijgt. Hij geneest een christelijke maagd (Polycratea). Hij kan de toekomst voorspellen. Hij drijft de duivel uit bezetenen. Op een keer wordt hij door engelen in de lucht meegevoerd en tegengehouden door duivels, maar de engelen verdrijven de duivels. Een andere keer ziet hij een reus die zielen tijdens hun tocht naar de hemel tegenhoudt.

 

[Vita 67-73] Antonius was nederig en rechtgelovig, hij was een fel tegenstander van de Arianen. Hij gaat naar Alexandrië om zich daar openlijk tegen deze ketters te keren. Op een keer kreeg hij bezoek van twee Griekse filosofen die hem op de proef wilden stellen, maar zij werden voor schut gezet door Antonius. Ook andere bezoekers probeerden tevergeefs de spot met hem te drijven.

 

[Vita 74-80] Als er weer eens van die ‘wijze heidenen’ komen, houdt Antonius een tweede grote rede, met als leidraad dat geloof de ratio overtreft.

 

[Vita 81-88] Antonius wisselde brieven uit met keizer Constantijn. Hij voorspelt een grootscheepse aanval op de Kerk vanwege de Arianen. Antonius kon wonderen verrichten dankzij Christus. Antonius ontmoet een commandant. Antonius straft een andere commandant omdat hij de christenen fel vervolgt.

 

[Vita 89-94] Antonius sterft als hij 105 jaar oud is. Hij wordt door twee van zijn medebroeders, die blijkbaar samenleven met hem, begraven op een onbekende plaats.

 

Thematiek

 

Deze vita staat duidelijk in het teken van Christus: bijna op elke bladzijde wordt verwezen naar Christus. De centrale gedachte is: wie gelooft in Christus, kent geen vrees voor de duivel en geraakt tot de hoogste mystiek [ed. 1981: 8]. Athanasius heeft de beginselen van Antonius vermengd met zijn eigen inzichten, wat de lastig beantwoordbare vraag doet rijzen of in de Vita Antonii de echte Antonius nog voor ons staat [ed. 1981: 10]. Het meest opmerkelijke element van de vita zijn de kwellingen die Antonius vanwege de duivel moet ondergaan, een gegeven waarvan de iconografie dankbaar gebruik heeft gemaakt. Athanasius heeft deze kwellingen een theologische basis gegeven door in Antonius’ ‘grote leerrede’ een demonologie te verwerken, met als basisidee dat de mens de duivel machteloos kan maken door een beroep te doen op Christus [ed. 1981: 18].

 

Receptie

 

De Vita Antonii wordt beschouwd als het eerste echte hagiografische geschrift (heiligenleven) en had onmiddellijk een enorme weerklank. In zijn Confessiones (Boek VIII, nr. 14-15/29) vergelijkt bijvoorbeeld Augustinus zijn eigen bekering met die van Antonius. Die snelle invloed was mogelijk dankzij de vrije Latijnse vertaling die Evagrius, diaken te Antiochië, van de tekst maakte, vóór 370. Er bestaat ook nog een oudere, meer getrouwe Latijnse vertaling, die dateert van 357 of 365 en waarvan slechts één handschrift bekend is [ed. 1981: 12-13]. Er bestaan ook oude Koptische, Syrische, Armeense, Georgische, Ethiopische en Slavische versies [ed. 2002: 103].

 

Profaan / religieus?

 

Manifest stichtelijk-religieus.

 

[explicit 23 februari 2016]

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram