Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90
Datering
830-836
Moderne editie
Patrick De Rynck (vert.), "Einhard - Het leven van Karel de Grote - Vertaald en toegelicht", Baskerville-serie, Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 1999
Taal
Latijn

Vita Karoli Magni (Einhard) 830-836

[Teksteditie: Patrick De Rynck (vert.), Einhard – Het leven van Karel de Grote. Vertaald en toegelicht. Baskerville-serie, Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 1999 = Vita Karoli Magni ed. 1999]

 

Einhard, de auteur van de negende-eeuwse Vita Karoli Magni, werd geboren rond 770 in de Oost-Frankische Main-streek (in het huidige Duitsland) uit een adellijk geslacht. Hij kreeg zijn opleiding in de abdij van Fulda (in de buurt van Frankfurt), vanwaaruit hij kort na 791 naar de befaamde ‘paleisschool’ van Koning Karel in Aken werd gestuurd, een hofacademie bestaande uit een groep intellectuelen die afkomstig waren uit heel West-Europa. Einhard maakte er al snel carrière, werd een intieme vriend en raadgever van Karel de Grote en volgde Alcuinus op als leider van de paleisschool. Na Karels dood (in 814) bleef Einhard in de gunst staan van Karels zoon en opvolger Lodewijk de Vrome en in deze periode huwde hij met een zekere Imma. In 830 (ongeveer 60 jaar oud) liet hij het hofleven in Aken achter zich en trok hij zich terug in een door hemzelf gesticht klooster in Seligenstadt, waar hij op 14 maart 840 overleed.

 

Tussen 830 en 836 schreef Einhard een korte vita of biografie van zijn werkgever Karel de Grote (742-814). Het historische belang van deze tekstbron valt moeilijk te overschatten omdat Einhard schreef als bevoorrechte ooggetuige. Anderzijds dient er toch ook een dubbel voorbehoud gemaakt te worden: aangezien Einhard goed bevriend was met Karel de Grote, zal hij eerder diens positieve en minder diens negatieve kantjes beklemtoond hebben, en bovendien schreef hij zijn tekst pas decennia na de gebeurtenissen (met hier en daar kleine onjuistheden als gevolg).

 

De Vita bestaat naast de proloog uit 33 kleine hoofdstukjes die in drie stukken kunnen verdeeld worden. Het eerste deel bevat een vrij droge opsomming van Karels (indrukwekkende) militaire en politieke prestaties. Interessanter is het tweede deel, dat een portret schetst van Karel en informatie geeft over zijn privéleven. We leren hier onder meer dat Karel groot en fors gebouwd was, dat hij een vrij stevige neus had en een wat dikke, eerder korte hals, en dat zijn buik lichtjes naar voren welfde. ‘Zijn stem was weliswaar helder, maar paste minder goed bij zijn fysieke verschijning’ [p. 40, hoofdstuk 22]. Tijdens de maaltijden luisterde Karel naar muziek of liet hij zich teksten voorlezen, onder meer De Stad Gods van Augustinus [p. 41, hoofdstuk 24]. Karel was naar verluidt een begenadigd en zelfs wat babbelziek spreker. Hij leerde Latijn en ook een beetje Grieks, maar slaagde er nooit in goed te leren schrijven (‘hij was er te laat mee begonnen’) [pp. 41-42, hoofdstuk 25]. Het derde en laatste deel van de Vita handelt ten slotte over Karels laatste jaren, dood en testament.

 

Ik las de Vita Karoli Magni in de degelijke en vlotte vertaling van Patrick De Rynck, maar naar verluidt schreef Einhard een bijzonder heldere vorm van het Middellatijn, met heel wat invloed van Suetonius’ Keizerlevens. Einhards biografie was in de Middeleeuwen een veelgelezen en –gekopieerde tekst en lag mee aan de basis van het latere geïdealiseerde beeld van Karel de Grote, dat onder meer zijn sporen heeft nagelaten in de Middelnederlandse Karelroman Karel ende Elegast (geschreven rond 1200, kort na de – overigens niet algemeen erkende – heiligverklaring van Karel in 1165). De Vita bevat trouwens een passage die verwijst naar de samenzwering tegen Karel van ene Hartrad (in 785-786), welke later model zou staan voor de samenzwering in Karel ende Elegast: ‘Vroeger al had er in Germanië een andere grote samenzwering tegen hem plaatsgevonden. Sommige aanstichters zijn toen blind gemaakt, anderen bleven ongedeerd, maar allemaal zijn ze verbannen. Niemand van hen werd omgebracht, op slechts drie na. Die verdedigden zich met getrokken zwaard tegen hun arrestatie. Ze hadden zelfs enkele mensen vermoord en werden toen zelf uit de weg geruimd; een andere manier om ze te bedwingen was er niet’ [p. 39, hoofdstuk 20].

 

Als historische bron is Einhards Vita Karoli Magni een waardevol en bovendien zeer helder en toegankelijk geschreven document. Speciale literaire of filosofische kwaliteiten dringen zich echter niet onmiddellijk op. De beknopte omvang van het geheel (je leest de tekst op één of twee uurtjes uit) zorgt er wel voor dat het leesplezier nergens bedorven wordt.

 

Geraadpleegde lectuur

 

  • Karl Langosch, Mittellatein und Europa. Führung in die Hauptliteratur des Mittelalters. Wissenschaftliche Buchgesellschaft, Darmstadt, 1990, pp. 56-59.
  • Elisabeth Frenzel, Stoffe der Weltliteratur. Ein Lexikon dichtungsgeschichtlicher Längsschnitte. Alfred Kröner Verlag, Stuttgart, 1988 (7., verbesserte und erweiterte Auflage), pp. 396-404.

 

[explicit 9 juli 2000]

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram