Jheronimus Bosch Art Center
Datering
circa 1410
Moderne editie
H. Kienhorst en K. Schepers (eds.), "Het Wiesbadense handschrift - Hs. Wiesbaden, Hessisches Hauptstaatsarchive, 3004 B 10 - Kritische editie", MVN XI, Hilversum, 2009
Taal
Middelnederlands

Het Wiesbadense handschrift (anoniem) circa 1410

 

[Beperkt-kritische teksteditie: Hans Kienhorst en Kees Schepers (eds.), Het Wiesbadense handschrift – Hs. Wiesbaden, Hessisches Hauptstaatsarchiv, 3004 B 10 – Kritische editie ingeleid en bezorgd door Hans Kienhorst en Kees Schepers – Met bijdragen aan de inleiding van Amand Berteloot en Paul Wackers. Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden – deel XI, Verloren, Hilversum, 2009]

 

Auteur

 

Anoniem. ‘De kopiisten en samenstellers spreken niet over hun bedoelingen en geen van hen noemt zijn naam. Hoogstwaarschijnlijk vormden zij echter een groep van stedelijke leken die zich toelegden op een oprecht religieus leven’ [editie-2009: 7].

 

Genre

 

Deze codex is een verzamelhandschrift dat Middelnederlandse geestelijke literatuur in proza en op rijm bevat. De teksten getuigen van laatmiddeleeuwse lekenvroomheid.

 

Situering / datering

 

De codex Wiesbaden, Hessisches Hauptstaatsarchiv, 3004 B 10 werd rond 1410 in een Vlaams-Brabants grensgebied vervaardigd. ‘De collectie is bijeengebracht door liefst negen samenwerkende handen. Qua taal wijst de verzameling naar  het grensgebied van Vlaanderen en Brabant (driehoek Aalst-Oudenaarde-Brussel), met aanvullende inbreng uit West-Vlaanderen en Holland’ [Van Oostrom 2013: 203]. De editie-2009 is ‘beperkt-kritisch’ [ed. 2009: 127].

 

Inhoud

 

‘Het handschrift (…) telt ongeveer driehonderd bladzijden (…), en bevat een keur aan teksten in proza en verzen. De kleintjes meegeteld, zijn het er 77 in getal, die variëren van traditioneel onderwijzend naar verdiepend, disputerend en mystiek, en inhoudelijk van volgzaam tot hyperkritisch. Allemaal zijn ze religieus van aard’ [Van Oostrom 2013: 202]. De codex bevat ook een verzameling van pre-Eyckiaanse tekeningen, die op losse bladen gelijmd en her en der in de codex zijn ingevoegd. In de codex zijn drie delen te onderscheiden. Zie voor een overzicht editie-2009: 13-17. De eerste, langste en ook veruit belangrijkste tekst is Wech van salicheit (zie Wech van salicheit ed. 2009).

 

Thematiek

 

Drie thema’s lijken de keuze van de teksten in deze codex te hebben beïnvloed: catechetische instructie, apocalyptiek en lekenspiritualiteit. Het zijn allemaal teksten die behoren tot de geestelijke (stads)literatuur en die naar aard en omvang zeer verscheiden zijn. Het eerste deel in zijn geheel (f. 2-89) kan omschreven worden als een collectie die vooral gericht is op het presenteren van noodzakelijke kennis over het christelijk leven. Het tweede deel (f. 90-120) bevat teksten die nuttig kunnen zijn bij een verdieping van het geloofsleven. ‘De intentie en de richting van het tweede deel zijn dus anders dan die van het eerste deel. Het gaat niet meer zozeer over de “officiële” standpunten van de Kerk, maar over de vraag hoe ver de mens in deze wereld kan gaan in zijn zoektocht naar God en wat de mogelijkheden en gevaren zijn van een geestelijk leven in de wereld’ [editie-2009: 15]. Dit tweede deel beveelt een geestelijk leven aan dat voor leken in de wereld realiseerbaar is en toch een duidelijke mystieke of spirituele dimensie bevat. Het derde deel (f. 122-151) is minder coherent: het sluit gedeeltelijk aan bij deel 1, en gedeeltelijk bij deel 2. ‘Toen het eenmaal van een band was voorzien, bood het handschrift (…) alles wat voor een christelijk leven nodig is: de officiële kaders, aanmoedigingen om de ideale toestand te bereiken, en concrete middelen om aan die ideale toestand te werken’ [editie-2009: 17].

 

Receptie

 

Waarschijnlijk religieuze stadsliteratuur voor devote leken die Latijnonkundig waren. ‘Niets naders is bekend over herkomst, opdrachtgevers of bezitters van het boek; in heel het handschrift valt geen middeleeuwse naam. De schrijvers waren geen beroepsscribenten, maar zelf de gebruikers van dit groeiboek, dat in een kring van stedelijke devoten moet hebben gerouleerd. (…) Het was een boek voor leken die niet als makke schapen achter hun priester wilden aanlopen, maar deze en de kerk durfden bevragen en zelfs bekritiseren’ [Van Oostrom 2013: 203]. ‘Wat eruit ziet als een boek uit een institutionele collectie – een klooster- of kapittelbibliotheek –, was blijkbaar in het bezit van particuliere personen en zij waren zelf de kopiisten. Een boek dat lijkt te zijn bedoeld voor ernstige studie of lectio divina, bevat in feite catechetische kennis en materiaal voor privé-devotie. Hoewel de aanblik doet vermoeden dat de codex thuishoort in een omvangrijke verzameling, was het uiteindelijk vermoedelijk een “bibliotheek-in-één-boek”’ [editie-2009: 8].

 

In 1802 behoorde de codex toe aan het premonstratenzer klooster Arnstein an der Lahn, ten zuidoosten van Koblenz. Dit klooster werd gesticht in 1139 en ten tijde van de secularisatie in 1802 opgeheven. Hoe het boek daar terecht kwam is niet bekend, maar de mogelijkheid bestaat dus dat het toch om kloosterliteratuur ging, en niet om religieuze stadsliteratuur voor leken. De (onder meer taalkundige) afstand tussen Koblenz en de Vlaams-Brabantse grensstreek spreekt dit dan weer tegen. Na 1802 kwam de codex na enkele omzwervingen in Wiesbaden terecht (in 1881) [editie-2009: 77-78].

 

Geraadpleegde lectuur

 

  • Brussel 1970: J. Deschamps, Middelnederlandse handschriften uit Europese en Amerikaanse bibliotheken – Tentoonstelling ter gelegenheid va het honderdjarig bestaan van de Koninklijke Zuidnederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis. Tentoonstellingscatalogus (Brussel, Koninklijke Bibliotheek Albert I, 24 oktober – 24 december 1970), Brussel, 1970, pp. 243-246 (nr. 88).
  • Leuven 1993: Maurits Smeyers (red.), Vlaamse miniaturen voor Van Eyck (ca. 1380-ca. 1420). Tentoonstellingscatalogus (Leuven, Cultureel Centrum Romaanse Poort, 7 september – 7 november 1993), Corpus van verluchte handschriften – deel 6, Low Countries Series 4, Uitgeverij Peeters, Leuven, 1993, pp. 210-214 (nr. 67).
  • Palmer 2012: Nigel F. Palmer, “Fifteenth-century theology for simple laymen?”, in: Queeste – Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden, jg. 19 (2012), nr. 1, pp.81-85 [recensie van de editie-2009].
  • Van Oostrom 2013: Frits van Oostrom, Wereld in woorden – Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1300-1400. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, 2013, pp. 202-205.

 

[explicit 30 maart 2020]

 

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram