Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90

Hieronymus Bosch after 500 years: exhibitions and publications in 2016

Filedt Kok 2017
Filedt Kok, Jan Piet
Genre: Non-fictie, kunstgeschiedenis
Uitgave datum: 2017
Bron: Simiolus, vol. 39 (2017), nr. 1/2, pp. 111-124

Filedt Kok 2017

 

 

“Hieronymus Bosch after 500 years: exhibitions and publications in 2016” (Jan Piet Filedt Kok) 2017

 

[in: Simiolus – Netherlands quarterly for the history of art, vol. 39 (2017), nr. 1/2, pp. 111-124]

 

 

Op een uitgebalanceerde en goed-geïnformeerde wijze biedt Filedt Kok in dit artikel een overzicht van de belangrijkste tentoonstellingen en publicaties die in 2016 georganiseerd werden en verschenen naar aanleiding van de herdenking van Bosch’ overlijden, 500 jaar geleden (in 1516). Eerst vergelijkt hij de tentoonstellingen in het Noordbrabants Museum (’s-Hertogenbosch) en in het Prado (Madrid) en hun respectieve catalogi met elkaar. Net als de vorige twee Bosch-tentoonstellingen (’s-Hertogenbosch 1967 en Rotterdam 2001) hadden de tentoonstellingen in ’s-Hertogenbosch en Madrid een thematische structuur, maar zij besteedden veel minder aandacht aan de navolgers van Bosch, en des te meer aan het als authentiek beschouwde werk. Over de twee catalogi schrijft Filedt Kok:

 

"The exhibition catalogues are very dissimilar. The one for ’s-Hertogenbosch is a well-written summation of the views of the compilers, which are spelled out in greater detail and more closely argued in the BRCP’s Catalogue raisonné. The Madrid catalogue is a more attractive and lavish affair and contains several fascinating essays, but because most of the entries are written by the curators of the lending museums, their quality and scope is uneven, and the same is true of the information they contain. Some of the authors appear to know little about the findings of the BRCP’s research, while others take the opportunity to contest them, sometime vehemently." [p. 114]

 

Vervolgens worden de twee volumes die het BRCP in 2016 publiceerde (de Catalogue raisonné en de Technical studies), besproken en wordt ook verwezen naar de begeleidende website boschproject.org. Over de twee BRCP-volumes oordeelt Filedt Kok:

 

"The catalogue entries are lengthy, in contrast to the short essays, and they too are mostly a pleasure to read, with superb illustrations of many details. Despite the clear layout and generally very readable text, the attention paid to the different aspects of each painting is rather uneven and was clearly guided by the interest of the various authors. Skillful editing, for which there was evidently no time, could certainly have resulted in greater concision and a more balanced approach, and might also have helped to temper the polemical tone, particularly in the opposition to the views of Fritz Koreny. The Technical studies are a useful supplement to the Catalogue raisonné, mainly because of their abundant illustrations, but one wonders whether the systematic incorporation of all the technical details would not have been better off on a website, particularly the descriptions of condition, most of which have been made redundant by the recent restorations." [p. 114]

 

Filedt Kok signaleert ook een aantal Bosch-boeken die in 2016 of kort daarvoor verschenen: Koreny (2012), Büttner (2012), Schwartz (2016), Fischer (2013) en Holger-Borchert (2016a en 2016b).

 

In de rest van deze tijdschriftbijdrage wordt een beknopt overzicht gegeven van de meest recente stand van het onderzoek naar Bosch. Aan bod komen eerst de archiefdocumenten en de opdrachtgevers. Filedt Kok hecht weinig geloof aan Koldeweij’s theorie dat de Johannes op Patmos- en Johannes de Doper-panelen (Berlijn en Madrid) bedoeld waren voor het altaarretabel van de Onze-Lieve-Vrouwebroederschap, en noemt Koldeweij’s suggestie dat Hippolyte de Berthoz de opdrachtgever was van het Weense Laatste Oordeel en de Lissabonse Antonius ‘hypothetisch’. Gesignaleerd wordt ook dat Silva Maroto (curator van de Prado-tentoonstelling) de Madrileense schilderijen als authentiek lijkt te beschouwen omdat ze vermeld worden bij de werken die Filips II verwierf, maar hij voegt eraan toe dat weinig experten het hiermee eens zijn.

 

Bij ‘Toeschrijvingen op basis van technisch onderzoek’ wordt lovend verwezen naar het werk van het BRCP-team en de mogelijkheden die de website boschproject.org biedt. Het dendrochronologisch onderzoek van Peter Klein heeft interessante informatie opgeleverd maar de resultaten ervan dienen toch met de nodige omzichtigheid gehanteerd te worden. Uitgebreider wordt ingegaan op de problemen bij het onderzoek naar de ondertekeningen en stijl van aan Bosch toegeschreven werken, op de rol van Bosch’ atelier en op de Bosch-navolgers. Filedt Kok geeft over een groot aantal van de hier vermelde werken zijn eigen mening, waarbij veel gesuggereerd maar slechts losjes geargumenteerd wordt. Hetzelfde geldt voor de paragrafen waarin de kern van het authentieke Bosch-oeuvre en de tekeningen besproken worden. Naar verluidt getuigt wat de tekeningen betreft Koreny van scherpere inzichten dan het BRCP-team, maar toch is Filedt Kok het niet volledig met de Weense auteur eens. Beknopter ten slotte is de paragraaf over iconografie, waarin behalve naar bevindingen van het BRCP-team kort verwezen wordt naar de monografieën van Falkenburg (2011) en Higgs Strickland (2016) en naar de catalogi van tentoonstellingen in Rotterdam (2015), St. Louis (2015) en Hamburg (2016).

 

Filedt Kok concludeert:

 

"The scientific research carried out by the BRCP and others, the conservation of a number of core paintings, and the scholarly preparations for both exhibitions have added vastly to our knowledge of Bosch’s work, and his oeuvre is now far better defined. The interpretation of all this new material will take time, and there will continue to be differences of opinion and interpretation, so it is an illusion to think that there will ever be full agreement." [pp. 123-124]

 

Desiderata voor het toekomstige Bosch-onderzoek zijn de publicatie van de onderzoeksresultaten van het Prado, de Weense Akademie en het Gentse museum, en voortgezet onderzoek naar het werk van de Bosch-navolgers.

 

Filedt Koks boeiende overzicht is bijzonder welkom en getuigt van kennis van zaken, maar is toch niet helemaal volledig. Het Bosch-congres in het JBAC in april 2016 en De Vrij 2012 bijvoorbeeld worden nergens vermeld. Andere publicaties, zoals de lezingenbundel van het JBAC-congres, Koerner 2016 en Vandenbroeck 2017 waren waarschijnlijk nog niet beschikbaar toen deze bijdrage geschreven werd.

 

[explicit 18 mei 2022]

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram