Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90

Dendrochronological Analysis of Works by Hieronymus Bosch and His Followers

Klein 2001
Klein, Peter
Genre: Non-fictie, kunstgeschiedenis
Uitgave datum: 2001
Bron: Jos Koldeweij, Bernard Vermet en Barbera van Kooij (red.), "Hieronymus Bosch - New Insights Into His Life and Work", Museum Boijmans Van Beuningen-NAi Publishers-Ludion, Rotterdam, 2001, pp. 120-131
ISBN: 90-5662-214-5

Klein 2001

 

“Dendrochronological Analysis of Works by Hieronymus Bosch and His Followers”

(Peter Klein) 2001

[in: Jos Koldeweij, Bernard Vermet en Barbera van Kooij (red.), Hieronymus Bosch.New Insights Into His Life and Work. Museum Boijmans Van Beuningen-NAi Publishers-Ludion, Rotterdam, 2001, pp. 120-131]

 

De auteur legt eerst in het kort uit hoe de dendrochronologie te werk gaat. Via biologisch onderzoek van het hout waarop panelen geschilderd zijn (in de Nederlanden was dit van de vijftiende tot de zeventiende eeuw meestal Baltisch eikenhout), is de dendrochronologie in staat bij benadering het jaar vast te stellen waarin de boom in kwestie omgehakt werd. Uit vergelijking van deze resultaten met gedateerde panelen is gebleken dat er meestal een periode van twee tot acht jaar verloopt tussen het vellen van de boom en het voltooien van het schilderij. Klein waarschuwt er echter expliciet voor dat het jaartal van het vellen van de boom en de bewaarperiode die daarop volgt, enkel mogen beschouwd worden als referentiepunten en niet als wetenschappelijk honderd procent vaststaande feiten.

 

Klein heeft in de loop der jaren een groot aantal panelen van Bosch en diens navolgers aan een dendrochronologisch onderzoek onderworpen. De resultaten daarvan worden gegeven in een aantal bijlagen. De meest opvallende conclusies zijn dat het Doornenkroning-paneel in het Escorial slechts kan geschilderd zijn na 1525 en dus niet van Bosch is. Hetzelfde geldt voor het Bruiloft te Kana-paneel in Rotterdam, dat slechts kan geschilderd zijn na 1553. Verder is gebleken dat de Marskramer-tondo (Rotterdam), het Narrenschip-paneel (Parijs) en het Dood van een vrek-paneel (Washington) geschilderd zijn op hout van één en dezelfde boom. Bovendien blijken de loop van de jaarringen en de groeirichting van het hout met elkaar overeen te komen. Omdat al deze panelen erg dun zijn, is het niet onmogelijk dat zij ooit de voor- en achterzijden van de zijluiken van een triptiek zijn geweest, en dat zij later overlangs doorgezaagd zijn, zodat drie aparte panelen ontstonden. Dit laatste staat echter niet honderd procent vast, want het feit dat de jaarringen en de groeirichting overeenkomen, zou ook het gevolg kunnen zijn van het feit dat de panelen vlak na elkaar uit dezelfde boom werden gezaagd.

 

In verband met de hypothese dat de panelen in Parijs en Washington zich ooit aan de andere kant van de Rotterdamse tondo bevonden, is de laatste zin hierboven (het is tevens de laatste zin van Kleins bijdrage) zeker niet onbelangrijk. Hij wordt echter grotendeels genegeerd in de Bosch-literatuur.

 

[explicit]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram