Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90

Hieronymus Bosch - Die Zeichnungen in Brüssel und Wien / The Drawings in Brussels and Vienna

Koreny/Pokorny 2001
Koreny, Fritz en Ernst Pokorny
Genre: Non-fictie, kunstgeschiedenis
Aantal pagina's: 42
Uitgever: Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam
Uitgave datum: 2001

Koreny/Pokorny 2001

 

Hieronymus Bosch. Die Zeichnungen in Brüssel und Wien / The Drawings in Brussels and Vienna (Fritz Koreny & Ernst Pokorny) 2001

[Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam, 2001, 42 blz.]

 

In dit naar aanleiding van de Bosch-tentoonstelling (Rotterdam, 2001) gepubliceerde, tweetalige (Duits-Engelse) boekje bespreken de Weense professor Fritz Koreny en zijn assistent Ernst Pokorny vijf aan Bosch toegeschreven tekeningen, waarvan er zich drie in de Albertina te Wenen bevinden, één in de Akademie der bildenden Künste te Wenen, en één in de Koninklijke Bibliotheek te Brussel. Ofschoon in het verleden meer dan veertig tekeningen aan Bosch werden toegeschreven, worden er vandaag minder dan twintig als authentiek beschouwd. Alle aan Bosch gelinkte tekeningen waren op de Rotterdamse tentoonstelling in 2001 te bekijken, en dat was een unieke gelegenheid om het getekende oeuvre van Bosch aan een nieuw onderzoek te onderwerpen. De hier gepubliceerde tekst dient beschouwd als een eerste stap van dit onderzoek.

 

Het staat nog steeds niet vast of de tekening De Boommens (Wenen, Albertina) bedoeld was als een voorbereidende studie op, of een latere variant van de zogenaamde Boommens-figuur op het rechterluik van Bosch’ Tuin der Lusten-triptiek. De tekening, die door de auteurs als een eigenhandige Bosch wordt beschouwd, is stilistisch nauw verwant met twee andere Bosch-tekeningen: Het woud heeft oren, het veld heeft ogen (Berlijn) en Het Uilennest (Rotterdam). De verwantschap tussen de drie tekeningen en het verband met de Tuin der Lusten wijzen er naar verluidt op dat al deze werken moeten gesitueerd worden in het eerste decennium van de zestiende eeuw.

 

De tekening Drollerie met bijenkorf (Wenen, Albertina) wordt gesitueerd in de ‘omgeving van Bosch’ en meer bepaald toegeschreven aan de schilder van de Hooiwagen-triptiek in het Prado. Gemeenschappelijk aan dit drieluik en de tekening zijn de levendige gebaren en de karikaturale gezichten van de personages. De Hooiwagen in het Prado past stilistisch niet in het Bosch-oeuvre, maar de kwestie van ‘de schilder van de Hooiwagen’ is nog niet opgelost.

 

De tekening Bedelaars en kreupelen (Wenen, Albertina) wordt hier toegeschreven aan een Bosch-navolger uit de periode 1530-40. De stijl doet niet denken aan Bosch, noch aan Bruegel. Omdat, net als op de tekening, op een zestiende-eeuws wandtapijt (nu in Spaans bezit) ook een draailier spelende bedelaar die een blinde bedelaar begeleidt, voorkomt en omdat op de tekening rond de hoofden van enkele figuren nog nauwelijks waarneembare cirkelvormige markeringen zijn aangebracht, menen Koreny en Pokorny dat deze tekening gediend heeft als model om een karton voor een wandtapijt te maken. En omdat blijkbaar slechts enkele figuren gemarkeerd werden, zijn zij van oordeel dat wandtapijten naar Bosch niet altijd naar een volledige voorstelling werden gemaakt, maar dat de ontwerpers van de wandtapijten Bosch-motieven ad libitum combineerden en zelfs aanpasten.

 

Ook de techniek van de tekening Bedelaars en kreupelen (Brussel, Kon. Bibl.) sluit een toeschrijving aan Bosch of Bruegel uit. Koreny en Pokorny suggereren een kunstenaar uit de nauwe omgeving van Bosch of een nauwe navolger. Ook op deze tekening zijn er cirkelvormige markeringen rond enkele figuren.

 

De tekening Het Helleschip (Wenen, Akademie) wordt gedateerd rond 1500 en toegeschreven aan het atelier van Bosch. Niet aan Bosch zelf, omwille van de onzekere lijnvoering, de plompe uitwerking van voeten, schoenen en een zwaard, de monotone arseringen en de morsige schaduwen. De auteurs zien echter wel verwantschap met de Laatste Oordeel-triptiek in Brugge (Groeningemuseum). Voor de eerste maal publiceren de auteurs hier een interessante, nauw met de Weense voorstelling verwante tekening van een Helleschip (Sint-Petersburg, Hermitage), met op de voorgrond een extra (hel)scène. Is deze laatste tekening een vrije kopie of werd zij gemaakt naar hetzelfde model als de Weense tekening?

 

Van de vijf hier besproken tekeningen beschouwen Koreny en Pokorny dus alleen de Weense Boommens als een authentieke Bosch. Zij baseren zich bij hun oordelen echter louter op stilistisch-vergelijkende indrukken, en uit de vroegere Bosch-exegese weten we dat deze methode tot zeer uiteenlopende conclusies kan leiden. Wat zij zelf naar aanleiding van de Sint-Peterburgse tekening schrijven (‘die Anhaltspunkte sind aber nicht konkret genug’), kan gelden voor alle op stilistiek gebaseerde toe- en afschrijvingen in dit boekje. Wanneer het overigens aankomt op iconografische duidingen, dan tonen de auteurs zich erg onzeker en bestaat hun betoog uit links en rechts bijeengeraapte verwijzingen naar andere Bosch-auteurs.

 

[explicit]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram