Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90

Satan and Bosch - The 'Visio Tundali' and the monastic vices

McGrath 1968
McGrath, Robert L.
Genre: Non-fictie, kunstgeschiedenis
Uitgave datum: 1968
Bron: Gazette des Beaux-Arts, jg. 110, nr. 1188 (januari 1968), pp. 45-50

McGrath 1968

 

“Satan and Bosch. The Visio Tundali and the monastic vices” (Robert L. McGrath) 1968

[in: Gazette des Beaux-Arts, jg. 110, nr. 1188 (januari 1968), pp. 45-50]

[Ook vermeld in Gibson 1983: 94 (E126)]

 

De meeste auteurs interpreteren het monster dat zondaars verslindt en langs onder weer afscheidt op het rechterluik van de Tuin der Lusten als Satan. Hiertegen zijn echter heel wat bezwaren in te brengen. Roggen bracht het monster in verband met bepaalde passages uit het Visio Tundali. In de meest recente interpretaties wordt deze tekst inderdaad als brontekst voor Bosch’ monster beschouwd, maar tegelijk wordt het wezen gezien als een uitbeelding van Satan. Men heeft echter niet voldoende rekening gehouden met het feit dat in het Visio Tundali verscheidene passages voorkomen waarin zondaars gestraft worden doordat ze opgevreten worden.

 

Twee passages worden vaak geciteerd: die waarin Satan beschreven wordt en die waarin het monster Acherons, bestraffer van de hebzuchtigen, voorkomt. Geen van beide passages kan echter verklaren wat we bij Bosch zien. Dat is wél het geval met de passage waarin een monster beschreven wordt dat onkuise geestelijken straft door hen op te vreten en weer uit te scheiden op een bevroren meer. Deze passage wordt ook weergegeven in een miniatuur uit een Frans manuscript van het Visio Tundali dat gemaakt werd voor de hertogin van Bourgondië Margaretha van York in 1474. Deze miniatuur bevat sterke verwantschappen met wat we bij Bosch zien. Voor Bosch was het Visio Tundali echter niet meer dan een vertrekpunt, want nergens in de tekst vinden we bijvoorbeeld de kakstoel, de ketel-hoed of de kruik-schoeisels.

 

Via de verwantschap met het Visio Tundali kan ook de groep onderaan de kakstoel correct begrepen worden binnen de gegeven context. Volgens Mateo gaat het hier om de zonde van Luxuria, maar dit blijkt niet te passen binnen Bosch’ symbolentaal. Veel logischer is dat deze groep verwijst naar de zonden waaraan de losbandige geestelijkheid zich gemakkelijk overgeeft, met andere woorden: naar de kloosterlijke ondeugden Luxuria, Gula en Avaritia. De vrouw die in het spiegel-achterwerk van een monster kijkt, verwijst naar Superbia (de meeste auteurs zijn het hierover eens). De man die geldstukken defeceert, verwijst naar Avaritia, de brakende man verwijst naar Gula en de slapende man met een pad op de borst verwijst naar Luxuria. De sinistere vrouwen die rondom zijn bed staan, zijn wellustige en losbandige nonnen.

 

Conclusie: de hele groep onderaan de kakstoel en het monster in de kakstoel zelf zijn bedoeld als een veroordeling van de excessen van de clerus en als waarschuwing voor de straffen die deze geestelijken in het hiernamaals zullen moeten ondergaan.

 

Een vraag zou kunnen zijn: als al die zondaars geestelijken zijn, waarom dragen ze dan geen tonsuur? Dat de vrouwelijke duivelinnen rondom het bed nonnen moeten voorstellen, is overigens weinig waarschijnlijk.

 

[explicit]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram