Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90

A moralized semi-secular Triptych by Jheronimus Bosch

Pinson, Yona

Genre: Non-fictie, kunstgeschiedenis

Uitgave datum: 2010

ISBN: 978-90-816227-4-5

Bron: Eric De Bruyn en Jos Koldeweij (red.), "Jheronimus Bosch - His Sources - 2nd International Jheronimus Bosch Conference, May 22-25, 2007, Jheronimus Bosch Art Center, 's-Hertogenbosch, The Netherlands", Jheronimus Bosch Art Center, 's-Hertogenbosch, 2010, pp. 265-277

 

Pinson 2010

 

“A moralized semi-secular Triptych by Jheronimus Bosch” (Yona Pinson) 2010

[in: Eric De Bruyn en Jos Koldeweij (red.), Jheronimus Bosch. His Sources. 2nd International Jheronimus Bosch Conference, May 22-25, 2007, Jheronimus Bosch Art Center, ’s-Hertogenbosch, the Netherlands. Jheronimus Bosch Art Center, ’s-Hertogenbosch, 2010, pp. 265-277]

 

In deze bijdrage concentreert Pinson zich op de onlangs gereconstrueerde triptiek die bestaat uit de Rotterdamse Marskramer (buitenluiken), het Parijse Narrenschip en het fragment in New Haven (linkerbinnenluik) en de Dood van een vrek in Washington (rechterbinnenluik) en waarvan het middenpaneel verloren is gegaan. Dit geheel van fragmenten toont overeenkomsten met andere blijkbaar semi-seculiere triptieken van Bosch die bedoeld waren als morele lessen die de dwaasheid en de zonde aanklagen. Volgens Pinson is de marskramer op de buitenluiken bedoeld als een beeld van de ‘homo viator’ die zich bevindt op het kruispunt van de keuze tussen goed en kwaad. Dit motief had in Bosch’ tijd al een traditie achter zich maar op ironische wijze keerde Bosch de originele betekenis om en maakte hij een parodie op de idee van de menselijke keuzevrijheid: in zijn optiek wordt de menselijke keuze op voorhand al bepaald door de aardse lusten van de mens, wat onvermijdelijk moet leiden tot dood en ondergang. Aan de hand van een tekst van Bernardus van Clairvaux schrijft Pinson negatieve connotaties toe aan het omkijkgebaar van de marskramer.

 

De idee van een voortdurende keuze tussen deugden en ondeugden die de mens moet maken, keert weer op de andere panelen van de gereconstrueerde triptiek. De emblematische tegenstelling tussen groene en dorre takken (symbolen van het goede en het kwade) bijvoorbeeld komt ook voor op het linkerbinnenluik. Dit luik heeft als thema de gehechtheid van verschillende maatschappelijke standen aan dwaasheid en zonden, vooral dan aan wellust en vraatzucht. Volgens Pinson is de idee van de universele verspreiding van de zondigheid essentieel voor een goed begrip van Bosch’ gedachtewereld en ideologie. Het linkerbinnenluik moet gelezen worden als een morele veroordeling van het losbandige gedrag van zowel clerici als leken.

 

De sterfscène op het rechterbinnenluik geeft het moment weer waarop engel en duivel vechten om de ziel van de stervende, maar we kunnen niet ontkennen dat de stervende man duidelijk meer aangetrokken wordt door de duivel dan door de engel. Hier duiken opnieuw Bosch’ ironische denktrant en pessimisme op. Ofschoon het middenpaneel verloren is gegaan, veronderstelt Pinson dat hier nog een andere moralizerende, semi-seculiere scène zou kunnen afgebeeld geweest zijn die het icononografische programma van de Zeven Hoofdzonden vervolledigde.

 

Met deze laatste opmerking beoefent Pinson een specialisme dat in 1958 door Lotte Brand Philip in de Bosch-studie werd geïntroduceerd: raden naar wat zou kunnen te zien zijn op verloren gegane Bosch-panelen die geen moderne toeschouwer ooit gezien heeft. De lezer weze er ook aan herinnerd dat het sinds de Rotterdamse Bosch-tentoonstelling van 2001 inderdaad aannemelijk is geworden dat de fragmenten in Rotterdam, Parijs, New Haven en Washington ooit onderdeel zijn geweest van één triptiek, maar dat de beschikbare gegevens niet toelaten dit te beschouwen als een bewezen feit.

 

[explicit 3 augustus 2012]

 

search linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram