Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90

Some Symbols in Bosch's Paintings - An interpretation

Rooth 1986
Rooth, Anna Birgitta
Genre: Non-fictie, kunstgeschiedenis
Uitgave datum: 1986
Bron: Arsbok - Kungliga Humanistiska Vetenskaps-Samfundet i Uppsala, Uppsala, 1986, pp. 33-68

Rooth 1986

 

“Some Symbols in Bosch’s Paintings. An interpretation” (Anna Birgitta Rooth) 1986

[in: Arsbok – Kungliga Humanistiska Vetenskaps-Samfundet i Uppsala. Uppsala, 1986, pp. 33-68. Ook verschenen in Etnologiska Institutionen vid Uppsala Universitetet – Meddelanden, 24 (1986/1987)]

 

Bosch lijkt veel meer gebruik gemaakt te hebben van symbolen uit alledaagse spreekwoorden en uitdrukkingen dan wij beseffen. Hij werd blijkbaar gefascineerd door de volkswijsheid van fabels en spreekwoorden. In dit artikel heeft Rooth het voornamelijk over de reusachtige klokken en de grote oren met het mes op het rechterbinnenluik van de Tuin der Lusten. Rooth verwijst naar een aantal (Engelse, Duitse, Zweedse) spreekwoorden en uitdrukkingen waarin klokken, messen en oren geassocieerd worden met leugens en roddel. Zij is van mening dat het mes, de oren en de klokken in de Tuin bedoeld zijn als een illustratie van de straf voor liegen en roddelen in het Visioen van Tondalus.

 

Het gebruik dat Bosch maakte van eigentijdse topoi, fabels, exempelen, heiligenlegenden, spreekwoorden en symbolen is van belang voor een totaalbegrip van zijn oeuvre. Rooth beschouwt Bosch als één van de grote humanisten van zijn tijd. Bosch schilderde sommige van de spreekwoorden en topoi waardoor de middeleeuwse geleerden zo geboeid werden. Op die manier blijken vele ogenschijnlijk mystieke of fantastische dingen uiteindelijk neer te komen op alledaagse symbolen en topoi waarvan Bosch nieuwe en boeiende voorstellingen maakte.

 

Helaas is dit Zweedse artikel geen toonbeeld van lucide en nauwgezette kunstgeschiedenis. Het betoog is erg rommelig en de gedachtegang van de auteur is vaak oppervlakkig en slordig. Wanneer zij signaleert dat de benaderingen van Bosch erg uiteenlopen, dan concludeert zij dat die benaderingen elkaar annihileren omdat ze zoveel verschillen [p. 65]. Een zwak argument natuurlijk: wanneer vier verschillende personen een witte muur respectievelijk zwart, blauw, wit en groen noemen, dan betekent dit uiteraard niet dat ze allemaal ongelijk hebben, alleen maar omdat ze het niet met elkaar eens zijn. Sommige foutjes zijn weliswaar minder belangrijk, maar toch ergerlijk omdat ze de slordige aanpak van het hele artikel nog eens beklemtonen. Wanneer Rooth schrijft over de Tuin, dan verwijst ze naar ‘Bosch’ drieluik in Wenen’ (moet zijn: Madrid) [p. 46]. Op pagina 59 zegt ze dat Hollman trachtte aan te tonen dat De Goochelaar (St. Germain-en-Laye) een castratie uitbeeldt, maar de titel van het artikel (in voetnoot 32) toont aan dat Hollman het had over De Keisnijding. Rooths benadering van Bosch ontbeert een gefundeerde methodische aanpak. Cynisch genoeg verwijt zij net andere auteurs hun ‘gebrek aan methode’ [p. 65].

 

[explicit 3 augustus 2013]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram