Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90

Jheronimus Bosch - Visioenen van een genie

Cat. 's-Hertogenbosch 2016
Ilsink, Matthijs en Koldeweij, Jos
Genre: Nonfictie, kunstgeschiedenis
Aantal pagina's: 192
Uitgever: Mercatorfonds-Het Noordbrabants Museum, Brussel-'s-Hertogenbosch
Uitgave datum: 2016
ISBN: 978-94-6230-116-0

Cat. ’s-Hertogenbosch 2016

 

Jheronimus Bosch – Visioenen van een genie (Matthijs Ilsink en Jos Koldeweij) 2016

[Tentoonstellingscatalogus (’s-Hertogenbosch, Het Noordbrabants Museum, 13 februari – 8 mei 2016), Mercatorfonds-Het Noordbrabants Museum, Brussel-’s-Hertogenbosch, 2016, 192 blz.]

 

De catalogus die de gelijknamige Bosch-tentoonstelling in ‘s-Hertogenbosch begeleidde in het voorjaar van 2016. Net als de tentoonstelling bevat het boek zes thematische onderdelen: levenspelgrimage, Jheronimus Bosch in ’s-Hertogenbosch, het leven van Christus, Bosch als tekenaar, heiligen en het einde der tijden. Deze catalogus steunt op de bevindingen van het Bosch Research and Conservation Project en herhaalt veel van wat ook in BRCP 2016a en BRCP 2016b gepresenteerd werd, maar dan beknopter en gericht op een breder publiek. De hoofdvraag was welke schilderijen en tekeningen werkelijk van Bosch zelf zijn en in hoeverre hij samenwerkte met familieleden, leerlingen en assistenten. Hieronder een overzicht van een aantal opvallende dingen.

 

I Levenspelgrimage

 

  • De titel van de Rotterdamse tondo is De landloper (en dus niet De marskramer). ‘De identiteit van de man is bewust onduidelijk. Wat in zijn mars zit, is onzichtbaar. Niets duidt erop dat hij een kramer is, en evenmin draagt hij de kentekenen van een pelgrim’ [p. 16]. Enkele alinea’s verder wordt nochtans de vraag gesteld waarom de man een kattenvel aan zijn mars heeft hangen en waarom aan de hoed in zijn hand een priem en een draad zijn vastgehecht. Antwoord: marskramers verkochten kattenvellen als goedkoop bont en verrichtten ook herstellingen aan kapotte schoenen. Over de stok in de hand van de man wordt niets gezegd…
  • Nieuw: de ondertekeningen van de Landloper, het Narrenschip en de Dood van een vrek werden waarschijnlijk door een medewerker gemaakt, terwijl Bosch zelf de schildering uitvoerde [p. 25]. De ondertekeningen wijken namelijk af van de rest van het Bosch-oeuvre, de schilderingen niet.
  • De Prado-Hooiwagen werd door Bosch geschilderd tussen 1512 en 1516. Nieuw: op de buitenluiken stond aanvankelijk een groot wegkruis naast het bruggetje. Aan de reeds volledig geschilderde boom werd wel een kapelletje toegevoegd [p. 28]. Wat de buitenluiken betreft: over de hond, de stok, de overval, de dansers, de brug, het skelet en de galg wordt niets gezegd.

 

II Jheronimus Bosch in ’s-Hertogenbosch

 

  • ‘Zijn grotendeels religieuze oeuvre ontstond onder sterke invloed van de Moderne Devotie en was bedoeld om de christelijke heilsboodschap zo intens mogelijk op de gelovigen over te brengen’. De gravures van Alart Duhameel zijn verwant aan het Bosch-oeuvre. [p. 35]
  • De Johannes op Patmos- en Johannes de Doper-panelen werden ‘hoogstwaarschijnlijk’ geschilderd voor het Mariaretabel in de kapel van de Onze-Lieve-Vrouwebroederschap. In verband met het duiveltje onderaan recht op de Johannes op Patmos: ‘Het is niet uitgesloten dat hij ook zijn zelfportret verwerkte in het gedrocht waaronder hij zijn signatuur zette’. Zeer onwaarschijnlijk toch? [p. 36]
  • Over de plant die een stichter verbergt op de Johannes de Doper: ‘De hoge kwaliteit van de overschildering, die naadloos aansluit bij de beeldtaal van Jheronimus Bosch, doet vermoeden dat ze nog door Bosch zelf werd uitgevoerd’ [p. 40].
  • Nieuw over de Ecce Homo-triptiek van Boston: ‘Op technische en stilistische gronden is vastgesteld dat het geheel in vier fases tot stand is gekomen en dat er minstens vier verschillende schilders aan hebben gewerkt’ [p. 44].
  • Het Keisnijding-paneel wordt toegeschreven aan Bosch’ werkplaats of aan een navolger [p. 48/50].

 

III Het leven van Christus

 

  • Over de Tuin der Lusten: de oude Spaanse titel ‘la bariedad del mundo’ moet waarschijnlijk begrepen worden als ‘het variété van de wereld’, het theater of schouwspel van de mensheid [p.54]. De kopie van het linkerbinnenluik in het Escorial werd wellicht geschilderd in de jaren 1520-30 [p. 55]. Aan het gedrag van de dieren op het linkerbinnenluik is te zien dat het kwaad al in de wereld is (kat vangt muis, monsterdier vangt kikker, leeuw verscheurt hert) [p. 55].
  • De Aanbidding der Wijzen (New York) wordt sinds Rotterdam 2001 weer algemeen geaccepteerd als een authentieke Bosch. De os staat voor degenen die Gods woord volgen, de ezel verwijst naar hen die zich van Hem afkeren [p. 58]. Over de details in het landschap die ontleend lijken aan de Prado-Aanbidding wordt niets gezegd.
  • De Aanbidding der Wijzen (Philadelphia) kan geschilderd zijn vanaf 1494 (dus géén vroeg werk van Bosch). De os vertoont gelijkenis met de koe op de Landloper (Rotterdam) [p. 62].
  • Het kind op de buitenzijde van het Weense Kruisdraging-paneel wordt geduid als het Christuskind [p. 70].

 

IV Bosch als tekenaar

 

  • Over de Het veld heeft ogen-tekening: ‘Waakzamer zou de haan moeten zijn die nietsvermoedend het hol van een vos aan de voet van de boom binnenstapt’ [p.80]. De haan is echter al gedood. Er wordt overeenkomst vastgesteld met het stadszegel van ’s-Hertogenbosch (de boom) en de tekening wordt geduid als een soort wapenschild van Bosch’ kunstenaarschap. De oor-ogen-bosch = ’s-Hertogenbosch-interpretatie is hier weggelaten.
  • De tekening met een hellelandschap in particulier bezit wordt hier voor het eerst als eigenhandig werk van Bosch voorgesteld [p. 114].

 

V Heiligen

 

  • ‘Om de door Bosch geschilderde voorstellingen van de heiligen te identificeren en precies te begrijpen, moet dus enerzijds naar de beeldtraditie worden gekeken en anderzijds naar de geschreven bronnen’ [p. 131]. Wat de Lissabon-Antonius betreft: ‘Om de vier deels in elkaar overlopende taferelen [met Antonius] te kunnen duiden, moet de voor Bosch en zijn tijdgenoten beschikbare literatuur worden opgezocht en bestudeerd.’ [p. 131]
  • Over de Rotterdamse Christoffel: de vis aan de stok is een Christussymbool. Over de details van de ‘kruikwoning’ wordt niets gezegd… [p.132]
  • De Wilgefortis-triptiek. De flauwgevallen man zou de echtgenoot-in-spe van de heilige kunnen zijn [p. 134]. Recente restauratie (2013-15) heeft uitgewezen dat op het gelaat van de martelares met donkere verf een lichte baardgroei was aangeduid [p. 136]. De stichter-figuren op de luiken werden nog in de werkplaats van Bosch overschilderd [p. 136].
  • De Hiëronymus (Gent). Het detail met een vrouw die was doet, verwijst naar de zuivering van zonden [p. 138]. Over de koolmees en de uil, de vos-vogels-topos, de mosselvorm en de brief aan Eustochium wordt niets gezegd.
  • Het Antonius-paneeltje in Kansas City wordt beschouwd als authentiek Bosch-werk [p. 150]. Het Antonius-paneel in het Prado wordt gegeven aan een navolger van Bosch [p. 154].

 

VI Het einde der tijden

 

  • ‘De hallucinante tunnel aan het eind waarvan engelen de zielen verwelkomen in het eeuwige licht laat zien waar het Bosch uiteindelijk altijd weer om gaat: er is redding en hoop’ [p. 159].
  • Het rechterbinnenluik van de verloren Zondvloed-triptiek (Rotterdam), dat vroeger beschouwd werd als het linkerbinnenluik, zou de wereld na het Laatste Oordeel tonen [p. 160].
  • Het Laatste Oordeel van Brugge wordt als authentiek Bosch-werk beschouwd. In de vroege zestiende eeuw kwam het ‘waarschijnlijk’ in het bezit van kardinaal Grimani in Venetië. In 2014-15 werd de grisaille op de buitenluiken zo goed mogelijk gerestaureerd [p. 164]. Het linkerbinnenluik toont het Aards Paradijs ‘als een soort voorportaal van de hemel’ [p. 166].

 

[explicit 18 juni 2019]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram