Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90

De demonen bij Jeroen Bosch - Zoektocht naar bronnen en betekenis

Dresen-Coenders 1994
Dresen-Coenders, Lène
Genre: Non-fictie, kunstgeschiedenis
Uitgever: Gerard Rooijakkers e.a. (red.), "Duivelsbeelden - Een cultuurhistorische speurtocht door de Lage Landen", Ambo, Baarn, 1994, pp. 168-197
Uitgave datum: 1994
ISBN: 90-263-1305-5

Dresen-Coenders 1994

 

“De demonen bij Jeroen Bosch. Zoektocht naar bronnen en betekenis” (Lène Dresen-Coenders) 1994

[in: Gerard Rooijakkers, Lène Dresen-Coenders en Margreet Geerdes (red.), Duivelsbeelden. Een cultuurhistorische speurtocht door de Lage Landen. Ambo, Baarn, 1994, pp. 168-197.]

 

Volgens Bax (1949) kunnen de duivels van Bosch verklaard worden vanuit het Nederlandse taalgebruik. Die duivels beelden bovendien de ondeugden uit die Bosch in zijn tijd waarnam (vooral die van de lagere standen). Bax verwierp echter de samenhang met de in Bosch’ tijd opkomende heksenvervolging. Volgens Dresen-Coenders had Bax tot op zekere hoogte gelijk. Bosch’ duivels beelden inderdaad de ondeugden uit zijn tijd uit, maar Bax’ interpretaties schieten te kort doordat hij geen rekening houdt met de nieuwe heksenleer rond 1500. Een concreet voorbeeld hiervan is de pad die samen met een oude en een naakte vrouw wordt afgebeeld op het rechterbinnenluik van de Antonius-triptiek (Lissabon): volgens Bax verwijst de pad enkel naar de onkuisheid, maar Dresen-Coenders ziet in hem de duivel die hier optreedt als partner van oude en jonge heksen.

 

Bosch was hoogstwaarschijnlijk op de hoogte van de nieuwe heksenleer rond 1500: Jacob Sprenger (coauteur van de Malleus Maleficarum) liet in 1483 het dominicanenklooster in ’s-Hertogenbosch belegeren met de hulp van Maximiliaan van Oostenrijk, omdat dit klooster zich verzette tegen de door Sprenger beoogde hervormingen. Dresen-Coenders wil nu in deze bijdrage aantonen dat Bosch’ demonisch repertoire sporen vertoont van de nieuwe heksenleer, zoals die tot uiting kwam in de Latijnse demonologische literatuur (vooral de Malleus Maleficarum van 1487) en in de oudere bronnen waarop deze literatuur teruggreep (Cassianus, Augustinus). Zij zal dit doen aan de hand van de Antonius-triptiek (Lissabon) en de Laatste Oordeel-triptiek (Wenen), en bovendien zal zij een poging ondernemen om de betekenis van de Rotterdamse Zondvloed-panelen te achterhalen.

 

De demonologische literatuur

 

De H. Antonius was rond 1500 erg populair. Dit hing samen met een toegenomen angst voor duivels: Antonius beschermde hiertegen en was zelf onaantastbaar gebleken voor duivels. De bekendheid van Antonius blijkt uit de vele kopieën naar Bosch’ Lissabonse triptiek en uit de vele andere variaties op dit thema door vijftiende- en zestiende-eeuwse kunstenaars. Geschreven bronnen waren Athanasius’ Vita van Antonius, de Legenda aurea (ook vertaald in het Middelnederlands) en het Vaderboek.

 

De Formicarius (1437) van Johannes Nider en de Malleus Maleficarum maken gebruik van een verder onbekende episode uit de Antonius-vita met als bron de Collationes van Cassianus (circa 400): het gaat daarbij om een twist tussen Antonius en twee heidense filosofen die demonen op de heilige afsturen. Een probleem was: Cassianus ontkende de coïtus tussen duivels en vrouwen, en dit was net een centraal leerstuk van de nieuwe heksenleer in de vijftiende eeuw. De autoriteit van Augustinus werd aangewend om Cassianus te corrigeren.

 

Twee werken van Cassianus, de Instituta Coenobiorum en de Collationes Patrum (tussen 420 en 426 geschreven voor monniken in Zuid-Gallië), hadden veel invloed op het middeleeuwse monnikendom en ook op de kringen van de Moderne Devotie in de vijftiende eeuw. In 1476 verzorgden de Broeders van het Gemene Leven een volledige Latijnse uitgave. Eerder in de vijftiende eeuw verzorgde Dionysius de Karthuizer reeds een uitgave in eenvoudig Latijn, die in de zestiende eeuw ook in druk verscheen. Van de Collationes zijn twee Middelnederlandse vertalingen bekend: een Zuid-Nederlandse uit 1360 die weinig verspreid was, en een Noord-Nederlandse (begin vijftiende eeuw?) uit de kringen van de Moderne Devotie. Deze laatste verscheen ook in druk als Der ouder vader collaciën (Antwerpen, Michiel van Hoochstraten, 1506). In de vijftiende eeuw stond ook Augustinus’ De civitate dei sterk in de belangstelling (verluchte handschriften, drukken).

 

Voor Cassianus was seksualiteit niet de belangrijkste ondeugd. Voor Augustinus echter wel: seks was volgens hem de oorzaak van de zondeval en de erfzonde. In de Formicarius en de Malleus staan veel meer verwijzingen naar Augustinus en Thomas van Aquino dan naar Cassianus. De mening van Cassianus (seks tussen vrouwen en incubi is niet mogelijk) wordt in die twee werken bestreden door middel van Augustinus (een incubus kan menselijk zaad ophalen als succubus van een man en dan ejaculeren in een vrouw). De Formicarius en de Malleus bevatten beide een heksenleer. Het grootste verschil is: de vrijwillige coïtus met de duivel als bevestiging van een pact met de hel komt nog niet voor in de Formicarius. Volgens Augustinus was er bij magie altijd sprake van een pact met demonen. Thomas van Aquino onderscheidde een impliciet en een expliciet pact. In oude legenden is soms sprake van een geschreven pact. Volgens de Malleus sluiten meer vrouwen dan mannen een pact met de duivel. Het verbond tussen duivel en heks doet aan een huwelijkssluiting denken. Een kwalijke rol is hierbij ook weggelegd voor oude vrouwen als koppelaarster.

 

Dresen-Coenders bespreekt dan de sporen van Cassianus bij Bosch. Cassianus voerde twee gesprekken met de abt Serenus: daarin komen veel beeldende uitspraken voor over demonen, elke demon zou zijn eigen ‘specialiteit’, zijn eigen ondeugd, hebben. Dit past goed bij de visie van Bax als zouden de duivels van Bosch uitbeeldingen van actuele ondeugden zijn. Serenus vertelt ook over een visioen van een monnik die een diabolische ‘prins’ enkele demonen een ‘gewetensonderzoek’ ziet afnemen (de vraag daarbij is: hebben de demonen hun diabolische werk goed gedaan). Dit zou aansluiten bij de helse rechtspraak op de voorgrond van het rechterbinnenluik van het Weense Laatste Oordeel.

Deze zogenaamde ‘sporen’ kunnen niet anders dan zwak en weinig overtuigend genoemd worden.

 

Sporen van de heksenleer in de Antonius-triptiek (Lissabon)

 

  • De twee falende apostelen op het linkerbuitenluik (Petrus en Judas) zouden corresponderen met de demonische prelaten (kritiek op de Kerk) op het linkerbinnenluik. Een twijfelachtige en zwakke interpretatie.
  • Het wijf met twee kinderen op het rechterbuitenluik dient gezien te worden in samenhang met de naakte vrouw, de pad-duivel en de oude vrouw op het rechterbinnenluik. Men vraagt zich af: waarom?
  • De naakte vrouw op het rechterbinnenluik bevindt zich in een holle, kale boom. Volgens Nider (Formicarius)n verwijzen dorre landschappen naar zonde en ketterij. Dit is echter een laatmiddeleeuwse topos. Waarom zou er speciaal verband moeten zijn met Nider?
  • Op het rechterbinnenluik kijkt Antonius weg van de naakte vrouw, naar een gula-tafereel (de gedekte tafel). Volgens Cassianus leidt gula tot luxuria. Ook dit is echter een zeer verspreide laatmiddeleeuwse topos. Waarom dan een speciaal verband met Cassianus? Wordt hier bovendien niet ten onrechte gesuggereerd dat Antonius gulzig zou zijn?
  • Bovenaan het rechterbinnenluik zit een koppel op een vliegende vis. Volgens de Malleus kunnen heksen zich over verre afstanden verplaatsen met de hulp van de duivel. Vis en rode kleding zouden duiden op wellust. Deze vaststelling is correct, maar kwam deze idee alleen in de Malleus voor?
  • Op het middenpaneel zien we een ‘boomvrouw’ met een baby, daarnaast een kind met een kom en een lepel op het hoofd. Dit is een heksenscène. De kom verwijst naar de zalf die heksen maken van vermoorde kinderen. Dit is een zwakke interpretatie. De ‘boomvrouw’ kan best een heks zijn: in de Malleus wordt een verband gelegd tussen heksen en vroedvrouwen (de boomvrouw zit in een bakermat!), maar dat vermeldt Dresen-Coenders nu net niet.
  • De man achter de ‘boomvrouw’ draagt een blauwe kap (bedrog) en een rood schild (wellust). Deze man zou zijn zaad aan een succubus hebben afgestaan en die zou als incubus de heks (boomvrouw) hebben bevrucht. Een zwakke en vergezochte interpretatie.
  • De bootscène rechtsonderaan het middenpaneel: een vogel steekt zijn snavel naar een ‘meegesleepte baby’. Verband met heksen-vroedvrouwen die kinderen doden door een naald in hun hoofd te steken (volgens de Malleus). Zwak en vergezocht.
  • Op het middenpaneel, de negerin-duivelin met een pad en een ei op een schaal: verband met heksen die de hostie godslasterlijk misbruiken (volgens de Malleus). Deze vaststelling lijkt op het intrappen van een open deur.
  • Op het middenpaneel, de succubus in de rode vrucht: een onschadelijke demon (volgens de indeling van Cassianus). De aanstormende demonen daarboven zouden dan de volgende categorie van Cassianus vormen. Zwak en vergezocht.
  • De tovenaar-duivel op het voorplan van het middenpaneel zou kunnen onderstrepen dat alle magie van duivelse oorsprong is. Een open deur.

 

Dat Bosch’ Antonius-triptiek verwijzingen naar heksen en duivels bevat, lijkt buiten kijf te staan. Wie echter de verschillende fragmenten zo weinig overtuigend, want lukraak en oppervlakkig, probeert te duiden als hier gebeurt, is gedoemd om op een dwaalspoor terecht te komen. Dat Bosch specifiek de Malleus Maleficarum raadpleegde, blijkt in elk geval nergens overtuigend uit Dresen-Coenders’ betoog. Wat overigens nog niet wil zeggen dat de Malleus voor Bosch géén bron is geweest. Het verband tussen de Malleus en Bosch verdient absoluut verder onderzoek.

 

Sporen van de heksenleer in de Laatste Oordeel-triptiek (Wenen)

Het middenpaneel zou niet het Laatste Oordeel zelf uitbeelden, maar wel de aankondiging ervan, meer bepaald de eindstrijd die aan het Laatste Oordeel voorafgaat (zoals beschreven in boek XX van Augustinus’ De civitate dei.

 

  • Op het linkerbinnenluik zien we Eva: zij verschijnt in de Malleus als hoofdschuldige van de zondeval in de beruchte aanklacht tegen vrouwen. Dit is interessant, maar tegelijk toch ook een laatmiddeleeuwse topos.
  • Het dakplateau onderaan links het middenpaneel kan in verband worden gebracht met Gog en Magog uit Openbaringen 20:7. Door Augustinus werden Gog en Magog vertaald als ‘dak’ en ‘van het dak komend’. Weinig overtuigend. De naakte vrouw met mooie haren: de Formicarius en Malleus zeggen dat de mooie haren van vrouwen de incubi aantrekken. Interessant, maar kritiek op de haren en hoofdtooi van vrouwen is topisch in de late middeleeuwen. Naast de vrouw staat een duivel met een ‘ketterkaars’. Is de kaars niet veeleer een toespeling op prostitutie (zie Bax)?
  • Links van de blonde naakte vrouw slaapt een naakte man: naar verluidt een zondige man die zaad moet afstaan voor de vrijwillige paring tussen heks en duivel. Zwak en vergezocht.
  • Onder het dakplateau zien we een ketel waaruit een menselijke hand steekt en waarin een duivelin aan het roeren is: misschien een verwijzing naar de zalfbereiding uit kinderlijkjes. De hand is echter de hand van een volwassene.

 

Misschien is dit het Laatste Oordeel dat in 1504 besteld werd door Filips de Schone. Deze laatste moet de heksenleer goed gekend hebben, want hij werd opgevoed door een confrater-medewerker van Sprenger, namelijk Michel van Rijsel. Zoals deze hypothese hier voorgesteld wordt , komt ze weinig overtuigend over.

De zogenaamde Zondvloed-luiken (Rotterdam)

Een passage bij Cassianus (met uitspraken van de abt Serenus) leert ons dat magie al bestond vóór de Zondvloed, ten gevolge van de vermenging van de nakomelingen van Seth met de nakomelingen van Kaïn en duivels. Cham (zoon van Noach) graveerde die kennis op metalen platen en stenen om ze zo de Zondvloed te laten overleven en zocht ze na de Zondvloed weer op. Op de voorkant van het linkse Zondvloed-luik zit vooraan een mannetje met iets op zijn schoot: dit zou Cham kunnen zijn. Op het rechtse luik (dat de situatie na de Zondvloed uitbeeldt) zien we onderaan een mannetje dat lijkt op het andere mannetje: is dit Cham die de metalen en stenen platen gaat zoeken?

Op de achterkant van de zijluiken (de buitenluiken dus) schilderde Bosch verwijzingen naar de magie van demonen.

  • De tondo met het brandend huis: de Formicarius en de Malleus verwijzen naar Jesaja 13 en 34, waarbij de glossen verklaren dat het hier om demonen gaat (er wordt een locus terribilis beschreven). Is deze tondo een uitbeelding van de klaagzang in Jesaja 47? De vrouw zou dan de wanhopige maagd Babel kunnen zijn, de geknielde man het joodse volk. Deze interpretatie lijkt nogal vergezocht en zwak.
  • De tondo onderaan links zou verwijzen naar de parabel van de zaaier (Mattheus 13).
  • De tondo onderaan rechts: Christus zegent een ziel, een engel ontvangt een uitverkoren ziel.
  • De tondo bovenaan rechts: ieder mens wordt tijdens zijn leven door duivels geplaagd. De stad zou Jeruzalem kunnen zijn en een tegenbeeld van het zondige Babel (op de tondo bovenaan links).

 

De vier tondo’s hangen samen: zij tonen de mogelijkheid van redding door Christus, ondanks alle listen van de duivel. Er is ook een verband met de binnenluiken: volgens Augustinus verwijst de Zondvloed naar het Laatste Oordeel, de ark van Noach naar de Kerk en de redding van Noach naar de redding van de goede gelovigen. Zoals hier gepresenteerd, overtuigen deze interpretaties niet echt. De materie verdient verder iconografisch onderzoek.

Toonde het verdwenen middenpaneel (Dresen-Coenders spreekt foutief van een ‘middenluik’) de zonden van Bosch’ eigen tijd of van de eindtijd met veel ‘moderne’ heksen, en is het daarom verdwenen? De luiken bevonden zich tot de negentiende eeuw in Spanje, en daar was de heksenwaan al vroeger gedaan. Dit is weinig waarschijnlijk. De slechte conservatietoestand lijkt eerder te wijzen op een brand of een andere schadeoorzaak.

Deze bijdrage van Dresen-Coenders is bijzonder boeiend omwille van de informatie die gegeven wordt in verband met de vijftiende-eeuwse demonologische literatuur. Zodra zij het echter heeft over Bosch’ voorstellingen, komt de auteur weinig overtuigend over.

[explicit]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram