Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90

Hoffman 2008

Raadsels rond werk Jheronimus Bosch - Het altaar van de Lieve Vrouwebroederschap

Hoffman, Ed

Genre: Non-fictie, kunstgeschiedenis

Uitgave datum: 2008

Bron: Bossche Bladen, jg. 10 (2008), nr. 1, pp. 26-31

 

Hoffman 2008

 

“Raadsels rond werk Jheronimus Bosch – Het altaar van de Lieve Vrouwebroederschap” (Ed Hoffman) 2008

[in: Bossche Bladen, jg. 10 (2008), nr. 1, pp. 26-31]

 

Hoffman bespreekt de in 2001 door Jos Koldeweij voorgestelde hypothese dat de Johannes op Patmos (Berlijn) en de Johannes de Doper (Madrid) rond 1490 door Bosch geschilderd werden als de bovenste luiken van het altaarretabel voor de kapel van de Bossche Onze-Lieve-Vrouwebroederschap. Hij legt uit hoe Koldeweij tot deze hypothese kwam en plaatst vervolgens negen kanttekeningen bij deze hypothese.

  • Tussen de datering van het hout van beide panelen zit een kloof van 15 jaar.
  • Het retabel bevatte ook een in hout gesneden afbeelding van Johannes op Patmos. Het thema zou dus twee maal uitgebeeld zijn, wat merkwaardig is.
  • Als de Johannes op Patmos rechtsboven zat, dan keek de Johannes in het schilderij twee maal naar Maria en Jezus (één maal binnen het schilderij zelf, één maal bovenop het retabel). Ook dit is merkwaardig.
  • De Johannes op Patmos is gesigneerd: het lijkt onlogisch dat Bosch zijn signatuur gebruikte voor een paneel dat bedoeld was voor zijn thuisstad. De signatuur is bovendien zo klein dat zij vanuit de kapel onleesbaar was.
  • De tafereeltjes op de achterkant van de Johannes op Patmos zijn zo klein, dat ze vanuit de kapel moeilijk of niet te zien waren.
  • De afmetingen van de beide Bosch-panelen stemmen niet overeen met de afmetingen van de retabeldeuren waarvoor zij bedoeld waren.
  • De Johannes de Doper bevat een overschilderde donor die groter is dan de heilige zelf.
  • Dat beide panelen die op zo verschillende plaatsen bewaard bleven, ooit samengehoord hebben, is erg toevallig.
  • Een plaatselijke kroniek van vóór 1610 meldt dat het altaar van de Onze-Lieve-Vrouwebroederschap twee Bosch-panelen bevatte: Abigaïl voor David en Salomon met Batseba. De twee Johannes-panelen worden echter niet vermeld.

 

Deze kanttekeningen tasten Koldeweij’s hypothese niet wezenlijk aan, maar maken haar wel wat minder waarschijnlijk.

 

Koldeweij’s hypothese uit 2001 blijft voorlopig een hypothese.

 

[explicit 24 april 2016]

 

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram