Jheronimus Bosch Art Center
(+31) (0)73 612 68 90

De Bijbel lezen met Jheronimus Bosch

Nissen 2010
Peter Nissen
Genre: Non-fictie, kunstgeschiedenis
Uitgave datum: 2010
Bron: Millennium, jg. 24 (2010), nr. 2, pp. 151-159

Nissen 2010

 

“De Bijbel lezen met Jheronimus Bosch” (Peter Nissen) 2010

[in: Millennium, jg. 24 (2010), nr. 2, pp. 151-159]

 

Dit artikel vormt de schriftelijke neerslag van een mondelinge voordracht tijdens de boekpresentatie van Dick Heesens De geheime boodschap van Jeroen Bosch op 15 november 2010 in het Jheronimus Bosch Art Center te ’s-Hertogenbosch. Heesen heeft naar verluidt gezocht naar mogelijke bijbelse achtergronden van veel details in het werk van Bosch en op vele punten levert zijn benadering frappante inzichten op, maar of de Bijbel alléén volstaat om de ‘geheime boodschap’ van Bosch’ oeuvre te ontsluiten blijft zeer de vraag. Wel maakt de speurtocht van Dick Heesen het aannemelijk dat Bosch zelf de Bijbel op minutieuze wijze heeft gelezen. Naar analogie met wat in recente studies voor andere laatmiddeleeuwse kunstenaars waarschijnlijk is geworden, mogen we immers aannemen dat het inhoudelijke programma dat aan Bosch’ werken ten grondslag ligt, door hemzelf werd ontworpen en niet door zijn opdrachtgevers of theologen in hun omgeving. Als onderdeel van de ‘culturele bagage’ van Bosch heeft de Bijbel nog weinig expliciete aandacht gekregen, wellicht omdat men de invloed van de Bijbel op zijn schilderijen als vanzelfsprekend veronderstelde.

 

Het boek van Heesen roept bij Nissen twee vragen op. Ten eerste: had Bosch als leek rond 1500 toegang tot de volledige Bijbeltekst? Het antwoord is bevestigend, want tegen het eind van de vijftiende eeuw was de Bijbel in de volkstaal (dus ook voor wie geen Latijn kon) toegankelijk, zelfs in gedrukte vorm. Maar was het voor een leek als Bosch toegestaan om zich in de Bijbel te verdiepen? Het antwoord is weer bevestigend. In de Lage Landen werd het bestuderen van de Bijbel door niet-ingewijde gelovigen zelfs in belangrijke mate bevorderd door de vroomheidsbeweging die wij de Moderne Devotie noemen. De Broeders van het Gemene Leven (een onderdeel van deze beweging) organiseerden zelfs een soort ‘preekgesprekken’ (kringgesprekken over de bijbellezingen van de eerstvolgende zondag), zeer waarschijnlijk ook in ’s-Hertogenbosch, en het is niet ondenkbaar dat Bosch aan zulke gesprekken heeft deelgenomen.

 

Ten tweede: hoe valt Bosch’ preoccupatie met de Bijbel te rijmen met het beeld van een Kerk in verval rond 1500? Recent onderzoek heeft aangetoond dat de toestand van de Kerk rond 1500 een dubbelzinnig karakter had. De kerkelijke hiërarchie vertoonde wel een aantal zwakheden, maar de gelovigen wilden meer dan ooit hun religiositeit in groepsverband beleven, onder meer in broederschappen, en Bosch was lid van zulk een broederschap. Men verlangde vooral om God direct en zonder tussenpersoon te ontmoeten, en dit kon via het zelf lezen van Gods woord in de Bijbel. Van die behoefte is Bosch’ oeuvre een getuigenis: Bosch vond – zo maakt het boek van Heesen aannemelijk – minstens gedeeltelijk een antwoord op die behoefte via het doorvorsen van de Bijbel.

 

Nissen lijkt in deze tekst beleefd te suggereren dat de basisstelling van Heesen (de Bijbel is voor het oeuvre van Bosch een belangrijke bron) een beetje lijkt op het intrappen van een open deur. Wat hij echter niet vermeldt (begrijpelijk overigens, gezien de context waarin de lezing werd gehouden), is dat de wijze waarop Heesen deze basisstelling concreet uitwerkt, bijzonder amateuristisch en bedenkelijk is (zie ook Heesen 2010). Bovendien heeft Nissen het over Bosch als Latijn-onkundige leek, maar in de recente Bosch-exegese wordt aangenomen dat Bosch een Latijn-kundige clericus met een lagere wijding was.

 

[explicit]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

searchclosebarssort-desc linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram